Wij stonden achter Israël (2)

Waarom kanten Europeanen – blijkens polls met de Nederlanders fier voorop – zich zo heftig tegen Israël? Je kunt beweren dat dit nauwelijks een vraag is: onze afwijzing komt gewoon voort uit de aard van het Israëlische optreden in het Israëlisch-Palestijnse conflict....

H.J. Schoo en Wij stonden achter Israël (2)

De droge feiten zijn minder vanzelfsprekend. Het conflict met de Palestijnen is ellendig, taai, wreed soms, verkalkt, schier onoplosbaar. Maar met de beste wil van de wereld is het niet het ernstigste – gewapende – conflict van onze tijd. De oorlog in ex-Joegoslavië was veel bloediger, net als de huidige slachtingen in Soedan (Darfur), of Ruslands meedogenloze optreden in Tsjetsjenië. En dan zwijg ik nog over de genocide in Ruanda of de strijd in Congo.

De inval in Libanon heeft het negatieve Israël-beeld in Europa bevestigd. Het land gebruikte ‘buitensporig’ geweld, zaaide dood en verderf onder de burgerbevolking en veroorzaakte voor miljarden aan schade. De beelden van onschuldige slachtoffers spraken boekdelen.

Maar hoe buitensporig was het Israëlisch geweld werkelijk, vergeleken bijvoorbeeld met hoe regionale potentaten in het recente verleden met hun tegenstanders afrekenden? De Libanezen werden van tevoren gewaarschuwd voor luchtacties. Zo kwam ook Hezbollah te weten wat de Israëli’s in hun schild voerden. Militair legden zij zich daarmee uiterst nadelige beperkingen op.

Op de politieke en militaire wijsheid van de acties tegen Hezbollah valt ontegenzeggelijk wel wat af te dingen. Toch bevreemdt het dat juist Israël weer de toorn wekte van Europa – en niet te vergeten van de rest van de wereld, op de Verenigde Staten na. Tenslotte stelde het zich teweer tegen een organisatie wier belangrijkste doel het is de joodse staat te vernietigen. Dat is geen kwestie van kwaadwillige, partijdige toeschrijving, maar Hezbollah’s expliciete bestaansreden.

Eén verklaring voor Europa’s anti-Israëlische houding is ‘antisemitisme’. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Terwijl op antisemitisme sec een onverminderd krachtig taboe rust, biedt ‘anti-Israëlisme’ – of antizionisme – er een quasi-legitieme uitweg voor. Anti-Israëlisme als U-bocht van het antisemitisme.

Deze verklaring heeft de kracht van de eenvoud, maar overtuigt niet. Uitgesproken Europees antisemitisme is nauwelijks te bekennen. De socioloog De Swaan houdt het daarom liever op ‘anti-Israëlisch enthousiasme’ (De Gids, mei 2005). Daarvan zijn deze dagen inderdaad krasse staaltjes op te tekenen, zoals deze passage uit een lezersbrief in NRC Handelsblad: ‘De staat Israël heeft zijn recht op bestaan, ethisch, religieus en politiek gezien reeds lang geleden verloren. Het is beter dat de staat wordt ontbonden.’ Daar is geen woord Ivriet bij.

Anti-Israëlisch enthousiasme is niet specifiek Nederlands noch politiek rechts: links kan er ook wat van. De linkse afkeer van Israël geldt een land dat, in het kader van een doorleefd anti-imperialisme, als de laatste koloniale onderdrukker te boek staat. Ongetwijfeld speelt hierbij ook ‘guilt by association’: een land dat zo nauw is verbonden met de VS kan gewoon niet deugen. Net als de Kleine Satan en de Grote Satan, gaan anti-Israëlisme en anti-Amerikanisme hand in hand.

Ook in vrees of afkeer van de VS loopt Nederland tegenwoordig voorop. Ziet 53 procent van de EU-burgers de VS als gevaar voor de wereldvrede, 64 procent van de Nederlanders doet dat. Alleen de Grieken, die hier een reputatie hebben op te houden, scoren hoger.

De extreme posities die Nederland inneemt zijn zacht gezegd intrigerend. Ooit stonden we en masse achter Israël, tegenwoordig zien we dat land als het grootste gevaar voor de wereldvrede. Zo waren we nog hondstrouwe bondgenoten van de VS, nu vinden wij dat land even kwalijk als Irak, Afghanistan of Pakistan. De Fransen hebben de naam anti-Amerikaans te zijn, in werkelijkheid slaan wij hen – net als de Duitsers – met een straatlengte. Wat is in ons gevaren?

Misschien spelen onze heftige jaren zestig ons parten. Onlangs las ik Nation of Rebels: Why Counterculture Became Consumer Culture (2004) van de Canadese filosofen Joseph Heath en Andrew Potter. Dat boek gaat helemaal niet over Israël of Nederland, maar over de westerse adoratie van de ‘rebel’. Wie of wat opstandig is, ‘non-conformistisch’, kietelt meteen onze verbeelding. Het silhouet van Che Guevara, een moorddadig dwaallicht, werd het mondiale logo van dit sentiment. Hassan Nasrallah’s baardmannen passen precies in dit beeld – het blijken ook nog eens uitmuntende straathoekwerkers met nobele sociale programma’s.

De rebellie-mode is niet typisch Nederlands, hooguit sloeg het virus hier sterker toe. Althans in schijn, want hij is niets anders dan een nieuw conformisme. Het is hollen of stilstaan. De socioloog Herman Vuijsje heeft het ‘de keerzijde van de consensus’ gedoopt. Het ene conformisme: ‘Wij staan achter Israël’, kon daardoor razendsnel, zonder veel echt debat, plaatsmaken voor het andere: ‘Wij wijzen Israël af’. Feiten zijn daarbij ondergeschikt aan consensus.

Ook de Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy heeft bij herhaling op dit nationale trekje gewezen: ‘Als de consensus wordt verbroken, zo lijkt het, stort de wereld voor veel Nederlanders in.’ Dat voelt zo onwennig, dat de discussie snel heftig wordt – om al even snel uit te monden in een nieuwe knusse consensus. Debat staat niet ten dienste van waarheidsvinding, maar is een middel om de rijen snel weer gesloten te krijgen.

Ons anti-Israëlisch enthousiasme is tegelijk een daad van modieuze rebellie en van wereldvreemd neoconformisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden