'Wij ruimen het vuilnis op. Hou verder je mond'

Acht maanden geleden sloot de enige vuilstort en stapelde het huisvuil zich op in de armere wijken. Dat probleem is opgelost: het ligt nu aan zee. Zo gaan die dingen in Libanon.

Opruimactie aan de kust van Libanon. Beeld John Owens
Opruimactie aan de kust van Libanon.Beeld John Owens

De kust is hier een aaneenschakeling van strakblauw water, palmbomen en witte stranden. In dit mediterrane sprookje zwemt Halimé Kaakour (40) elke dag, zomer en winter. 'We wonen hier, we groeiden op met de zee.'

Twee weken geleden merkte Halimé, hoogleraar in de mensenrechten, dat er iets mis was. De zee was niet blauw en helder, maar zwart en kleverig, als olie. De vrienden in haar zwemclubje wisten genoeg. Ze zeiden: 'Ga hier niet meer zwemmen, we zoeken wel een ander strand.'

Maar Halimé wilde het weten. Met een duikbril op verdween ze in de troebele diepte. Ze zag afvalzakken, plastic flessen, kledingresten. Het vuilnis van Libanon! Aan wat ze hier de plaatselijke 'Costa Brava' noemen, de mooiste kuststrook van het land, omzoomd door vijfsterrenresorts.

Huisvuil in de voorjaarszon

De afvalcrisis heeft Libanon in z'n greep sinds afgelopen zomer, toen de enige vuilstort van het land sloot na hevige protesten van omwonenden. Acht maanden lang lag het huisvuil op straat, samengeveegd tot een metershoogte sliert in de arme buitenwijken van de hoofdstad Beiroet. Vorige maand, na veelvuldige demonstraties, kondigde de Libanese overheid aan dat de vuilstort bij wijze van 'noodoplossing' tijdelijk toch weer open gaat.

Wat de noodoplossing verder behelst, werd de afgelopen weken duidelijk. Het afvalverwerkingsbedrijf van Libanon, een organisatie die Sukleen heet, maakte eind vorige week bekend dat er twee 'tijdelijke parkeerplaatsen' voor vuilnis zijn geopend langs de kust, één pal aan een strand, de andere bij de visafslag van Beiroet.

Aan de kust van Libanon, langs de Middellandse Zee, ligt het huisvuil nu weg te rotten in de voorjaarszon. 'Aangespoeld uit de nieuwe tijdelijke stort,' zegt Joslin Kehdy, een jonge vrouw die langs de vloedlijn waadt tussen de bergen plastic flesjes, shampooflessen, oude schoenen.

In deze puinhoop, genaamd Vakantie Strand, organiseerde ze onlangs een opruimactie. Slechts een handjevol mensen kwam opdagen.

'Wat kunnen wij eraan doen?'

'Mensen bekommeren zich alleen om het afval dat voor hun eigen huis ligt,' zegt Meher Khatcherian, die een aangespoelde fles wc-bleek uitschudt op het strand. 'Het is een onderdeel van onze cultuur. Zolang je het vuilnis niet ziet, is er geen probleem.'

De andere kant op kijken, dat is in Libanon de geijkte reactie op de afvalcrisis en andere problemen in dit door corruptie geplaagde land (Libanon staat op plaats 123 van de 167 in de wereldwijde corruptie-ranglijst van Transparency International, ingeklemd tussen Kirgizistan en Kameroen). Dit is een van de rijkste landen in het Midden-Oosten, maar toch valt elke dag de stroom uit, komt er vaak geen water uit de kraan en is circa één op de vier inwoners een Syrische vluchteling, zonder dat dit hardop kan worden gezegd.

Maar over alles halen de bewoners hun schouders op. Er bestaat zelfs een lokaal gezegde, vertelt Meher, dat zoiets betekent als dit: 'Met mij zal het toch niet ophouden.'

Als bewijs vleit de familie El Hawe zich neer op Vakantie Strand, pal naast het in de zeebries ronddansende vuilnis. Moeder Elsy speelt met haar kinderen, een zoontje van drie, een babymeisje van anderhalf, langs de vloedlijn. Ze kijkt niet opzij naar het afval. Zij en haar man zijn hardwerkende tweeverdieners. 'Alleen vandaag is voor het gezin. Het afval is verschrikkelijk. Maar wat kunnen wij eraan doen?'

Tekst gaat verder onder afbeelding

null Beeld John Owens
Beeld John Owens

'Wees realistisch. Doe voortaan mee met de corruptie'

In Jiyeh, de chicste badplaats van het land, graaft Halimé Kaakour haar hakken in het zand. Zij deed iets wat bijna niemand in Libanon durft: foto's van het vuilnis in de branding zette ze op Facebook. Hoe vaag de beelden ook waren, in Libanon bracht het een storm van ophef teweeg.

Dankzij Sukleen - een bedrijf met als motto 'Onze kinderen leven ons onze toekomst voor' - verdwijnt het afval blijkbaar in zee. 'Corruptie is het sleutelwoord,' verzucht Halimé.

Haar familie zou liever zien dat ze wegkijkt, zoals bijna alle anderen. 'Bescherm jezelf. Libanon kun je niet veranderen.' Zelfs haar studenten - de rechters en openbaar aanklagers van morgen - zeggen na afloop van haar colleges: 'Wees realistisch. Doe voortaan mee met de corruptie.'

In Libanon, een land met iets meer moslims dan christenen, waar de politiek beheerst wordt door religieuze, bijna tribale verhoudingen, is burgerprotest niet vanzelfsprekend. Even was er massaal verzet, toen het afval zich afgelopen zomer ophoopte in de straten van Beiroet. Maar dat verstomde snel.

Want wie nog langer protesteerde, kreeg een telefoontje. Van de politicus die het geloof van de familie vertegenwoordigt - want in Libanon bepaalt niet het verkiezingsprogramma op wie jij stemt, maar of je van huis uit moslim bent, katholiek of Druzisch.

Halimé, zelf een soenni moslima, gekleed in een minirok en een doorschijnende blouse met diep decolleté, legt het uit. Als de politicus zegt dat je moet stoppen, is er geen keuze. 'Zonder gunst van je politicus krijg jij geen baan, kan je kind niet naar school, kun je niet eens naar het ziekenhuis.'

Om daarboven te staan, moet je behoren tot de rijke bovenlaag, zoals Halimé. 'Ik ben ongebonden,' zegt ze zelf.

Telefoontje

Maar goed, uiteindelijk kreeg ook zij een telefoontje. 'Van de gemeente.' Bedreigend was dat niet. Bij de gemeente zitten haar 'vrienden'. Of nou ja, mensen die ze te vriend wil houden. Ze zit met hen in lokale besturen, komt ze tegen in het dorp. Deze vrienden waarschuwden: stop met het zoeken van de publiciteit. 'Wij ruimen het vuilnis op, dat beloven we. Hou verder je mond.'

De hoogleraar haalt haar schouders op. Het zijn haar vrienden, dus moet ze hen wel geloven. Wat kan ze anders? 'Ik wil niet hun vijand zijn. Ik wil alleen dat ze het opruimen. Daarom geef ik ze een kans.'

Op het oog lijkt de zee bij haar geboortedorp nu weer helder. Wel probeert Halimé te controleren wat er met het opgedoken afval gebeurt. Het verhaal dat haar is verteld - dat het terechtkomt bij een heus recyclingbedrijf in Nabatieh, een doodarm stadje onder controle van de islamitische strijdersgroep Hezbollah - klinkt bijna te mooi om waar te zijn.

Maar, zo lacht Halimé: 'Het gaat in elk geval weg uit Jiyeh.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden