' Wij niet zonder Hell's Angels, en de Angels niet zonder ons'

Aan de voet van de Rembrandttoren in Amsterdam ligt een schilderachtige stadsoase. De gemeente wilde er een hoogwaardig bedrijventerrein van maken, maar daar dachten de huidige gebruikers anders over....

Het beste zicht op het onderwerp van dit verhaal heb je vanaf de bovenste verdiepingen van de Rembrandttoren, het boegbeeld van vooruitgangsdenkers die er maar mee willen zeggen dat de hoofdstad een hoogwaardig vestigingsklimaat biedt aan kapitaalkrachtige bedrijven en bruisende multinationals. Om bedoelde etages te bereiken dien je een betrekking te aanvaarden bij de firma Philips. Je kunt het ook aanleggen met de kantinejuffrouw om in een verloren kwartiertje te luisteren naar haar commentaar op de infrastructurele ontwikkelingen aan de voet van de toren, en van de flankerende, nog in aanbouw zijnde kantoorkolossen die het Manhattan aan de Amstel een metropoolwaardige skyline moeten verschaffen.

In zuidoostelijke richting ligt een lineaalstrak bedrijventerrein. Spoorlijn, kanaal, snelweg, ertussen ordentelijke bedrijfsgebouwen, neergezet in strookjes openbaar groen met de precisie van een maquettebouwer. Zelfs de zes blokkendozen van tot verdwijnen gedoemde Penitentiaire Inrichting Overamstel, beter bekend als Bijlmerbajes, lijken van deze hoogte te passen in het ontwikkelingsmodel. Hier ligt bedrijfsgebied Weespertrekvaart. De gemeente gooide 'Weespertrekvaart' omstreeks 1995 duchtig in de herstructurering, om - zoals voormalig directeur grondbedrijf Gerson in 1999 schreef - verouderde terreinen te herontwikkelen. In een folder vatte hij de geschiedenis van 'dit karakteristieke deel van Amsterdam' samen, om te besluiten met de woorden: 'Dit apart stukje Amsterdam heeft dus de laatste jaren met belangrijke impulsen te maken gehad. Eigenlijk kan ik beter spreken van een metamorfose van dit bijzondere gebied.'

Heel het gebied? Nee, aan de voet van de Bijlmerbajes blijft een kleine groep belanghebbenden moedig weerstand bieden, ze maakt het werk van de gemeentelijke projectleiders bepaald niet makkelijk. Het is aan deze groep te danken dat de kop van de 'Weespertrekvaart' zelfs vanuit de ijlere hoogten van de Rembrandttoren altijd nog de aanblik biedt van een vergeten stadsrandje, een onwillig stukje Am ster dam dat zich niet heeft onderworpen aan de terreur van de tekentafel. Loodsen, keten, een enkel huis en gebouwtjes van onduidelijker signatuur worden deels aan het oog onttrokken door de kleurige tooi van een gevarieerd bomenbestand. 'Ze moeten', aldus de kantinejuffrouw, 'de monumentenzorg voor bomen d'r eens op afsturen, zo mooi als het eruit ziet.'

Het is slechts een korte wandeling van de toren naar het terreintje. Tien minuten scheiden de hal van grijsgeaderd, met staal en glas geaccentueerd marmer, van het golfplaat en geïmproviseerde timmerwerk aan het begin van de H.J.E. Wenckebachweg. Achter de schutting van het Theater Technisch Lab, waarvoor rozen zijn geplant, klinkt kippengekakel. Een deux-chevaux op leeftijd kachelt kalmpjes in de richting van garage Ruimzicht. De Kop van de Weespertrekvaart, zo'n 4 hectare groot, telt een stuk of veertien bedrijfjes, voornamelijk eenmanszaken, er zijn enkele permanente (lees: legale) bewoners en wat 'hobbyisten', volgens een gemeentelijke inventarisatie; botenstallers, amateurtuiniers en autosleutelaars. Er is kortom sprake van 'overwegend semi-permanent, extensief gebruik'. En daar wilde de gemeente in naam van de vooruitgang al jaren van af.

Een aantal van de vele volwassen bomen op het terreintje zijn geplant door de oude meneer Van Oijen (79) toen hij vijftig jaar geleden met zijn glasatelier Bevo moest verkassen uit de binnenstad: 'De eenden liepen om me heen, we hadden een weids zicht over de weilanden.' Van Oijen sr. bouwde zijn ambachtelijke atelier aan de toenmalige stadsrand uit tot een gespecialiseerd bedrijf, waar kunstenaars als Karel Appel en Theo Blom glasontwerpen lieten uitvoeren. Enkele jaren geleden werd in het uit verschillende bouwsels bestaande atelier een glaswand ontworpen voor het paleis van de Saoudische kroonprins.

Johan -'noem me maar Ruimzicht' - sleutelt even verderop 'uitsluitend aan eend-achtige Citroëns' volgens zijn visitekaartje. De eendenman heeft nu plek zat, maar weet niet of hij straks betaalbare ruimte genoeg krijgt om de business voort te zetten, die nu plaatsvindt in een schilderachtige romneyloods omgeven door eend-achtigen en onderdelen daarvan - niet echt het type wagen voor gladde it-jongens die op deze plek door de gemeente worden gewenst.

Johan heeft zich daarom aangesloten bij de Belangenvereniging Wees pertrekvaart Noord, onder leiding van Jan van Neck. In het Theater Technisch Lab waar Van Neck werkzaam is, wordt gespecialiseerde lichtregelapparatuur gemaakt. Het lab hielp vorig jaar het Nederlands Expo-2000-paviljoen in Hannover nog op het nippertje uit de brand, toen de ontwerpers een week voor de opening het licht in de royal wing nog niet voor elkaar hadden. 'Het idee dat we hier weg moeten, zinde ons met z'n allen totaal niet', zegt Van Neck. 'De huidige gebruikers en bewoners werden over het hoofd gezien.' Hij ging enkele jaren geleden actief in het verzet en niet zonder resultaat; van de wethouder tot de projectleiders, ze kennen hem. Hij was uiteindelijk de architect van een plan waarmee de gemeente van een uiterst delicaat probleem werd verlost, omtrent dit 'bijzondere gebied'.

Hoe bijzonder de 'Kop' en z'n bevolking zijn, kan niemand beter vertellen dan Marja de Jong, sinds vijftien jaar een van de weinige legale bewoners. 'Dat gezellige, dat simpele, het is een echt buurtje hier', zegt De Jong, een vriendelijke vrouw in trainingspak wier frêle gestalte wegzakt in een van haar witlederen fauteuils. 'Ik ken iedereen. De Italiaanse ijscoman die hiernaast z'n karretje heeft gestald, bijvoorbeeld. Als het een beetje knap weer is en hij de stad ingaat, komt hij vaak even langs om een praatje te maken of een ijsje te brengen.'

De Jong kijkt vanuit haar vrijstaande woning uit op de Weespertrekvaart, waar af en toe een pleziercruisertje, type strijkijzer, voorbij plottert, gadegeslagen door de drie meter hoge dinosaurus op haar terras. 'Vicky' lijkt weggelopen uit Jurassic Park. De Jong houdt van dieren. Bij de stalen poort wordt de bezoeker omringd door acht ganzen, bij de voordeur geeft de Deense dog blijk van z'n gastvrijheid met gegrom. Ze doen niks, verzekert De Jong, hoeft ook niet, want bezoekers worden al eerder gespot via het camerasysteem rondom het huis.

'Melanie, mijn dochter van 14, heeft nog spandoeken gemaakt en een brief geschreven aan de gemeente of ze alsjeblief haar huisje niet wilden afpakken. Ach dat kind, ze is hier geboren...' Het rommelt al langer, zegt ze, maar vier jaar geleden werd het serieus. Toen belegde de gemeente een heuse vergadering met de terreinbevolking en kwam zo'n jong ding ding vertellen dat het stadsbestuur echt het allerbeste met hen voorhad, maar dat het helaas niet zo kon blijven. In het kader van de herstructering moest er namelijk worden geherprofileerd. Dat wil zeggen: werkruimtes, woningen, garages, graslandjes met paarden en al, tuintjes en de sentimentele binding van de gebruikers werden zomaar aan de kant geschoffeld.

Daarmee zou al lang een begin zijn gemaakt, ware het niet dat de gemeente buiten de waard had gerekend. 'Tijdens die vergadering is mijn Willem opgestaan en heeft tegen dat vrouwtje gezegd: "Effe dimmen, jongedame. Wij zaten hier al toen jij nog in de luiers lag." Je snapt wel, die was meteen verdwenen. Dan hoor je een halfjaar niks en dan is er weer een soort gesprekje, met weer een andere projectleider. Zo gaat dat al jaren.'

De gemeente lijkt op het oog inderdaad weinig haast te maken met het opschonen van de stadsoase, of op z'n minst zeer omzichtig te werk te gaan. Het heeft uiteraard te maken met de ferme houding van de belangenvereniging, maar het is niet ondenkbaar dat de doortastende interventies van Marja's partner Willem en zijn mannen er ook mee van doen hebben. Willem van Boxtel, alias Big Willem, horeca-ondernemer te Amsterdam, tevens president van de Hell's Angels chapter Holland.

Tussen het Theater Technisch Lab en Garage Ruimzicht ligt een zwaar beveiligd gebouwtje, Angel Place, headquarters van de Amsterdamse en de Nederlandse afdeling (chapter) der Hell's Angels. Treinreizigers kunnen het zien liggen vanuit hun coupéraam. Strijkijzerkapiteins op de Weespertrekvaart kennen het groene landingsvaartuig aan de achterkant. Tv-kijkers konden half oktober een glimp opvangen, toen de geliquideerde gokkastenkoning Sam Klepper er lag opgebaard om een dag later met alle Angel-eer - en met hand- en spandiensten van het gevéstigde gezag - van hieruit ten grave werd begeleid.

De H.J.E. Wenckebachweg, hoofdader van het 'hoogwaardig vestigingsmilieu Weespertrekvaart', leek bij die gelegenheid het decor van een Italiaanse mafiafilm. Rijen zwarte limousines zetten zich op commando van Big Willem in beweging, terwijl een ronkende cavalerie van tweehonderd Harley Davidsons de omgeving op zijn grondvesten deed schudden. Angel Place dus. Voorzien van de gevelkreet: 'This place belongs to the Hell's Angels Amsterdam. Fuck with it and find out.' Maar daar voelde de gemeente kennelijk niet veel voor.

Op een doordeweekse winteravond biedt de Wenckebachweg de aanblik van een volwaardig bedrijventerrein; donker, uitgestorven en guur. Alleen bij Angel Place brandt licht. Buiten slaat een straffe wind door de bomen, binnen knettert een haardvuur. Zo'n dertig brothers hebben zich verzameld rond de bar en in de zithoek met rode banken. Ze onderscheiden zich van het handjevol genodigden door het mouwloze leren jack met de gevleugelde doodskop; de Angel-colours, kenteken van de wereldwijd gevreesde corporate identity. Bakjes pinda's op de sidebars, en kaarsen gevat in lege Jack Daniels-flessen. Huiselijk; er is geen ander woord voor, hoewel er geen spinnende cafékat rondscharrelt maar een rottweiler.

'We zitten hier al zo'n dertig jaar. Gevoelsmatig is er voor ons maar één plek en dat is hier', zegt Big Willem, met zo'n dertig dienstjaren de 'langst zittende Angels-president ter wereld'. 'Er zijn hier Hell's Angels overleden, of van hieruit begraven. Anderen hebben een groot deel van hun leven hier doorgebracht. We hebben bezoekers gehad uit de hele wereld. Deze plek hoort bij ons en wij horen hier.' Het is goed gebruik onder Angels elkaars partijen en begrafenissen te bezoeken, ook in het buitenland, al moeten er honderden kilometers per Harley voor worden afgelegd. De houten wanden van het clubhuis - blokhutstijl - zijn behangen met foto's van Angel-bijeenkomsten en relatiegeschenken van broederclubs.

Angel Benno is benoemd tot 'club-architect'. Hij heeft zo z'n eigen gedachten over de voorgenomen opwaardering van het gebied: 'We zouden moeten oprotten voor die yuppen-bedrijven. Maar wij zaten hier het eerst. Dat weten ze. Als je besluit op Schiphol te gaan wonen, zeur je toch ook niet over vliegtuiglawaai?!' Toen de gemeente z'n plannen kenbaar maakte, schilderde de club zijn commentaar op de buitenkant van Angel Place: '25 years ago the government gave us this clubhouse and now they want to kick us out. NO FUCKING WAY!'

De government van Amsterdam zag zich aldus voor een heikel probleem geplaatst, en niet alleen vanwege de heldere bewoordingen waarmee de club de plannen begroette. In 1988 had de gemeente, tot dan toe eigenaar van het clubhuis dat ooit was neergezet aan de toenmalige stadsrand, besloten om het gebouw over te dragen aan de stichting Hell's Angels. Voor 560 vierkante meter van het Angel-terrein heeft de stichting een huurcontract. De aangrenzende 5000 vierkante meter zijn in de loop der jaren door de Hell's Angels ('er zat toch niemand') in gebruik genomen. 'Dat wordt gedoogd', zegt Benno. 'En gedoogd is ook officieel.' In 1997, toen de plannen voor de Kop Weespertrekvaart vorm kregen, stapte de stichting naar de rechter, eiste recht van opstal en kreeg dat ook. Dat gaf de Angels in tegenstelling tot de anderen in het gebied een stevige rechtspositie die een ingewikkelde onteigeningsprocedure noodzakelijk zou maken, om van een eventuele ontruiming nog maar niet te spreken.

Bovendien had de stichting duidelijk te kennen gegeven dat 'ze daar gewoon wilde blijven zitten', volgens een projectleidster van het gemeentelijk grondbedrijf die tot januari met de zaak was belast. Wat niet wegnam dat de gemeente in 1998 voorzichtig ging uitkijken naar een andere locatie, zich terdege realiserend dat 'zeer veel verzet is te verwachten, zowel maatschappelijk als van de Hell's Angels zelf'. De deelraden zagen het stadsbestuur bij wijze van spreken al aankomen met de ontheemde motormannen.

'Wij hebben officieel nooit wat gehoord', zegt Big Willem, 'ze wilden ons zeker naar zo'n achenebbisj-terreintje hebben. Maar wij hebben er nooit een geheim van gemaakt dat we hier willen blijven. Als kleurrijk gezelschap horen we bij Amsterdam. Dat rechtvaardigt ook deze plek.' Toegegeven, hij heeft ooit het woord 'oorlog' in de mond genomen in geval de gemeente haar oorspronkelijke plannen zou doorzetten, maar 'ik heb gezegd: als we weg moeten gaan we de barricades op, dan tekenen we protest aan. Geen echte oorlog, kom nou, er is al oorlog genoeg in de wereld.'

De gemeentelijke notitie Zoekactie Hell's Angels, verdween geruisloos van tafel. 'Geen reële opties', heette het. 'Er zijn nu eenmaal niet zo veel plekken meer in de stad', volgens de projectleidster, 'die voor een broedplaatsachtige functie in aanmerking komen.' De gemeente kon willen herstructureren en opwaarderen wat ze wilde, in 1998 was er sprake van een regelrechte impasse.

Inmiddels was de belangenvereniging Weespertrekvaart in het geweer gekomen. De terreingebruikers hadden weliswaar bezoek gekregen van ambtenaren en er was een inventarisatie van hun wensen gemaakt, maar die was volgens de vereniging vooral uitgevoerd in het licht van een eventuele ontruiming.

'Altijd weer die Hell's Angels', verzucht een medewerkster van Bevo Glas Kunst, 'alsof het niet ook gaat om onze werkgelegenheid.' Feit is dat aan de oorspronkelijke ambitieuze plannen een overeenkomstig prijskaartje hing; te ambitieus voor de kleine bedrijfjes op de kop van de Weespertrekvaart. En eerlijkheidshalve, geeft een van de gebruikers toe, 'zaten we hier waarschijnlijk al niet meer als we het Leger des Heils als buren hadden gehad'. De mede-gebruikers van de 'kop' hebben in de loop der jaren een verstandhouding opgebouwd met de motorclub, met als onbetwist voordeel dat de modale inbreker doorgaans niet op karwei gaat bij de buren van de Hell's Angels. 'Er is een wederzijds respect gegroeid tussen álle gebruikers', zegt Jan van Neck, voorzitter van de belangenvereniging. 'Wij wíllen niet zonder de Angels, en de Angels niet zonder ons.' In 1999 trad een windstilte in na de stormachtige ontwikkelingen die het grondbedrijf eerder had gesigna leerd in het gebied. Wederom stroopten gemeente-ambtenaren de stadsranden af, op zoek naar een geschikte broedplaats. Wederom tevergeefs.

Het was de belangenvereniging onder leiding van Van Neck die uiteindelijk het ei van Columbus presenteerde, een voorstel waarin iedereen zich vinden kon. Als we hier toch al zo lang zitten met z'n allen, zo luidde de redenering, en als ze ons toch niet zo maar wegkrijgen, waarom dan niet van de nood een deugd gemaakt? Op knap pen - prima, meende Van Neck, maar dan wel s men met ons. En buurman Big Willem meende dat het inderdaad geen kwaad kon de boel aan het begin van de Wenckebachweg een beetje strak te trekken.

Goede raad bleek voor de gemeente inmiddels veel waard: door de Angels een eigen hoek te geven, een deel van de 'kop', om een nieuw clubhuis te bouwen en een aantal van de huidige buren er als een soort buffer omheen te zetten, zou het gevreesde verzet worden voorkomen en waren de Hell's Angels onder de pannen. 'De Angels waren immers al geaccepteerd in het gebied. Daarom is het ambitieniveau een stukje verlaagd', verklaart de projectleidster.

Het was voor de gemeente een pennenstreek. Een geplande kantoorkavel en de bijbehorende inkomsten uit grondexploitatie in het hoogwaardige vestigingsmilieu werden opgegeven. Hiervoor in de plaats werd een 'minder hoogwaardig' deelterrein ingetekend. Duco Stadig, de wethouder ruimtelijke ordening, had zich inmiddels persoonlijk met de zaak bemoeid en kreeg in april de complimenten voor de 'verstandige balans tussen de minder geordende en zeer geordende kanten van de maatschappij'. Door een gebleken gebrek aan broedplaatsen en restplekken is Amsterdam hiermee waarschijnlijk de eerste hoofdstad ter wereld waar de Hell's Angels dankzij weldoordachte overheidsplanning officiële buren zijn van een van de grootste multinationals. Waarschijnlijk samen met de kleurrijke menagerie van het glasatelier, het lab, de eendenman en nog enkele bedrijfjes die deels worden gehuisvest in een bedrijfsverzamelgebouw. De nieuwe plannen en de financiële consequenties ervan worden momenteel uitgewerkt, het bestemmingsplan aangepast. 'Het is eigenlijk in strijd met alle wetten van de planning', zegt een planoloog, die het gebiedje zo eigenlijk wel vrolijk vindt. De schilderachtigheid van het bijzondere stukje Amsterdam zal over een paar jaar schuil gaan achter gevels die passen in het vooruitgangsmodel.

Het 'karakteristieke' huis van Marja de Jong blijft behouden, hoewel ze zich een beetje zorgen maakt over haar tuin met de grafstenen van enkele overleden huisdieren. LFFL, staat op het zerkje van tamme kraai Loco, een variant op de Angels-code ALLA, Angel Forever Forever Angel. Big Willem is tevreden en wil gezegd hebben dat de Angels niet zijn bevoordeeld. 'We gaan er in oppervlakte zelfs op achteruit, maar de gemeente heeft ingezien dat we bij de stad horen.' De projectleidster benadrukt dat de Angels niet anders zijn behandeld dan anderen, en de voorzitter van de belangenvereniging blijft de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden, maar denkt dat het wel goed komt.

Blijft over de vraag wat er met de oude bomen ('ongewenste begroeiing') gaat gebeuren, en al wat verder groeit en bloeit op de kop. Hell's Angel Fred woonde een paar jaar op het terrein in een pipowagen die inmiddels aan de elementen is toevertrouwd. Hij zag uilen, kikkers, wezels, egels, padden - en vissen en rivierkreeftjes in de vaart. Ooit is zelfs een vos gesignaleerd. 'Er zit hier echt van alles', vertelt hij 's avonds in het clubhuis met zo veel enthousiasme dat hij een schijnwerper pakt en we even later in het nachtelijk donker het terrein afstropen om de ecologische bijzonderheden van de Kop Weespertrekvaart in kaart te brengen. Klein wild - ook voorzover niet in winterslaap - houdt zich deze avond schuil, maar dat er grote oude bomen staan, rijkelijk begroeid met klimop, kan niet worden ontkend. 'Ze kunnen er het beste een parkje van maken', zegt Fred, 'dan hebben die mensen uit de Rembrandttoren ook een plek om tussen de middag te gaan zitten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden