Reportagecoronacrisis in een vluchtelingenkamp

‘Wij leven hier al jaren tussen ratten en kakkerlakken. Wij hebben een sterke afweer opgebouwd’

Het kamp in de buurt van Saadnayel in Libanon. Beeld Ana van Es

Ratten, kakkerlakken en modder hebben de opeengepakte vluchtelingen in de kampen van de Bekaavallei een hoop weerstand gegeven, denken ze. Daarom is het coronavirus er nog niet opgedoken. Maar dat verplichte binnenzitten sloopt de mensen. ‘Ik geef het nog een week. Dan ontploft de boel hier.’

Kom binnen, pas op, even bukken onder het zeil door. Moushira al Hassan (30), gevlucht uit Syrië, laat zien wat thuisblijven vanwege corona voor haar betekent. Ze heeft natuurlijk geen huis meer. Elke middag als de staatsveiligheidsdienst het kamp nadert met de luidspreker, sluit Moushira zich op in haar tent.

Met haar man en vijf kinderen.

Het grondzeil voelt kil aan. Dat komt van de bruine koude aarde eronder. Moushira kan voelen dat ze hier elke dag verplicht rondhangt van vijf uur ‘s middags tot de volgende ochtend vijf uur. ‘Ik heb er rugpijn van.’ Maar er zit niets anders op. Wie zich na de avondklok buiten de tenten waagt, die zo dicht op elkaar staan dat ze een muur vormen van plastic lappen, kan worden gearresteerd.

Haar zoontje van vijf begrijpt het niet. Hij wil buiten spelen. Dan moet ze hem slaan. ‘Eén klap maar hoor.’ Eerder deze middag bewerkte de buurvrouw haar kleuterzoontje met een bezem.

Het kamp waar Moushira bivakkeert, bij de stad Saadnayel in het hart van de Libanese Bekaavallei, heeft geen naam. Er zijn zoveel Syrische kampen – alleen al zeven rondom Saadnayel – dat namen geven geen doen zou zijn. Moushira heeft geluk. Ze zit in een modelkamp. Elke tent heeft een eigen keukentje – gasflessen omgeven door plastic lappen – en een wc. Er is een televisie om ‘s avonds naar Indiase Bollywoodfilms te kijken. Buiten hangt slechts een vage geur van ontlasting. Sinds een jaar hebben de Syriërs hier namelijk riolering. Dit is de opvang in de regio zoals Europa het graag ziet.

Opeengepakt

In Libanon is een op de vier inwoners Syrische vluchteling: anderhalf miljoen mensen. Meer bemiddelde Syriërs huren een kamer. Maar honderdduizenden zitten opeengepakt in de vruchtbare Bekaavallei, met uitzicht op de bergrug die de Syrische grens vormt. Landeigenaren kunnen hier meer geld verdienen met het uitbaten van een veld vol vluchtelingen in tenten dan met het kweken van tomaten en aardappels.

Tot nu toe zijn in Libanon 527 bekende gevallen van corona, maar officieel is nog geen enkele patiënt gesignaleerd in de overvolle tentenkampjes. Is het mogelijk om de Covid 19-uitbraak hier voor te blijven? Gemeentes in de Bekaavallei proberen het door de kampjes van de buitenwereld af te zonderen en de Syrische vluchtelingen aan vergaande beperkingen te onderwerpen. Zoals Omar al Halabi zegt, die een lokale hulporganisatie bestiert: ‘De geheime dienst controleert alles.’

Levensgevaar

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch waarschuwt voor discriminatie. Maar lokale autoriteiten geven aan dat ze met de rug tegen de muur staan. Een uitbraak van corona in de vluchtelingenkampen brengt iedereen in levensgevaar, zowel de Syriërs zelf als de Libanezen die in de omgeving wonen.

En dus wordt de weg naar het kampje van Mushira afgegrendeld door een checkpoint in handen van een jeugdmilitie die opereert onder gezag van de gemeente. Wapens hebben ze niet. Wel thermometers. Ze controleren passanten op koorts. De jongemannen zien erop toe dat Syriërs hun kamp niet verlaten. Dat mag onder geen beding, zelfs niet om buiten boodschappen te doen – er zijn kampwinkeltjes.

Van vijf uur ‘s middags tot vijf uur ‘s ochtends moeten alle vluchtelingen in hun tent blijven. De Libanese Staatsveiligheidsdienst patrouilleert in auto’s langs de kampen. Elke middag roepen de veiligheidsagenten vluchtelingen met luidsprekers op om naar binnen te gaan. Wie het waagt na vijven nog een luchtje te scheppen in de blubber buiten, dreigt te worden gearresteerd.

‘Dit is het ergste wat we hebben meegemaakt,’ zegt de Syrische Hala Mohamed (40) in haar spaanplaten kantoortje in het kamp. Hala is door de 72 families hier aangewezen als een soort kampoudste. Ze fungeert als aanspreekpunt voor hulporganisaties. Waarom zij voor deze functie is gekozen, begrijp je als ze zonder blikken of blozen zegt: ‘Vrouwen in Syrië regelen alles.’ Zij lobbyde ook voor de riolering die het kamp nu eindelijk heeft.

Afweer

Over het gevaar van corona is Hala nuchter. ‘Wij leven hier al zeven jaar tussen de ratten en de kakkerlakken. Wij hebben een sterke afweer opgebouwd.’ Maar over de beperkende maatregelen maakt ze zich zorgen. ‘Ik geef het nog een week. Dan ontploft de boel hier.’

Dit is de zoveelste crisis. In oktober 2019 begonnen in Libanon grootschalige protesten tegen de toenmalige regering. De demonstranten blokkeerden de snelweg van Beiroet naar Damascus die door Saadnayel loopt. De handel stortte in. De Libanese pond kelderde dramatisch in waarde. Veel vluchtelingen in dit kamp verloren daarop hun werk als dagloner op de omliggende akkers.

Nu het kampje op slot zit vanwege de corona-uitbraak, is werken helemaal verboden. Bovendien komen hulporganisaties nauwelijks nog voedselpakketten brengen die ze eerder wel brachten, zegt Hala. Haar medebewoners hebben een bankkaart van de VN waarmee ze eten kunnen kopen, maar dat is volgens haar niet genoeg, zeker niet omdat de prijzen van groente als gevolg van de inflatie de pan uit rijzen.

‘Toen we nog op het land werkten, mochten we aardappelen meenemen’, zegt Moushira, die erbij komt zitten. Haar tweelingdochters van 9 klagen dat er bijna nooit meer wordt gekookt. ‘Ze zeggen: elke dag brood en yoghurt? Maar wat moet ik anders? Ik maak me zorgen over corona, maar als dit zo doorgaat, gaan mijn kinderen dood van de honger.’

School

Naar de plaatselijke school, die buiten het kamp ligt, liet ze de tweeling sowieso al niet meer gaan. De wandeling ernaartoe vond ze onveilig voor meisjes. Ze kunnen ‘een beetje’ lezen. In het kamp is het normaal dat kinderen vroeg met school stoppen, vertelt Hala. ‘Jongens gaan naar school tot ze een jaar of zeven, acht zijn. En daarna gaan ze werken.’

Daarover maakt ze zich zorgen: al die jongens en mannen die nu de hele dag in en rond de tent hangen. ‘De liefste man buiten is de ergste thuis. Want als hij thuis is, heeft-ie niets te doen. En dat gaat problemen geven.’

Moushira weet daar alles van. Haar man kan niet werken vanwege een oogaandoening. Zijzelf werkte naast het huishouden tot voor kort op het land. Dat gaf spanningen in het huwelijk. Vorig jaar is ze de tent uit gevlucht, weg van haar man. Daarop bemiddelde Hala, die je over mannen niets hoeft wijs te maken: ‘90 procent van de mannen kijkt altijd naar andere vrouwen, zelfs als ze een knappe echtgenote hebben.’ Ze legde Moushira’s echtgenoot uit: het is niet eervol wat jij doet.

Het hielp. Moushira kon terug naar haar tent. Maar nu zit ze elke dag van vijf tot vijf op de lip van haar man en kan ze niet meer vluchten. ‘Je moet het verdragen, vanwege de kinderen.’

Geen zeep

Hala pakt een papieren zakdoekje. Even haar neus snuiten. Kan corona hier inderdaad worden geweerd? De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR wijst op de preventiecampagne die volgens een woordvoerder ‘heel vroeg, in februari’ is gestart. Hala herinnert zich dat een spuitwagen het kamp kwam desinfecteren. De vluchtelingen kregen uitleg: niezen in je elleboog en handen wassen. Dat laatste blijkt lastig. ‘Er is hier geen zeep. We hebben geen geld om zeep te kopen.’

In Saadnayel zijn twee medische klinieken. Maar testen op een coronabesmetting kan alleen in een ziekenhuis in de Libanese hoofdstad Beiroet, op een uur rijden hiervandaan. Met eigen vervoer komen Syriërs uiteraard niet langs de checkpoints, nog los van de kosten die dat met zich mee zou brengen. Na toestemming van het ministerie van Volksgezondheid mag een vluchteling wel per ambulance worden vervoerd, op kosten van de VN.

Een lokale hulpverlener die op een ambulance rijdt, blijkt Palestijns te zijn. Dat zou je bijna vergeten: Libanon kent ook nog eens bijna een half miljoen Palestijnse vluchtelingen. Zij wonen niet in tenten en hebben meer bewegingsvrijheid, maar ook hun verarmde gemeenschap loopt grote risico’s als corona toeslaat. De Palestijnse gemeenschap die al decennia in Saadnayel woont, concurreerde de afgelopen jaren met de Syrische nieuwkomers om hetzelfde laaggeschoolde werk.

Voor Syrische vluchtelingen die mogelijk zijn besmet met corona, maar niet gelijk kunnen worden getest of alleen milde klachten hebben, werkt de VN-vluchtelingenorganisatie aan iets innovatiefs. Zoals de woordvoerder zegt: een ‘bouwwerk voor zelfisolatie’. Op foto’s ziet het eruit als een tent van blauw plastic. In het kampje bij Saadnayel is zo’n isolatietent echter nog niet verrezen.

‘Als hier iemand besmet raakt, krijgt het hele kamp het’, verzucht Hala. Daarom is ze extra verheugd over het vuil in het kamp, dat de bewoners na al die jaren hopelijk immuun heeft gemaakt tegen ziektekiemen. Demonstratief stapt ze in een modderpoel tussen twee tenten. ‘Goed voor de weerstand.’

Verder lezen over het coronavirus

Economie Isoleer de ouderen en laat het coronavirus rustig zijn gang gaan: het lijkt zo’n aanlokkelijk idee. Maar een vreselijke ramp die tienduizenden Nederlanders het leven zal kosten, is daarmee nog altijd niet van de baan.

Social distancing Zaterdag ging het op de meeste plaatsen goed. Ook op deze zonnige zondag geldt de dringende oproep: laat strand, bos en park links liggen!

Opinie Frontlinie, frontberichten, helden: die oorlogstaal bij de coronacrisis is schadelijk voor onze veiligheid, waarschuwen Inge Mutsaers en Stan van Pelt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden