Wij kunnen beter vechten

Vrouwen sluiten zich aan bij het Vrije Syrische Leger, dat strijdt tegen president Assad. De tijd van alleen maar protesteren is voorbij, zegt Am Ar'oa. 'Het is ons recht om ons te verdedigen tegen wat ons nu wordt aangedaan.'

Am Ar'oa (37) fluistert wanneer ze haar woede beschrijft. Haar ogen gaan schichtig door de kamer, haar hand steunt losjes op een oude kalasjnikov die met een blauw lint om haar nek hangt. 'Wat kan ik anders doen dan vechten?', vraagt ze. 'Demonstreren terwijl het leger gas, tanks en vliegtuigen inzet? Dat heeft geen zin meer. Mijn man is gemarteld, mijn zonen zitten gevangen, ik heb niets meer te verliezen.'


Om haar heen zitten acht gesluierde vrouwen op dunne matrasjes voor een witte muur. Am Ar'oa zit in het midden, haar rode jurk komt nog net onder haar zwarte gewaad vandaan. Sinds vier maanden is ze de commandant van een groep van dertig vrouwen die zich de Ahfad Aisha M'omnin noemen, 'de kleindochters van Aisha, moeder der gelovigen'.


Op dit moment zijn ze in training bij rebellen van het Vrije Syrische Leger om zich voor te bereiden op hun eerste gevechten in de frontlinie. Daarnaast bewaken ze enkele checkpoints in de regio en zetten ze zich in voor vrouwen in een nabijgelegen opvangkamp. Het is voor zover bekend de tweede groep strijders in het Vrije Syrische Leger die volledig uit vrouwen bestaat. Binnen de gelederen van het Vrije Syrische Leger zouden ruim driehonderd vrouwen actief zijn, en hun aantal neemt toe.


In oktober stapte de vrouwelijke generaal Zubaida al-Meeki over van het leger naar de rebellen, in januari dook een video op van de 37-jarige moeder Givara die als sluipschutter werkzaam was in Aleppo, en op YouTube verscheen een Russische strijdster die de Russische steun aan het Syrische regime fel bekritiseerde en vrouwen in Syrië opriep de wapens op te pakken.


Het is moeilijk na te gaan in hoeverre dergelijke beelden echt zijn of een nieuwe manier om propaganda te voeren, maar het taboe in de samenleving om vrouwen mee te laten vechten komt - noodgedwongen - onder druk te liggen.


De leden van de militie leven met dit geweld en willen maar een ding: dat het regime zo snel mogelijk verdwijnt. Om hun identiteit te verbergen, dragen ze de gewaden en ze houden geheim in welke regio ze precies actief worden. Ze gebruiken als pseudoniem am, dat moeder betekent, gevolgd door de naam van hun oudste kind. Sinds kort zou het Syrische leger ook vrouwen om hun identiteitspapieren vragen, en die zeggen nog liever te sterven dan dat ze in handen van de militairen vallen.


Am Akba (27), een oud-verpleegster uit een dorp nabij Idlib, besloot de wapens op te pakken nadat een sluipschutter tijdens een demonstratie haar neef door zijn hoofd had geschoten. Hij was op slag dood. Haar vader raakte verlamd en haar broer en oom werden gevangen genomen. Haar kwaadheid maakt haar meer vastberaden dan haar mannelijke collega's, zegt ze fel. 'Vrouwen vechten met hun gevoel, daardoor is het voor hen makkelijker om te vechten dan voor mannen. Wij hebben alles al verloren.'


Het moet stoppen

Naast haar zit Am Mohammed (38), die zichtbaar met haar meeleeft. Haar man stierf op het platteland in de provincie Idlib. 'Ik krijg de kracht van de pijn die ik heb', zegt ze somber. Ze frunnikt aan het gouden armbandje dat ze draagt en vervolgt: 'De revolutie duurt te lang. Het moet stoppen, zo snel mogelijk. Daarom vecht ik.'


De vrouwen uit de Ahfad Aisha M'omnin-militie komen uit conservatieve families rond steden als Hama, Idlib, Aleppo en Homs. Ze leden enorme verliezen en leefden ook vóór de opstand vaak al in onmin met het regime. Am Ar'oa's vader verdween beginjaren tachtig in de gevangenis tijdens de opstand tegen het regime, omdat hij deel uitmaakte van de Moslimbroederschap, de islamitische oppositie in het land. Ze heeft nooit meer iets van hem vernomen, maar door zijn werkzaamheden krijgen haar kinderen nog steeds niet dezelfde rechten als andere Syriërs.


Strenge islam

Ook haar man zat tot voor kort gevangen. 'Hij werd geassocieerd met de strenge islam, omdat hij een baard had en vaak naar de moskee ging', zegt ze boos. 'Dat moet afgelopen zijn. De vrijheid waarvoor ik strijd, is de vrijheid van mijn kinderen. Het is een jihad voor vrijheid, democratie en rechten. We willen gelijke rechten voor iedereen.'


Zover is het nog lang niet. En de vrouwen ondervinden niet alleen tegenstand van het regime-Assad. Het dorp waar de vrouwen actief zijn, wemelt van de Syrische en buitenlandse jihadi's. Radicaal islamitische groepen vinden dat vrouwen niet horen te vechten zolang er nog voldoende mannen zijn die dit kunnen doen.


Mahmud Abduhl Salam, kapitein van de lokale Jabhat al-Nusra militie, zo'n radicale groep, zegt de vrouwen van de Ahfad Aisha M'omnin-militie niet tegen te houden als ze de wapens oppakken, maar keurt hun streven wel af. 'Vrouwen zijn belangrijk in de revolutie, maar niet in de frontlinie. Net zoals in Mohammeds tijd mogen ze wapens dragen om zich te verdedigen, niet om te vechten. Ze krijgen de rechten die in de Koran staan.'


Glimlachend licht hij zijn standpunt toe. 'Als vrouwen mee zouden vechten met ons, wie moet er dan op de kinderen passen? Wie moet het huishouden dan doen? Vrouwen hebben veel rechten in de islam, maar deze zijn anders dan die van mannen.'


Dergelijke geluiden maken Am Ar'oa woest. 'We kunnen vechten, maar we verliezen het recht te vechten in deze gemeenschap.' Ze heeft islamitisch recht gestudeerd in Aleppo en is niet te beroerd om haar mannelijke geloofsgenoten op hun misvattingen te wijzen. Hiervoor organiseert ze bijeenkomsten in dorpen en vluchtelingenkampen in het Syrië. 'In Mohammeds tijd vochten vrouwen ook', legt ze uit. 'Het is geoorloofd omdat dit een heilige oorlog is, een jihad. Het is ons recht om ons te verdedigen tegen wat ons nu wordt aangedaan.'


Syrië was officieel seculier en leek van buitenaf geëmancipeerd, maar de realiteit was anders. Vrouwen hadden amper rechten en hun rol werd begrensd door traditie en een dictator die om de islamitische oppositie te paaien hun rechten beknotte. De revolutie gooide alles open en deed vrouwen dromen van nieuwe kansen. Maar de oorlog zet alles weer op de tocht.


Buitengesloten

'Veel vrouwen die zich vanaf het begin hebben ingezet voor de revolutie voelen zich buitengesloten', zegt Thuraya Shammiyeh (38). Ze doet met haar eigen organisatie sinds 2010 onderzoek naar de rol van vrouwen in de revolutie, waarvoor ze verschillende interviews afnam in en buiten Syrië. Momenteel werkt ze vanuit Beiroet onder dit pseudoniem, zodat het regime haar het werken niet onmogelijk kan maken.


Ze is nu bezig met het interviewen van vrouwen uit de conservatieve buitenwijken van Damascus. 'Zij kunnen niet zomaar de wapens oppakken, omdat hun omgeving het afkeurt en ze niet gewend zijn om te vechten. Daarmee verliezen ze hun plaats in de revolutie.'


Dat terwijl vrouwen uit alle lagen van de bevolking een enorme bijdrage hebben geleverd. Ze gingen massaal de straat op om te demonstreren, namen strijders en vluchtelingen op in hun huizen, verzorgden maaltijden, verstopten wapens, runden ziekenhuizen, zetten beeldmateriaal online, schreven blogs en zamelden spullen in voor hun getroffen landgenoten. Overal in het land stonden vrouwen op die het voortouw namen in lokale initiatieven, en dat doen ze nog steeds.


'Vrouwen moesten noodgedwongen alleen de straat op en spraken met mannen om oplossingen te vinden. Seculiere vrouwen hielpen bombardementen streng gelovige vrouwen en andersom. Dat heeft iets veranderd waarvan ik hoop dat het niet meer kan worden teruggedraaid.'


Ook de vrouwen van de Ahfad Aisha M'omnin klinken strijdvaardig. 'Wij zullen ons blijven inzetten voor vrouwenrechten en als dat nodig is iedereen bestrijden die ons dit wil ontnemen', zegt Ar'oa. 'Na Assad zal heel Syrië vrij zijn, ook de vrouwen. Misschien krijgen we binnenkort een vrouw in het parlement, misschien zelfs een vrouwelijke president.'


CONFLICT

VROUWEN IN DE REVOLUTIE


In het conflict in Syrië zijn tot op heden ongeveer 5500 vrouwen gedood. Dat zijn 7 procent van de slachtoffers volgens crowdvoice.org, die zich door publiek wereldwijd laat voeden met informatie over protestbewegingen.

De dodelijkste maand tot nog toe was augustus 2012, toen 627 vrouwen omkwamen, de meesten van hen door beschietingen door tanks, maar ook luchtaanvallen maakten veel slachtoffers.

Zoals in veel conflicten komt ook in Syrië seksueel geweld tegen vrouwen vaak voor. Er zijn 140 meldingen van seksueel geweld gerapporteerd. Daarbij gaat het soms om vrijwel de hele vrouwelijke bevolking van dorpen.

Vrouwen mogen dan een belangrijke rol spelen in de revolutie, dat betekent niet dat ze niet goed zijn gerepresenteerd in de grootste oppositiegroepen in het buitenland.

De Nationale Coalitie telt slechts drie vrouwen, oftewel 4 procent van het totaal. De Syrische Nationale Raad, geleid door George Sabra, een prominente seculiere linkse oppositieleider, heeft geen vrouwen in het uitvoerend comité. En van die Raad is slechts minder dan 8 procent vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden