'Wij hebben nog een lange weg te gaan'

Het begon tien jaar geleden met de Amsterdamse jeugdhulpverlener Harrie Postma, die bij door de Bijlmerramp getraumatiseerde kinderen vaststelde dat actieve sportbeoefening zinvoller was dan vele andere therapieën. Het probleem in sommige gevallen was het geld, de contributie-afdracht. Vandaar dat Postma besloot het Jeugdsportfonds op te richten, een organisatie die sindsdien kinderen uit achterstandsgezinnen helpt de brug naar de sportclub te slaan.


Diego Nibte uit de Bijlmer was tien jaar geleden de eerste die via het Jeugdsportfonds de kans kreeg lid te worden van een karateclub. Vorige week trad hij voor het voetlicht om de 12-jarige Imane Saoud uit Veenendaal als het 50.000ste kind dat steun krijgt de waardecheque te overhandigen voor een clinic met voetbalinternational Anouk Hoo- gendijk van FC Utrecht.


Het Jeugdsportfonds betaalt tot 225 euro de contributie en sportkleding van kinderen die uit eigen gezinsmiddelen niet in staat zijn zich aan te sluiten. 'Alle kinderen moeten kunnen sporten', zegt algemeen directeur en zevenvoudig Nederlands tafeltenniskampioen Trinko Keen oprichter Harrie Postma na.


'En we zijn nodig. Dat blijkt uit het feit dat het Jeugdsportfonds nog nooit zoveel aanvragen heeft gehad als het afgelopen jaar. We hebben 19.500 kinderen kunnen helpen, precies 50 procent meer dan het jaar ervoor. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Uit cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat 340.000 kinderen leven in armoedegezinnen. Bijna de helft van deze kinderen participeert niet.'


Het Jeugdsportfonds is een praktische oplossing. Op een laagdrempelige wijze kan een kind via de aanvraag van een professional uit de omgeving van het kind gaan sporten, aldus Keen. 'We werken nog steeds vanuit dezelfde gedachte: geld mag geen obstakel zijn om lid te worden van een sportclub. Het probleem zal zichzelf niet oplossen, want door de crisis en het bezuinigingsbeleid van de gemeenten zijn wij voorlopig gewoon hard nodig. Ook dit jaar zullen weer 20.000 kinderen naar ons toe komen en we kunnen vanuit onze doelstelling niemand teleurstellen.'


De methode van het Jeugdsportbeleid is overal dezelfde, maar het armoedebeleid is lokaal verschillend. Het Jeugdsportfonds treedt niet in structuren, maar wil slechts faciliteren. Keen: 'We gaan niet opeens sportstimuleringstrajecten instellen, de basis van wat we doen blijft smal. En die basis is nu in ruim tien jaar steeds verder ontwikkeld en laten we niet los.


'Met dit verschil dat we als maatschappelijk partner nauwere contacten met NOC*NSF, de KNVB, NISB en de foundations van Cruijff en Krajicek aangaan. Om de problemen van obesitas en jeugdcriminaliteit en vanwege het simpele feit dat zoveel kinderen uit armoedegezinnen niet sporten, is samenwerking met andere partijen van groot belang.'


Het Jeugdsportfonds participeert inmiddels in elf provincies en heeft zich geworteld in meer dan 100 Nederlandse gemeenten. 'Grote gemeenten als Arnhem, Amsterdam en Rotterdam werken met ons samen om hun eigen aanpak van steunverlening te koppelen aan die van ons , dat werkt prima. Maar naast publieke, zijn we op zoek naar meer private steun bij het bedrijfsleven. Ons motto is simpel, elk bedrijf kan al voor 250 euro per jaar sponsoren en daarmee ervoor zorgen dat het kind gaat sporten.


De via onderwijs, gezondheidszorg en welzijn ingediende aanvragen blijven anoniem; 26 procent van de aanvragen komen uit het voetbal, zwemmen en de gevechtssporten zijn een goede nummer twee en drie. 'We hebben groei-ambitie, omdat nu is vastgesteld dat van de 340.000 kinderen in armoede hooguit de helft meedoet. Onze ambitie is om die hele groep te bereiken.'


Keen heeft zich met zijn topsportershart gestort op een totaal nieuw leven. 'Wij willen hét Goede Doel van de georganiseerde sport worden. Wat ik heb meegenomen is mijn netwerk en mijn drive, maar verder staat mijn werk ver af van wat mijn leven was, de topsport. Maar ik heb wel mijn verleden, mijn achtergrond als kind in een groot tafeltennisgezin.


'Als kind realiseer je je niet hoe groot de waarde van verenigingsleven is. Later wilde ik van het spelletje mijn beroep maken, en ging ik mijn eigen weg. Bij de Bundesliga-clubs was ik een passant, bij Shot in Wageningen ik de kernwaarden van het ware clubgevoel ondergaan. Achteraf weet je hoe groot de lessen zijn geweest die je daar hebt geleerd.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden