Interview

'Wij hebben geen anti-westerse geluiden gehoord'

Trees Pels en Ahmed Hamdi, de onderzoekers Salafistische organisaties staan niet bekend om hun openheid. Hoe lastig is het om een koranschool als Dar al-Hudaa te onderzoeken?

De alFitrah-moskee in Utrecht. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Onderzoekers Trees Pels en Ahmed Hamdi van het Verwey-Jonker Instituut hebben de afgelopen maanden op eieren gelopen. Want onafhankelijk onderzoek doen naar een salafistische (ultra-orthodoxe islamitische) organisatie is geen gemakkelijke opgave in het gepolariseerde politieke klimaat. Zeker niet als het een stichting betreft die geregeld negatief in het nieuws is: de alFitrah moskee in Utrechtse wijk Overvecht.

In september viel de FIOD daar binnen voor nader onderzoek naar mogelijke witwaspraktijken, nadat er eerder al berichten waren geweest over dubieuze geldschieters uit Koeweit. Ophef is er geregeld over 'haatpredikers' die door het moskeebestuur zouden worden uitgenodigd. En over de inhoud van de koranlessen. Leerlingen zouden daar leren ongelovigen te verafschuwen en westerse waarden als gelijkheid van man en vrouw, van homoseksuelen en andersgelovigen te verwerpen.

'Wij hebben geen anti-westerse geluiden gehoord', zeggen Pels en Hamdi, die voorafgaand aan het interview al 'waarschuwden' dat ze 'een genuanceerd verhaal' hebben. In opdracht van de gemeente Utrecht maakten zij een pedagogisch-didactische analyse van de aan alFitrah verbonden moskeeschool Dar al-Hudaa. Pels: 'In onze rapportage laten we zien dat de kinderen geleerd krijgen dat ze netjes moeten zijn tegen andere mensen, ook tegen andersgelovigen. Dat ze hun best moeten doen op school, zich moeten inspannen om zich op de arbeidsmarkt in Nederland een plek te verwerven en dat ze zichzelf moeten zien als Nederlanders.'

'Al-Fitrah moskee leert kinderen niet bewust onverdraagzaamheid'

Leerlingen van de aan de Utrechtse Al-Fitrah moskee gelieerde Koranschool Dar al-Hudaa wordt niet bewust onverdraagzaamheid jegens ongelovigen en afkeer van het Westen aangeleerd. Wel krijgen ze op het hart gedrukt dat ze onverkort moeten vasthouden aan hun orthodox islamitische identiteit. Ook als hun islamitische waarden haaks staan op wat in de samenleving gebruikelijk is.

Hamdi: 'Wel met behoud van hun islamitische identiteit volgens de salafistische visie van alFitrah en dat brengt risico's met zich mee.'

Pels en Hamdi benadrukken dat het uniek is dat zij toegang hebben gekregen tot de moskeeschool. Salafisten staan niet bepaald bekend om hun openheid. Behalve met bestuursvoorzitter imam Suhayb Salam, hebben ze gesproken met vijf leerkrachten, tien ouders en elf leerlingen. Verder hebben ze gedurende vijf dagdelen lessen bijgewoond en lesmateriaal bestudeerd.

Maar hun aanpak roept ook vragen op. Hebben ze niet te veel toegegeven aan de eisen van het moskeebestuur? Bij de gesprekken met de kinderen was altijd een vertegenwoordiger van de moskee aanwezig. Hoe vrijuit kunnen die dan praten? Bovendien is op verzoek van imam Salam het bijvoeglijk naamwoord salafistisch niet aan de moskee en de school gekoppeld.

Hamdi: ' Volgens Salam heeft het woord salafisme een te negatieve lading en wordt het in het publieke, politieke en wetenschappelijke debat in Nederland fout gebruikt. Daarom accepteert hij niet dat anderen de organisatie salafistisch noemen.'

Pels: 'We hebben ons daaraan geconformeerd, maar maken tegelijkertijd door de hele tekst duidelijk dat hun opvattingen salafistisch te noemen zijn. Zij zeggen de zuivere islam aan te hangen volgens de leer van de Koran en het voorbeeld van de profeet en zijn metgezellen. Maar uiteindelijk was het niet onze opdracht te bepalen welke stroming ze nu precies wel of niet volgen.'

De onderzoekers benadrukken uitsluitend het pedagogisch klimaat te hebben bestudeerd voor kinderen van 5 tot 14 jaar. Pels: 'Je kunt bepaalde dingen verhullen, maar veel ook niet. Wij lezen veel af aan de non-verbale houding van de kinderen, we zijn pedagogen. Wat wij voor onze verantwoording kunnen nemen, is dat de kinderen gemotiveerd lijken, de leerkrachten warm zijn, geen sprake is van een autoritaire aanpak en ouders actief bij de school betrokken worden. Niet met zekerheid kunnen we zeggen dat nooit afstand wordt genomen van de Nederlandse maatschappij door leerkrachten in hun uitlatingen of in hun interactie met leerlingen. Maar we zijn dat niet tegengekomen.'

Dat beeld staat haaks op de reputatie van alFitrah.

Hamdi: 'De kinderen leren ook normen en waarden die minder goed vallen in de samenleving. Geen fysiek contact tussen man en vrouw, dus ook geen handen schudden. Niet mogen luisteren naar muziek, het niet mee mogen vieren van niet-islamistische feesten. Kinderen die geen kerstdiner mee willen maken op school, worden in hun strijd tegen de school bijgestaan door Salam. Die verdedigt ook dat leerlingen wegblijven van een klassenuitje naar bijvoorbeeld de Westergasfabriek, waar hiphop of breakdance wordt geboden. Zaken die in strijd zijn met hun geloof.'

Pels: 'Kinderen wordt geleerd elkaar aan te spreken op hun correcte, islamitische gedrag. Dat kan irritant overkomen. Er wordt overigens wel bijgezegd ermee te stoppen als anderen er niet van gediend zijn. In de zin van: dan moet je het zelf maar weten.'

Zijn ze ook zo keurig op straat?

Pels: 'Dat weten we niet. Daar hebben we niet geobserveerd.'

Als kinderen voortdurend horen dat muziek, het vieren van Sinterklaas, Kerstmis en verjaardagen slecht is en fysiek contact tussen man en vrouw niet wordt geaccepteerd, gaan ze dan niet automatisch met de rug naar de Nederlandse samenleving staan?

Pels: 'We laten twee kanten van de medaille zien. Goed meedoen op de onderwijs- en arbeidsmarkt wordt gestimuleerd, vaak meer dan op andere moskeescholen. Dar al-Hudaa is professioneler, heeft bijvoorbeeld een pedagogische medewerker in dienst. Tegelijkertijd bestaat het risico dat door de genoemde gedragsmatige zaken de kansen van de kinderen in de maatschappij worden beperkt.'

Hamdi: 'Het ligt niet zwart-wit. Kinderen die op een niet-islamitische basis-school zitten worden niet gedwongen naar een islamitische school over te stappen. Een vader vertelde me dat zijn kind wel krentenbrood mag mee-eten tijdens het kerstontbijt, maar moet afhaken als uit de Bijbel wordt voorgelezen. Sommige kinderen mogen wel dansen op anasheed (islamitische lofliederen, red.). Er zijn onder ouders verschillende opvattingen.'

Het geworstel van de samenleving met een aanbod als dat van Dar al-Hudaa legt volgens de onderzoekers een breder probleem bloot. De tijd van schimmige koranschooltjes, waar gebrekkig onderwijs wordt gegeven en lijfstraffen soms niet worden geschuwd, lijkt voorbij. In het algemeen groeit de behoefte aan gedegen, geprofessionaliseerd koranonderwijs.

Hamdi: 'AlFitrah is in dat gat in de markt gesprongen, loopt twee stappen voor op andere moskeescholen.'

Pels: 'Het is belangrijk dat manieren worden gevonden om die behoefte van moslimouders op een verantwoorde manier vorm te geven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden