'Wíj geloofden nog ergens in'

Wat zouden we móeten weten van muziek, theater of literatuur?..

'Dat stoeltje vind ik echt walgelijk'. Wim Crouwel wijst in de studio van Frank Tjepkema naar de Meet Kong van Philippe Starck, een stoel naar 19de-eeuws model, gegoten in hoogglans kunststof.

'Een truc!', sneert Crouwel. 'Te gemakkelijk. Je kunt alle oude stoelen wel vertalen in plastic.' Nee, dan de gestroomlijnde bureaustoel Aeron van Herman Miller: 'Prachtig'. Maar: 'Hoe kunnen die twee in één ruimte staan?'

Tjepkema: 'Wij omarmen alles. Voor mij is diversiteit het beginpunt - van een omgeving, een samenleving, een ontwerp. Ik denk dat dat het verschil is: jij bent veel eenduidiger.'

Crouwel: 'Absoluut. Thuis heb ik minimalistische meubelen, dat staat toch het dichtst bij het modernisme. Veelvormigheid werkt mij snel op de zenuwen.'

Wim Crouwel had het van tevoren al benadrukt: 'De canon heeft met leeftijd te maken. Het verschuift. Elke generatie heeft zijn eigen helden.' Crouwel (1928) is 'een kind van het modernisme'. Frank Tjepkema (1970) een pendant van de generatie die zich juist afkeert van die in Nederland zo lang dominante beweging.

Het verschil spreekt uit hun beider lijstjes. Louter 'mastodonten' van het modernisme prijken op Crouwels persoonlijke topvijf: van Marcel Breuer ('die het buismeubel populair maakte') en Alvar Aalto ('die met hout deed, wat Breuer presteerde met staal') tot Friso Kramer ('de meest fundamentele Nederlandse ontwerper, die compromisloos de flauwekul van het noodzakelijke scheidt').

Tjepkema koos daarentegen voor vijf 'extremen' die hun weerslag hebben op het hedendaagse ontwerp: zoals William Morris, die zich met Arts & Crafts afzette tegen de vroege industriële revolutie ('een mentaliteit die wordt weerspiegeld in de handgemaakte, individuele ontwerpen van Hella Jongerius of Jurgen Bey').

Crouwel: 'Ik kom uit een modernistische tijd, daar kom ik nooit meer van los. Hoewel ik, naarmate ik ouder word, meer doorkrijg wat er niet aan klopte: die ongebreidelde utopie van een betere maatschappij, dat moraliserende vingertje - achteraf wat kinderlijk misschien.' Wat hij nog altijd belangrijk vindt aan de beweging, is de mentaliteit: ergens in geloven. 'Dat mis ik bij hedendaagse ontwerpers. Wat is hun standpunt? Bij de modernisten was dat helder: die hadden altijd de mensen in het vizier.'

Tjepkema is het daar pertinent mee oneens: 'Het modernisme ging over zulke grote gebaren, dat het de mens juist uit het oog verloor.' Het is van bovenaf opgelegd, hield zich niet bezig met het kleinschalige, maar vooral met functie en effectiviteit, en dat heeft geleid tot een zekere vervreemding van de mens, stelt hij.

'Je ziet het aan hoe Nederlandse nieuwbouwwijken zijn georganiseerd: zo ontzettend repetitief en saai.'

Trachtte het modernisme 'alles gelijk te trekken', de reactie van jonge ontwerpers is 'zich heel individualistisch op te stellen'. Tjepkema: 'Ik probeer ontwerpen persoonlijk te maken, met een verhaal, opdat mensen zich ermee kunnen identificeren en onderscheiden.' Of neem Droog Design: 'Dat probeert binnen de methoden van de industrie toch individualiteit aan een ontwerp toe te voegen. Dat mis ik in het modernisme: dat vormgeving gebruikt wordt als communicatiemiddel.'

'Dat is quasi-individualisering', repliceert Crouwel: 'Wel van de maker, niet van de consument. Modernisten waren er juist op uit producten onbelangrijk, onnadrukkelijk te maken, zodat mensen zich geestelijk konden ontplooien - bijna zoals een monnik in een kale cel. Tegenwoordig getuigen ontwerpen van een sterke identiteit van de maker. Die wordt regelrecht over andermans leven heen gelegd.'

Hun meningsverschil is wellicht deels terug te voeren op de ontwikkeling die productvormgeving heeft doorgemaakt, stelt Tjepkema. 'Veel functionele problemen zijn inmiddels opgelost. Als doel hebben een beter stoeltje te maken dan de Revolt (1953) van Friso Kramer heeft weinig zin.' Vernieuwing zit niet meer in functionaliteit, maar in het communicatieve en conceptuele element van vormgeving, stelt hij. Vandaar dat ze op zijn topvijf prijken: de 'communicator' Philippe Starck, en architect Rem Koolhaas, 'die functionaliteit niet weggooit, maar er een conceptuele grondslag voor gevonden heeft.'

Crouwel: 'Ik vind het concept ook ontzettend belangrijk. Alleen, het moet ook gerealiseerd worden. Neem Droog Design: dat is een verzameling van ideeën, waarvan de praktische uitvoerbaarheid vaak nog moet blijken. Het is fascinerend wat ze doen, maar ik geloof dat het van voorbijgaande aard is.' En wat Koolhaas betreft: 'Ik vind hem een heel grote man, maar meer als denker, dan als bouwer. In de architectuur vind ik modernisten als Le Corbusier nog altijd boven alles uitkomen. Het moet nog maar blijken wat van Koolhaas, MVRDV en andere jongens overblijft.' Ondanks het generatieverschil hechten beiden grote waarde aan een canon, zoals de letterkundige Frits van Oostrom, in opdracht van minister Maria van der Hoeven, gaat samenstellen. 'Al is het wel essentieel dat die canon wordt geïmplementeerd in het onderwijs', stelt Tjepkema.

Precies daar schuilt volgens beiden het probleem: op kunstacademies is het vak kunstgeschiedenis een ondergeschoven kindje. De lessen zijn vaak facultatief, en worden door studenten nauwelijks bezocht. 'Ik begrijp het wel', zegt Crouwel: 'In die fase van hun leven interesseert dat studenten niet. Ze zijn de hele dag bezig met dingen creëren.'

De gevolgen zijn echter desasstreus. Crouwel: 'Ik denk dat de naam Breuer jonge studenten niks zegt. William Morris is vrees ik ook een lastige. Je noemt namen van ontwerpers die belangrijk werk hebben gedaan, en ze staan met hun oren te klapperen. Dat vind ik echt waanzinnig, een belediging !'

Kunstgeschiedenis - liever nog: ontwerpgeschiedenis - dient weer een verplicht vak te worden. Niet omdat het gebrek aan historisch besef slechtere ontwerpen oplevert. 'Maar het nadenken over de dingen', zegt Crouwel, 'je werk kunnen presenteren aan opdrachtgevers, argumenten gebruiken, dat mis ik. Enorm.' Tjepkema: 'Er sluipt een oppervlakkigheid in productvormgeving, dat is heel kwalijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden