Column

Wij gaan toch ook niet naar de Keukenhof?

 

Pompei.Beeld ANP

Het heeft iets ongemakkelijks, willekeurige voorbijgangers aanklampen om de weg naar het bordeel te vragen, maar als je in Pompeii bent wordt het je toch niet al te zwaar aangerekend. Iederéén is daar trouwens op zoek naar het bordeel, van ginnegappende Aziatische dames op hoge hakjes in de plensregen tot een Duitse gymnasiumklas balende pubers, aangevoerd door een blaterige betweter van een leraar oude talen.

Het leukste aan Pompeii is dat je jezelf kunt inbeelden een Romein te zijn; je hoeft alleen maar even je flodderige plastic wegwerpregenjas om te denken naar een toga, de ruïnes naar statige huizen met een blaffende kettinghond voor de deur, de geur van sinaasappelbloesem naar die van rottende vis, de karresporen in de wegen bereden door ossenwagens, het vervallen badhuis vol zwetende mensen en de gaten in de toonbanken gevuld met amforen vol wijn en schalen olijven. Echt eenvoudig is dat inleven dus nog niet.

Als het maar niet zo regende. Had het indertijd zo geregend dan was die uitbarsting van de Vesuvius beslist door al dat water in de kiem gesmoord. Dan hadden we nu niet staan kijken naar het gipsen afgietsel van een man, in zijn slaap door de kolkende lava overmeesterd, en die hond, voor eeuwig verstild terwijl hij zijn oor probeerde te krabben.

Honden zijn er trouwens nog steeds. Een dikke, oude herdershond sjokt telkens met ons mee, terwijl we hem toch niets te bieden hebben - ja, een pepermuntje, maar daar heeft hij blijkbaar onaangename ervaringen mee, want na even ruiken wendt hij zijn kop af. Het onbeholpen aaien van mijn kinderen bevalt hem beter. 'Nee jongens. We kúnnen hem niet mee naar huis nemen. Hij hóórt hier. Hij wíl niet eens...' et cetera.

'We zijn in Pompeii', sms ik naar mijn dochter, die hier onlangs met school geweest is. 'Aeneas likt kut', antwoordt ze. Inderdaad vinden we die tekst even later terug, op de muur van dat lang gezochte bordeel, tussen een heleboel andere Romeinse graffiti waarvan mijn zoon blozend bekent 'dat hij dat nog niet gehad heeft met Latijn'. Een Franse gids vertaalt een en ander ten behoeve van haar reisgezelschap, dat een vrolijk 'O, lala!' retour geeft.

Eenmaal buiten werpen we de regenjassen af en storten ons weer in het verkeer, waar de Napolitanen elkaar zoals gebruikelijk proberen dood te rijden. Soms lukt het ze ook nog, getuige de bosjes bloemen en kaarsjes langs de weg.

'Zouden die mensen allemaal zelf wel eens in Pompeii zijn geweest', vraag ik me hardop af. 'Vast niet', zegt mijn zoon. 'Wij gaan toch ook niet naar de Keukenhof?'

En zo is het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden