Wij als volk moeten constructiever zijn

Wij zijn het volk. Dat zag ik althans groot als kop in een Duitse krant staan: ‘Wir sind das Volk!’ En het beviel me meteen....

Het artikel dat onder de kop volgde, ging over de Duitse dichter Ferdinand Freiligrath. Een 19de-eeuwse romanticus met democratische inslag die lang in Amsterdam woonde. Ter gelegenheid van zijn 200ste geboortedag publiceerde Die Zeit een artikel over deze ‘Trompeter der Revolution’; ik begreep dat hij zelfs in de ogen van Marx en Engels een tikkeltje te wild was als verkondiger van nieuwe tijden.

In 1848 schreef Freiligrath het gedicht Trotz alledem met daarin die ontegenzeggelijk ware woorden dat wij ondanks alles de mensheid zijn. ‘Wir sind das Volk, die Menschheit wir, / Sind ewig drum, trotz alledem!’ In de 20ste eeuw is deze revolutionaire boodschap ruim toepasbaar gebleken; ze werd geciteerd in het verdeelde Duitsland – aan beide zijden van de Muur – en ook bij de val van die muur in 1989. Wij zijn het volk.

Dit democratisch geluid, dat dus al eeuwen door Europa gonst, hoor je nu weer opnieuw. Waar je ook gaat, wie je ook spreekt, overal rommelt het: in Duitsland, België, Frankrijk, Nederland. Alsof de revolutie aanstaande is. Zo doet de pers in Duitsland haar uiterste best om de regering omver te werpen. Stap je een winkel binnen, dan blaffen de omslagen van de tijdschriften je tegemoet. Het gaat over ‘woede’ en over ‘ophouden, nu!’ Wir sind das Volk!

Helaas blijft het deze dagen bij het organiseren van rancune. Hoewel de economische situatie van ons vraagt dat we ijverig met de rest van de wereld gaan meehollen, praat men in Europa niet hoorbaar over revolutionaire plannen voor de toekomst. Men betwist elkaar de dingen uit het verleden. Het gesprek gaat over oude religies, verworven rechten, ingenomen posities, vaststaande culturen.

Politiek als het organiseren van rancune: je ziet het in Duitsland, en in Vlaanderen natuurlijk, waar de kiezers zich mopperend in de afgrond storten. Maar ook in Nederland, waar partijen en groeperingen louter aanhang weten te verwerven door de weerzin tegen anderen te cultiveren. Je stemt rechts omdat je tegen links bent, je stemt links omdat je tegen rechts bent. Er worden nooit nieuwe dingen gemaakt, geproduceerd of gefabriceerd – er worden oude dingen betwist.

Het zal duidelijk zijn dat het cultiveren van de kleine onderhuidse irritaties in deze intieme Europese huwelijken geen goede voorbereiding is op de mondiale golf die over Europa heen gaat spoelen. De economische crisis wordt straks een nog groter probleem dan ze al is, en dat probleem valt niet op te lossen door de sociale onrust te vergroten.

Hoogste tijd om eens te bedenken wat die aloude revolutionaire leuze - wir sind das Volk – eigenlijk betekent.

Als wij het volk zijn, heeft het geen zin problemen af te wentelen op onze vertegenwoordigers: een politiek probleem is geen probleem van de politici, maar van het volk als geheel. En als wij het volk zijn, helpt het opsplitsen in bevolkingsgroepen de boel ook niet vooruit. Wat dat betreft valt de weldenkende mensen een ernstig verwijt te maken als ze zich met afgewend hoofd distantiëren van de kiezers van de PVV. Wat nou distantiëren? Wij zijn een volk!

Sociale onrust in tijden van economische tegenslag: handig is het niet, maar het lijkt moeilijk te vermijden. Een paar maanden geleden legde Dirk-Jan van Baar in HP/De Tijd uit hoe het komt dat de staat altijd de schuld krijgt als het kapitalisme faalt. ‘Afkeer van de overheid, meer nog dan van de markt, is overal in de westerse wereld een dominant gegeven.’ Als marktpartijen crisis veroorzaken, moet de overheid de schade opruimen, maar krijgt daar uiteindelijk geen credits voor: integendeel, het is de staat die het verwijt krijgt de situatie niet onder controle te hebben.

‘Waar de markt een abstractie is, zijn overheden dat niet. Zij horen niet alleen voor recht en orde te zorgen, maar ook voor sociale rechtvaardigheid en betrouwbaar bestuur. Maar in plaats daarvan zien we overheden die zich met van alles en nog wat bemoeien en tegelijk op eigen gezag zonder heldere prioriteitsstelling taken afstoten als ze het organisatorisch en financieel niet meer aankunnen. Dat zorgt voor gevoelens van onmacht en willekeur, en het idee dat de eerlijke, hardwerkende belastingbetaler altijd de zwaarste lasten draagt.’

Dit mechanisme kan verklaren, schrijft Van Baar, dat overal in Europa het liberalisme aan kracht wint: de weerzin tegen de staat drijft mensen van links naar rechts: van de partijen die collectieve oplossingen voorstaan, naar de partijen die vrijheid beloven.

In de populistische variant van deze beweging naar rechts hebben de kiezers geen kritiek op het falen van de markt, maar eisen ze paradoxaal genoeg daadkrachtig optreden van de overheid én tegelijk inkrimping van diezelfde overheid.

Hoe valt sociale onrust dan te voorkomen? Allereerst, lijkt me, door geen economische schade te veroorzaken – en dat mogen de weldenkende mensen in hun oren knopen, want de schade is niet veroorzaakt door PVV-stemmers, maar door de weldenkende mensen met hun superieure inzichten en hun aandeelhoudersbelangen.

Gaat het eenmaal toch slecht, dan is het organiseren van rancune – regeringen de voet dwars zetten, de aanhang van andere partijen diskwalificeren – niet de meest aangewezen weg om er weer bovenop te komen. We zullen constructiever moeten zijn. Wij zijn namelijk het volk, en dat schept een grote verantwoordelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden