Wigman balanceert tussen amusement en ontroering

Dat Cornelis Bastiaan Vaandrager een zwak voor zonnebrillen had was bekend, maar dat hij vrijwel nooit met een zelfde bril voor de camera verscheen was afgelopen donderdag in de Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg te zien....

Het was een wat brave avond waarmee Poetry International de nu tien jaar geleden overleden dichter en schrijver herdacht. Wat ongemakkelijk ook, want net als de Italiaan Cesare Pavese aan wie Poetry twee dagen eerder een speciaal programma wijdde, was Vaandrager vooral een prozaschrijver. Niet voor niets werden onlangs zijn spraakmakende romans De hef en De reus van Rotterdam herdukt, iets wat met zijn poëzie niet snel zal gebeuren.

Maar goed, de archiefbeelden van Rotterdam in opbouw waren prachtig, en gelukkig lazen ook Martin Bril en Menno Wigman gedichten van Vaandrager voor.

Wigman nam voor de pauze ook deel aan een 'internationaal programma' in de Kleine Zaal. Ook hier bleek weer dat hij van alle 'jonge' Nederlandse dichters een van de weinigen is die echt iets te zeggen heeft en dat hij misschien wel de beste is als het om de voordracht gaat. Een knap evenwicht tussen amusement en ontroering wist hij te bereiken met zijn gedicht 'Binnenbrand'. Hierin schrijft hij over de eerste keer dat hij, om met Reve te spreken, op een 'fysiek boekje' stuitte: 'Ik schrok niet eens,/ ik viel meteen twee dijen in toen ik/ het vond. Pas later kreeg het een verhaal.'

De Oekraïense Natalka Bilotserkivets las haar traditionele poëzie vrijwel helemaal uit het hoofd. Het sterke metrum zorgde voor een dwingend ritme, maar het effect was toch vooral monotoon. Een van haar beste gedichten was 'Engelenwijn', gebaseerd op Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen: 'Het rood van rotsen waarin monnikscellen zijn,/ daar branden stenen bekers in armoedige dorpen;/ onzichtbaar daar sinds lang de engelenwijn,/ zoals tranen op rivieren, als onze ziel verstorven.'

De revanche van de Portugees Gonçalo M. Tavares was onmiskenbaar. Had hij op de openingsavond weinig waardering geoogst voor zijn combinatie van poëzie met een gitaar-cd, nu was hij beter op dreef. Poëzie als straatfotografie, je zag de bewoners van Lissabon aan je geestesoog voorbijtrekken. Zoals in 'De twee vrouwen': 'Houding van wie afwacht, zeker van de overwinning, maar niet heus./ De sigaret ten hemel gestoken, anders niet./ Van die twee vrouwen horen de goden verder niets.'

Zo nu en dan leek Tavares wat neerbuigend, maar even later nam hij ook zichzelf onder schot. In 'De idioot' beschreef hij eerst de afstand tot zijn van gezondheid blakende huisgenoten, vervolgens bracht hij de beperkingen van zijn eigen positie onder woorden: 'Verschuil je, dat de buitenwereld je niet ontdekt: die geeft alleen bevelen./ En hoe benut deze verscholene de zegen van zijn schuilplaats?/ Hij schrijft, de idioot.'

En met hem vele anderen. Want als Poetry International ook dit jaar weer één ding duidelijk maakte, dan is het wel dat de verborgen krachten van de poëzie onuitroeibaar zijn. Tientallen dichters uit de meest verre landen lieten van zich horen en na een wat rustig begin kwam ook steeds meer publiek opdagen. De Poetry Slam van woensdag veroorzaaktezelfs lange rijen voor de kassa's.

Dat de meeste bezoekers zich goed vermaakten bleek ook uit het enthousiasme waarmee de nevenactiviteiten werden begroet. Het 'Liedjestheater' in de foyer en ook het spreekuur van de dagelijks wisselende 'Professor of Poetry'. Donderdag was dat vertaler Jan Mysjkin: 'Het is belangrijk het raadsel van de poëzie intact te houden. De mensen die bij mij kwamen, zijn dus allemaal met meer vragen weggegaan dan ze gekomen zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden