Wiener Philharmoniker

Chailly zet zwaar in en niet iedere componist kan daar tegen.

klassiek


Bruckner, Sibelius. Leonidas Kavakos, Wiener Philharmoniker o.l.v. Riccardo Chailly


Amsterdam, Concertgebouw, 13/1


Riccardo Chailly, oud-dirigent van het Concertgebouworkest, had deze week voor twee componisten een proeve in petto. Hij is op tournee met de Wiener Philharmoniker, het orkest dat onder vuur ligt door een publicatie over zijn oorlogsverleden. Aan het begin van de reis liet hij extreme opvattingen los op Finlandia van Jean Sibelius en de Zesde symfonie van Anton Bruckner.


In Finlandia, het symfonische gedicht uit een tijd waarin Finland sidderde voor de Russische onderdrukker, broeit het nationale gevoel. Chailly vertaalde dit in heerszuchtige paukenroffels en priemende trompetten, die de zweep lieten neerdalen op minder krachtige instrumentgroepen als strijkers en houtblazers. Zelfs als zij dapper vochten om hun melodie te laten horen waren ze kansloos.


Sibelius' Vioolconcert, met Leonidas Kavakos als solist, werd opnieuw een uitvergroting van vooral de heftige passages. Kavakos had het geluk dat hij lang alleen aan zet was. Dan nam hij je mee naar zijn universum, met geraffineerde dubbelgrepen en een teer fluisterduet met de soloklarinettist van de Wiener - een gelijkgestemde, die hem warm ondersteunde in zijn eenzame strijd. Zodra het orkest op volle sterkte losbarstte, waren er ongelijke inzetten, ruwe, onuitgewerkte klankverhoudingen en een in- en uitdoen van oordoppen bij de houtblazers die het koper in hun nek voelden trillen.


Toch werd de avond nog de moeite waard. Ook in Bruckners Zesde zette Chailly de verhoudingen op scherp: zeker in het eerste deel greep hij elke gelegenheid aan om de tegenstellingen tussen de toch al flink uiteenlopende karakters uit te vergroten. Maar toen kwam het adagio, met het thema dat iedereen kent als There's a place for us uit West side Story. 'Sehr feierlich', zette Bruckner erboven. Het plechtige karakter werd bij Chailly gevoed door een stroom warmbloedige violen, die donkerder klinken dan we bij het Concertgebouworkest gewend zijn, en fluiten die hun kleur schitterend aanpasten aan het karakter van hun omgeving.


Van het scherzo, met een knap gerealiseerde cadans in de baspartij, en de finale maakte Chailly een mini-opera, met als hoofdpersonen schreeuwerige heldentrombones, flirterige pluktoontjes van violen en een gekwelde hobo.


De devote Bruckner was veranderd in man van de wereld, uit op theater en bombast. Die ongewone visie werd zo overtuigend verdedigd dat je er uiteindelijk door werd gegrepen. Waar Sibelius zich door Chailly omver liet walsen, bleek Bruckner niet stuk te krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden