Wielerverhalen voor oudere jongens

WIELERJOURNALISTEN zijn jongensachtige mannen wier lot verbonden is door de vele tienduizenden kilometers die ze samen hebben afgelegd, door hun bewondering voor de mannen die hen op de fiets voorafgingen, door hun fascinatie voor het ondoorgrondelijke metier, door hun woede over het bijbehorende gekonkel....

Peter Ouwerkerk is wielerjournalist. Hij volgt sinds 1971 de Tour de France, eerst voor Het Vrije Volk en later voor de GPD, een samenwerkingsverband van regionale dagbladen. Dit wordt de 25ste keer. De Arbeiderspers vond dat reden genoeg hem zijn avonturen in Tourkoorts te laten samenvatten. Terecht, want Ouwerkerk kan mooi vertellen.

Bij het schrijven van Tourkoorts heeft hij gelukkig beseft dat te veel anekdotiek dood slaat. Hij probeert ook een paar van die beroemde wielergeheimen te ontsluieren en zelfs als dat bij pogingen blijft, zijn ze toch verhelderend.

1985: Henri Manders (ploeg-Raas) en Teun van Vliet (ploeg-Swerts) zijn in de vijfde etappe van Roubaix naar Tourcoing ontsnapt en hebben dertig kilometer voor de finish nog acht minuten voorsprong. Van Vliet kan de gele trui veroveren, Manders mag de rit winnen.

Dan krijgt Manders van zijn ploegleiding te horen dat hij geen kopwerk meer mag verrichten. Dan krijgt Van Vliet kramp zodat hij geen kopwerk meer kan doen. Dan gaat Manders ervan door en wint de etappe. Ouwerkerk: 'Felix Levitan kraakt een lange serie incroyables door de Tour-radio en voor de televisie in de perszaal valt iedereen uit zijn stoel.'

Die vijfde etappe in 1985 is een puzzel waarvan de stukjes door de hele perszaal verspreid liggen, achter de televisie en onder het archief. Dagbladjournalisten moeten hem binnen een paar uur compleet hebben, maar alle betrokkenen liegen, bedriegen of zwijgen. Wanhoop slaat toe.

Ouwerkerk: 'Wat weet je als journalist eigenlijk ervan. Al is het mijn veertiende ronde. Ik schat dat de doorsnee wielerliefhebber voor twintig procent doorheeft wat er ècht gebeurt in de gecompliceerdheid van het peloton. Dat je als journalist misschien komt tot vijfentwintig procent. Dat een ploegleider blijft steken op vijfendertig procent, de knechten in de ploeg op veertig en beschermde renners op vijfenveertig. Zelfs de kopmannen weten dikwijls niet meer dan de helft.'

Profwielrennen is soms schaken en stratego tegelijk, schrijft Ouwerkerk. Het is een spel zonder regels. 'Profwielrennen wordt atoomgesplitst door het onverwachte, schiet alle kanten op. Tussen de wielen is er niet één waarheid, er zijn er wel honderd. En iedere betrokkene hangt aan de waarheid die hem het beste uitkomt.'

Zo blijkt dat de kwestie-Van Vliet/Manders kan worden herleid tot de kwestie Post-Raas en die kwestie is, zoals bekend, onontwarbaar: een verstrengeling van belangen en een onverenigbaarheid van karakters die vergeten noch vergeven. Zoals Den Uyl een hekel had aan het roomse gedraai van Van Agt, zo had Raas de pest aan de hoofdstedelijke arrogantie van Post. Zoals Den Uyl en Van Agt in het kabinet tot elkaar veroordeeld waren, zo hadden Raas en Post elkaar bij tijd en wijle ook nodig.

De kwestie-Raas/Post is vooral zo mooi omdat in de twee hoofdpersonen twee typische Nederlanders worden gepersonifieerd. De doe-maar-gewoon-dan-doe-je-gek-genoeg-Nederlander tegenover de godverdomme-wat-gaan-we-nou-beleven-Nederlander. Het is al vaak gezegd: de wielerwereld is een samenballing van de echte wereld.

Raas is in 1985 voor het eerst ploegleider en met coureurs in de slag die Post ook wel wil hebben. Gaat Van Vliet volgend jaar naar Raas? Gaat Van Vliet volgend jaar misschien naar Post? Ouwerkerk in 1985: 'We komen weer niet verder dan een percentage of vijfentwintig van de waarheid. Ik raak flink in de war en de stofzuigers in het Centre Tertiaire zijn al aan het warmlopen. Gèk word ik ervan.' De verslaggever keert de Tour van '85 drie dagen de rug toe, want hij wordt er echt gek van. 'Wie met prullenbakken gaat gooien in een verre uithoek van de perszaal, heeft het niet echt naar zijn zin.'

Negen jaar later, tijdens de Tour van 1994, treffen Ouwerkerk en Van Vliet elkaar op een rustdag. De ploeg van Priem serveert mosselen en Van Vliet vertelt wat Manders hem ooit vertelde: 'Raas en Post zaten in de slag: de ritten voor Raas en de gele trui voor Post. Vanderaerden, Veldscholten en Anderson stonden hoog in het klassement. Rit voor Raas, maar met zo'n grote voorsprong zou de gele trui natuurlijk nooit meer naar een Panasonic gaan. Vandaar dat Raas Manders opdroeg te stoppen.' Van Vliet voegt eraan toe: 'En weet je wat het mooie was? Anderhalve week na Roubaix tekende ik bij Post.'

Ouwerkerk in 1996: 'En daarom word je wel eens ziek van de Tour. Blijkt de wielersport walgelijk arm. Maar dan weer is-ie onmetelijk rijk. Rijk aan intriges, spel en tegenspel. Een doolhof van dwalingen en doelbewuste misleiding. Je zou het wel graag willen, maar soms is het beter niet alles te weten.'

In zijn voorwaardelijke liefdesverklaring aan de wielersport laat Ouwerkerk op een geraffineerde manier anekdotiek en historie samenvloeien. In hetzelfde hoofdstuk - chronologisch laat hij 25 Tours de France de revue passeren - wordt verhaald van een autoreis met Raas naar de Trofeo Baracchi, een Italiaanse tijdrit. Het gesprek komt op de kwestie-Raas/Post, 'de affaire die het Nederlandse profwielrennen tien jaar als een zuignap aan de voeten blijft kleven'.

Ouwerkerk beleeft de droom van iedere wielerjournalist. Raas gaat hem persoonlijk vertellen wat er niet deugt aan Post. 'Althans, ik geloof dat hij het verteld heeft.' Wat blijkt? 'Als ik 's avonds, beneveld door grappa, in bed stap, neem ik me eerst voor alles wat Raas confidentieel heeft verteld in privé-steno te noteren, anders zal het onherroepelijk oplossen met de nacht. Maar als Raas je één keer nadrukkelijk vraagt iets niet te schrijven, vergeet je zelfs de aantekeningen. Op de kamer, voor het dienstmeisje. Stom.'

De wielerwereld is een oudere-jongenswereld, waarin meisjes (als ze zelf niet fietsen) een sjerp en een opwaaiend zomerjurkje dragen. Het is een wereld waarin de fantasie voortdurend met de werkelijkheid op de loop gaat. Insiders verdoezelen de werkelijkheid, outsiders mythologiseren de werkelijkheid.

Al die jongens zullen soms struikelen over Ouwerkerks taalgebruik, bijvoorbeeld als hij schrijft over een renner die 'zich in de ploegentijdrit een gebroken sleutelbeen valt'. Ze zullen ook genieten van zijn taalgebruik, bijvoorbeeld als hij schrijft over een renner die vastraakt in 'de ritssluiting van mensen die pas op het laatste moment bereid is zich te openen'. Ze worden meegenomen in een wereld waarin Bernard Hinault ongenaakbaar is, waarin Joop Zoetemelk gewoon groot is, waarin Dustin Hoffman verbaasd rondkijkt, waarin Yvette Horner accordeon speelt, waarin Fabio Casartelli dood gaat.

Bart Jungmann

Peter Ouwerkerk: Tourkoorts.

De Arbeiderspers; ¿ 35,-.

ISBN 90 295 3157 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden