InterviewTopman Rabobank

Wiebe ­Draijer: ‘Klimaat is geen politiek onderwerp’

Wiebe Draijer is de belichaming van het nieuwe, geëngageerde ondernemen.Beeld Kiki Groot

‘Een van de voordelen van het grote nadeel van corona is dat sommige veranderingen ineens heel snel kunnen gaan’, zegt bestuursvoorzitter Wiebe ­Draijer van de Rabobank. Met Draijer aan het roer wil de bank zichzelf na een periode van schandalen opnieuw uitvinden. Past de inzet voor klimaat, brede welvaart en zelfredzaamheid wel bij een bank?

Coronacrisis of coronakans? Menig politicus ziet dezer dagen een mogelijkheid om een mooiere samenleving te ontwerpen. Denkers, groot en klein, willen korte metten maken met het neoliberalisme. Wiebe ­Draijer (1965) is sinds 2014 de baas van de Rabobank, voordien was hij voorzitter van de SER en nog daarvoor directeur van McKinsey Benelux. Draijer is de belichaming van het nieuwe, geëngageerde ondernemen. Zijn Rabobank profileert zich na een periode van schandalen als een bank die zichzelf opnieuw wil uitvinden. De bank voert de slogan ‘Growing a better world together’. Een telegesprek over de combinatie van bankieren en idealen, en het taaie ongerief dat geld heet.

Hoe gaat het tijdens deze crisis met de bank?

‘Het gaat goed met de bank. Als zo’n crisis zich aandient, is het eerste wat je doet ­kijken of het met de medewerkers goed gaat, of de continuïteit van de bank op orde is en hoe we de klanten kunnen helpen. De komende recessie betekent voor de bank ­afschrijvingen op leningen die niet kunnen worden terugbetaald. Dat kunnen we goed aan. De buffers zijn groter dan ooit tevoren, zelfs met een enorme impact kunnen we dat goed hebben.’

Is de positie van de Rabo vergelijkbaar met die van andere banken?

‘Het kernbedrijf van banken is hetzelfde. Een verschil is dat wij een coöperatieve bank zijn, die geen vrije toegang heeft tot de kapitaalmarkt. Om die reden zijn wij ­gedwongen grotere buffers aan te houden. Een tweede verschil is hoe we door de crisis heen kijken. Wij blijven op plekken in de wereld waar anderen vertrekken. We oriënteren ons op de lange termijn en zijn ­gebonden aan voedselketens. Dan blijf je zitten, ook als de cyclus tegenvalt.’

Corona heeft ook veel debat over de maatschappij gebracht. Wat vindt u van de stelling dat we bedrijven die alleen maar geld willen verdienen, niet meer moeten willen?

‘Ik vind dat een onderneming een grotere verantwoordelijkheid heeft dan geld verdienen. Als coöperatieve bank is dat zonneklaar. Wij zijn er voor het belang van de ­leden, in plaats van voor het aandeelhoudersbelang. Maar ook bedrijven in de kern van het kapitalistische stelsel zijn echt ­opgeschoven de afgelopen tijd. Ik zie in ­Davos, te midden van ceo’s van de machtigste bedrijven in de wereld, andere gesprekken dan acht jaar geleden. En zelfs vanuit aandeelhouderswaarde geredeneerd is het verstandig dat we naar een duurzamere ­wereld gaan. Er zit al meer groei in bedrijven die dat omarmen.’

Is dat werkelijk zo? In de Action bij mij om de hoek zijn de allergoedkoopste spullen niet aan te slepen.

‘U hebt gelijk dat een groot deel van de ­samenleving kiest voor de kiloknaller. Tegelijkertijd zie ik dat een toenemend aantal bedrijven kiest voor verantwoordelijkheid, en dat men ziet dat er meer is dan winstmaximalisatie.’

Joris Luyendijk schreef vijf jaar geleden over de Londense city dat bankiers amoreel zijn. Nu hebben we het omgekeerde en onderschrijft zowel ABN Amro als Rabo het klimaat- akkoord. Moeten bankiers zich wel met politiek bemoeien?

‘Als u het zo vraagt, is dat moeilijk te beantwoorden. Ik vind dat banken zich niet met politiek moeten bemoeien. Maar ik vind ook dat banken het klimaatakkoord moeten onderschrijven. Dat is een maatschappelijke verantwoordelijkheid, daarin is de politiek maar een van de stakeholders. Ik vind dat wij aan dit soort akkoorden moeten meedoen omdat ze een versnelling kunnen teweegbrengen. Maar we moeten ons niet mengen in het politieke spel.’

Als ik klant bij Rabo was, zou ik denken: waar bemoeit die Draijer zich mee uit mijn naam?

‘Ik vind het noodzakelijk om in gezamenlijkheid iets aan klimaatverandering te doen. De bank kan de transitie helpen faciliteren. Het is politiek geworden omdat ­partijen daarover verschillende standpunten innemen, maar dat wil niet zeggen dat het ten principale een politiek onderwerp is. Het is maatschappelijk en bedrijven en instellingen hebben de verantwoordelijkheid om een positieve ontwikkeling op gang te brengen.’

Als ik iets wil doen aan het klimaat, neem ik een rekening bij de Triodos Bank. Daar zit het in de genen. Het wordt wel ingewikkeld als ook grootbanken zich gaan profileren met het klimaat.

‘Ik zou zeggen dat het al in onze genen zat voordat die andere bank erover begon. Bij de laatste evaluatie van onze klanten zijn wij beoordeeld als de duurzaamste bank van Nederland. Dat is een faire beoordeling, want dat zijn we altijd geweest. Dat kun je politiek of niet politiek vinden, maar de wereld moet ook in 2050 gevoed blijven worden, en dat is domweg niet mogelijk op deze manier. Dan moet je een standpunt durven innemen en een bijdrage ­leveren aan de onvermijdelijke transitie.’

U onderstreept het coöperatieve karakter van de Rabobank. Ik sprak een lid en hij zei: de Rabobank in het dorp is dicht en als ik bel krijg ik een keuzemenu, en uiteindelijk iemand in Maastricht of Amsterdam aan de lijn.

‘De vraag is wat je een coöperatie noemt. Is het dat je voor de bank naar het dorp kunt lopen, of dat je een bijdrage kunt leveren aan het leven van de mensen zelf?’

Je treedt op namens de leden en je beantwoordt aan hun noden en wensen.

‘Ja, en er gebeurt veel op lokaal niveau waaraan de Rabo een bijdrage levert. Dat zou nooit zijn gebeurd als we geen coöperatieve bank waren geweest. Al die lokale ­initiatieven, het coöperatieve dividend, de bijdrage aan de clubkas, het sportveld en het buurthuis. Ik denk dat we in de kern nog steeds doen wat u beschrijft, namelijk relevant zijn voor de leefomgeving van de leden, bedrijven en mensen. We hebben ook wel ­gezien dat een gecentraliseerd callcentrum niet ­optimaal was, maar dat is niet het wezen van een ­coöperatieve bank. Dat is hoe je bijdraagt aan de ­gezamenlijkheid van de klanten, daarin onderscheid je je van andere banken.’

De drang om steeds meer te lijken op de commerciële concurrenten is tegelijkertijd groot. De toezichthouder, DNB, heeft aangedrongen op de centralisatie van de Rabobank; lokale banken heten klantpunten en er zijn duizenden mensen vertrokken vanwege de automatisering.

‘Aan de binnenkant word je door de toezichthouder ontegenzeggelijk meer gedwongen om alles uit één hand te doen. Daar is geen twijfel over. Uit hoofde van de beheersing van het apparaat, kredietver­lening, geldstromen, liquiditeitspositie zijn we na de kredietcrisis genoodzaakt om dat strakker te ­maken. Daarmee word je niet minder coöperatie. Wij blijven werken aan klantspecifieke oplossingen, blijven in de buurt en kiezen maatschappelijke ­thema’s. Ik zou het omkeren en zeggen dat veel ­gewone banken dingen omarmen die bij een coöperatieve bank horen. Een maatschappelijke doelstelling, een missiegedreven bank willen zijn.’

Uw slogan is ‘Growing a better world together’, die van ABN Amro is ‘Making money and doing good’. Je gaat onwillekeurig denken aan een pr-stunt. Als gewone banken ook al doen alsof ze idealistische instellingen zijn, word ik nerveus.

(Lacht) ‘Ik begrijp dat u nerveus wordt van andere banken. Ik zie er een bevestiging in dat wij goed ­bezig zijn. Voor ons als coöperatie is het spannend dat we naar onze aard bescheiden zijn. Niet alleen ­ikzelf, maar ook onze medewerkers zeggen: wij doen eigenlijk heel veel goed, maar hebben er moeite mee dat breeduit te etaleren.’

Zou het kunnen betekenen dat er sinds de schandalen van een aantal jaren geleden nog altijd een geloofwaardigheidsprobleem is?

‘Dat moet de ontvanger maar beoordelen. Na de ­lancering van ‘Growing a better world together’ als ­missie kreeg ik uit het buitenland als reflectie: what the fuss, dat doen jullie allang. In Nederland was de omgekeerde reactie: ja maar wacht even, hoe kun je dat beweren, dat kun je toch niet bewijzen?’

Als we het hebben over een missie, hoe gaat een bank om met maatschappelijke ongelijkheid? Dat is nog spannender dan duurzaamheid, juist omdat het over geld gaat.

‘Wij doen dat op een praktische manier. We richten ons op de zelfredzaamheid van het individu. De coöperatieve gedachte vindt haar oorsprong in de sociale kwestie van twee eeuwen geleden. In de coronacrisis worden de kwetsbaren het meest geraakt, want veel van de vangnetoplossingen zijn minder toegankelijk als het tegenzit. Wij moeten oplossingen vinden voor dit soort aspecten van de nieuwe sociale kwestie. Zonder dat je verantwoordelijkheid wegneemt van het individu. Hij moet in staat zijn het leven financieel gezien goed te doormaken.’

Ik kan me wel een paar harde thema’s voorstellen die riskant zijn voor een bank. Je zou je kunnen inspannen voor jongeren die momenteel nauwelijks in staat zijn om een huis te kopen.

‘Wij zijn bezig een optie te ontwikkelen waarbij klanten van de bank een huurhuis kunnen nemen dat op termijn kan worden omgezet in een koophuis. We hebben een fonds van een miljard euro opgezet waarmee we de komende vijf jaar tienduizend woningen bouwen. Dan zijn we de grootste verhuurder van Nederland, met de uitdrukkelijke opzet om de huizen uiteindelijk ­terecht te laten komen bij de mensen die ze huren. De opzet is voor de lange termijn en voor mensen die geen toegang hebben tot de koopmarkt.’

Heeft u het idee dat de coronacrisis eigenlijk een zegen is, zoals de filosoof Gabriël van den Brink onlangs schreef in de Volkskrant?

‘Nee dat heb ik niet, maar een van de voordelen van het grote nadeel van corona is dat sommige veranderingen ineens heel snel kunnen gaan. Wij brengen jaarlijks een rapport uit over de zogeheten brede welvaart in Nederland. Dat zegt dat finan­cieel gewin niet de enige grootheid is. Je moet een bredere definitie hebben van wat bijdraagt aan het welbevinden van mensen, en dat kun je ook meten. Niet alleen in Nederland als geheel, maar ook op postcode, zodat we in kleine gemeenschappen over de brede welvaart kunnen rapporteren. Wat is in Noord-Groningen nodig, wat is in Kennemerland nodig? Dat biedt de ­mogelijkheid om sommige veranderingen te helpen versnellen.’

Dat lijkt me bij uitnemendheid iets waar de politiek over zou moeten gaan. Wie bepaalt wat welvaart is?

‘We hebben het welvaartsbegrip verrijkt. We willen mensen niet inperken, maar diversiteit van banenkeuze, balans tussen werk en privé, ziekteverzuim: dat zijn allemaal indicatoren die ertoe bijdragen dat mensen meer geluk kunnen ontwikkelen. In plaats van dat je voorschrijft wat geluk is.’

Is het niet paternalistisch om te gaan meten en bepalen wat welvaart is? Moeten de mensen dat zelf niet uitmaken?

‘Natuurlijk, er zitten allerlei haken en ogen aan onze meting. Niet alle indicatoren zijn zo strak te definiëren als de financiële indicatoren.’

Het grote voordeel van geld is juist dat het abstract is, en dat ik zelf mag weten wat ik ermee doe.

‘Die eenvoud heeft veel voordelen, maar ook een nadeel. Namelijk dat het heeft ­geleid tot veel van de problemen waar we nu een oplossing voor moeten bedenken. De spulletjes die u koopt, daarvoor betaalt u alleen de economische rekening. De werkelijke kosten voor de toekomst van de ­wereld zijn er niet in verdisconteerd. Er is behoefte aan een instrument dat de bredere kosten ook meeneemt. Dat laat zien dat we niet alleen inzetten op de groei van het bbp, maar ook op de groei van mensen en het behoud van onze aarde.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden