Wie zich misdraagt, krijgt het te horen

Aswoensdag. Terwijl Maastricht het carnaval van de straten schrobt, wordt er in het Theater aan het Vrijthof druk gesjanst. Het jonge volk van Opera Zuid werpt zich op Barbe-Bleue, een sinister sprookje over Blauwbaard, de edelman die er smaak in heeft zijn echtgenotes seriegewijs te vermoorden.


Maar vandaag hoeven de stembanden niet te worden gedoopt in bloed. Sterker nog: bij de Franse componist en operettekoning Jacques Offenbach draait zelfs zo'n gruwelverhaal uit op een amusante boel. De hitsige Boulotte mept Blauwbaard tegen de bil. Een paar tellen later liggen de twee te hopsen.


Waut Koeken, de Vlaamse regisseur, neemt Karin Strobos en Joan Ribalta even apart. Zulk ohlala! verlangt immers zorgvuldige stilering. Ondertussen verspilt de bas Martijn Sanders geen tijd. IJverig oefent hij de komieke schuifpassen waarmee hij al rennend toch stilstaat.


Wat meteen opvalt, in Maastricht, is de kameraadschap. En dat heeft niet alleen te maken met de zak drop die klaarligt voor algemeen gebruik. Voortdurend zijn er onderonsjes, soms op wel vier plaatsen tegelijk. Die ene rateldialoog net wat scherper afstellen. De duik in de koffer verbeelden met meer flair.


Voor de première van Barbe-Bleue, vanavond in het Theater aan het Vrijthof, zal de landelijke pers zich op volle sterkte melden. Het begint op te vallen: bij Opera Zuid is iets loos. Recensenten, nooit te beroerd om een keel te kraken, komen de laatste tijd juichend uit Limburg terug. Na Der Rosenkavalier van Richard Strauss, vorig jaar november, was er zelfs geen houden meer aan.


Hollywood


'Opera Zuid laat jong talent schitteren', kopte Trouw. 'Indrukwekkende muzikale verfijning', noteerde de Volkskrant. Eén zangeres ontsteeg het toch al hoge niveau: mezzosopraan Karin Strobos. Met haar 'geweldige stem en persoonlijkheid' vormde zij de grote troef van deze Rosenkavalier.


In de theaterkantine neemt Strobos de jubel glunderend in ontvangst. Om deze vervolgens vakkundig te dempen. 'Het is groepswerk, we doen het samen.' Maar of ze wil of niet, de Groningse uit Winsum, die ooit ging zingen als therapie tegen het stotteren, symboliseert het succes van de Limburgse aanpak.


Zelfs het Hollywoodscenario ligt al klaar voor de zangeres. Als straks in mei, bij De Nederlandse Opera, de wereldvermaarde mezzo Magdalena Kozená vlak voor aanvang van Der Rosenkavalier van de trap valt, zou dirigent Simon Rattle zomaar een beroep kunnen doen op de vervangster die klaarstaat: Karin Strobos (31).


Die bekijkt het opnieuw van de nuchtere kant. 'Voorlopig spring ik alleen voor haar in bij de repetities. Kozená komt een paar weken later en dan is het fijn als er al een Octavian over het toneel wandelt. Valt zo'n ster uit, dan zoeken ze toch eerst een andere ster.'


Groepsgevoel en professionaliteit, zo luiden bij Opera Zuid de steekwoorden sinds 2004. In dat jaar trad Miranda van Kralingen aan als artistiek leider. Aanvankelijk kwam de boven-Moerdijkse sopraan slechts meedenken over de koers. Na drie uur sparren zei de voorzitter: waarom doe je het eigenlijk niet zelf?


Wat Van Kralingen aantrof was 'een dobberende boot met lekkage'. Hozen hielp niet, hier moest een nieuwe bodem in. Eén ding stond voorop: bij Opera Zuid gingen ze het samen doen, van schoonmaakster tot directie.


Van Kralingen: 'Ik kom uit een theaterfamilie. Als kind mocht ik mee op stap en dan merkte ik hoe het toeging bij toneelgroepen als De Appel en het Publiekstheater. Een goede teamgeest zie je altijd terug op het toneel.'


Maar ook in de kantine. Als Miranda van Kralingen (51) na een paar dagen afwezigheid het pand betreedt, deelt ze hier een knuffel uit en daar een yell ('Gozerrr!'). Lachend incasseert een technicus haar plaagstoot: 'Nog niet uitgerust van het hossen?'


Schwarzkopf


Tv-kijkend Nederland leerde haar kennen in 1987. Miranda van Kralingen kwam uitstekend voor de dag in een masterclass van Elisabeth Schwarzkopf. Later zong ze in heel Europa haar Mimí's, Leonores en Tosca's. Van musicals is 'Kraal' trouwens ook niet vies, zoals ze liet zien in Kuifje en Shopaholic. Ze presenteert tegenwoordig voor Radio 4 en schuift geregeld aan bij De Wereld Draait Door. Na rugklachten zette ze haar zangcarrière in de spaarstand.


In Maastricht bepaalt Van Kralingen de koers waarmee Opera Zuid zich moet onderscheiden van de Randstad. En van de Euregio, want de operahuizen van Aken en Luik liggen praktisch om de hoek. Ze bedacht een horizontale programmering, met elk seizoen drie producties: een Franstalige opera, een sprookjesopera, en iets à la Carmen voor een breed publiek.


Maar vooral moest Opera Zuid een springplank worden voor jonge zangers. Op de vechtmarkt van het internationale operabedrijf kunnen die wel wat hulp gebruiken.


Van Kralingen: 'Bij audities speuren veel operahuizen louter naar 'stembezitters'. Ik vind dat een zanger ook artiest moet zijn en niet alleen een 'stem'. Daarom neem ik voor audities ruim de tijd. Een praatje maken, de zenuwen dempen, zing nóg eens wat. En dan stuit je soms op bijzondere kwaliteit.'


Via Opera Zuid vonden sopranen als Francis van Broekhuizen en Kim Savelsbergh hun weg. Het huis vormde trouwens ook een opstap voor jonge regisseurs als Nynke van den Bergh en Sybrand van der Werf.


Karin Strobos werd in 2009 aangetrokken voor vijf rollen in twee seizoenen. Stap voor stap groeide ze van een bescheiden bijdrage aan Verdi's Falstaff naar de dragende rol van Octavian in Der Rosenkavalier.


De mezzosopraan roemt het principe van het 'huisensemble' dat Opera Zuid als enige in Nederland hanteert: zes jonge zangers vormen twee seizoenen lang de kern van elke productie. Maar ook de company lunches voor het voltallige personeel ervaart Strobos als smedend.


'Je leert elkaar door en door kennen. Behalve veilig is dat ook prettig. Neem Barbe-Bleue: in het rollenbollen durf je dan net een beetje meer.'


Maastrichtse methode


Onbeschofte regisseurs, dirigenten die in haar boezem gluren - Miranda van Kralingen heeft het in haar zangeressenbestaan allemaal meegemaakt. Deze beroepsgroepen zingen bij Opera Zuid duidelijk een toontje lager. Over audities en casting gaan ze niet. En wie zich misdraagt, krijgt de wind van voren.


Toen een Oostenrijkse regisseur, gewend aan hiërarchie, een solist afbekte, sprong Van Kralingen op het toneel. Bitte, meine Herren, mitkommen. 'Die meneer heeft nog weken last van mij gehad.'


Inmiddels doet het succes van de Maastrichtse methode in operakringen de ronde. De lezers van het Duitse kennerstijdschrift Opernwelt kregen Opera Zuid als Geheimtip voorgeschoteld ('klein, aber fein'). Impresario's laten het wel uit hun hoofd nog brekebenen naar de audities te sturen. En het gezelschap is zo klein nog niet, of volgend seizoen wordt Katja Kabanova van Leos Janácek geregisseerd door de grote Harry Kupfer.


Van Kralingen kent hem nog van haar engagementen aan de Komische Oper in Berlijn. Op een dag pakte ze brutaalweg de telefoon.


Kupfer wist meteen wie hij voor zich had. 'Hallo Miranda'chen! Wie geht's?' Bleek dat hij allang had gehoord van de vorderingen aan het Vrijthof.


Karin Strobos mag zich voor Katje Kabanova opnieuw melden. En er liggen meer rollen voor haar klaar, zoals bij de Nationale Reisopera. 'Inderdaad, het gaat opeens snel. En dan te bedenken dat ik maatschappelijk werkster had willen worden.'


Over de bezuinigingen op cultuur, probeert Van Kralingen zich niet druk te maken. 'Talentontwikkeling, kwaliteit voor weinig geld - wij doen allang wat de staatssecretaris wenst. Mij gaat het om iets essentiëlers dan geld: talent. Mijn ziel zit in deze jonge mensen. Je zult maar artiest zijn, waar moet je straks naartoe?'.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden