Wie zich meester waant, is vaak een slaaf

Het taoïsme leeft op. De oude geschriften van de Chinese meesters beleven herdruk op herdruk. De oerleer van de paradox als tegengif voor de westerse consumptiemaatschappij? 'We leven in een behaagziek klimaat.'

Noem iets niet zomaar waardeloos. Zelfs het saaiste dikke boek is handig om een beeldscherm of een luidspreker op te zetten. De Chinese taoïstische wijsgeer Zhuang Zi kende ruim twee millennia geleden een 'grote boom die de mensen chu noemen'. De stam zat vol knobbels en bulten, de takken waren krom. Geen timmerman wilde dit hout. Zo kon de chu imposant worden en schaduw bieden terwijl de bomen in zijn omgeving werden gekapt.


Het taoïsme is een goudmijn van paradoxen. Een verschoppeling kan zich rijk prijzen. Wie zich een meester waant, is vaak een slaaf. Onaangepastheid kan gepast zijn.


Het is onduidelijk of de aartsvader van de leer, Lao Zi, echt heeft bestaan. Maar in de dictaturen van de 20ste eeuw stond hij vaak op de lijst van subversieve auteurs. Eén vers uit de aan hem toegeschreven Tao Te Ching - gedateerd rond 300 voor Christus - bevat mooie kritiek op persoonsverheerlijking: de leiders zijn het beste als de bevolking nauwelijks weet van hun bestaan.


Lao Zi wist ook waarom opvallende leiders ten val komen: omdat het zachtste het hardste omver kan werpen. Je ziet het ook in de natuur. Daar konden taoïstische meesters 'insectjes op de wimpers van muggen' horen als 'geratel van de donder'.


In Nederland gaat het goed met het taoïsme. De geschriften van Zhuang Zi verschenen een paar jaar terug voor het eerst in vertaling en beleven herdruk op herdruk. Hetzelfde geldt voor de werken van de meester Lie Zi, met de wervende ondertitel 'de taoïstische kunst van het relativeren'. 'Oude Meester' Lao Zi mag zich verheugen in een nieuwe vertaling en een nieuw publiek.


Het lijkt wel of westerse mensen nu pas aanlanden waar taoïstische wijzen een paar millennia terug al waren. Taoïstische aforismen zijn vaak niet te onderscheiden van de postmoderne. Franse filosofen maakten in de late 20ste eeuw furore met onleesbare werken over het tendentieuze van woorden. Taoïsten wisten vóór het begin van onze jaartelling al dat een woord en een betekenis zich tot elkaar verhouden als een net tot een spartelende vis.


A.L. Snijders, pseudoniem van Peter Müller, schrijver van Zeer Korte Verhalen en bekroond met de Constantijn Huygens Prijs, voelt zich al jaren aangetrokken tot het taoïsme. Hij ontvangt op zijn boerderij in Klein Dochteren diep in de Achterhoek. Zover je kunt kijken is er bos. Snijders' exemplaar van de Tao Te Ching is voor de gelegenheid even van het nachtkastje naar de keukentafel verhuisd. Zo vaak citeerde hij eruit dat zijn fans de frasen paraat hebben. 'De weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan.' Die zin gaat al 2.500 jaar mee, omdat alles erin zit.


'Taoïsme', zegt Snijders, 'is het enige isme dat niet valt te doorgronden. Al die andere ismen, confucianisme, boeddhisme, protestantisme, liberalisme, darwinisme, socialisme, die heb je op een gegeven moment door. Je ziet het trucje en de herhaling. De Tao blijft duister. Je kunt nergens schuilen.'


A.L. Snijders ziet het taoïsme in het Westen oprukken omdat het vrij is van zekerheid en behaagzucht: 'We leven in een klimaat waarin mensen te veel dingen zien waarvan niets begrepen kan worden, maar waarin het wemelt van de behaagzieke verklaringen.'


Over Lao Zi gaat de legende dat hij rond zijn 30ste de bewoonde wereld verliet om zich terug te trekken in de wildernis. De 81 verzen van de Tao Te Ching zou hij hebben gedicteerd aan de poortwachter bij de westgrens van het Chinese Rijk, waarachter de wilde natuur begon. A.L. Snijders verruilde rond zijn 30ste Amsterdam voor de vrije natuur van Klein Dochteren. Noem hem niet de Lao Zi van de Achterhoek - of toch wel? 'Ik wil in een huis wonen waar ik ongezien uit alle ramen kan pissen.'


Zo'n uitspraak is taoïstisch, niet confucianistisch. Het confucianisme, de historische Chinese tegenstroming, staat voor beheersing, orde, gezag, hiërarchie, regels, rituelen, voorschriften, verantwoordelijkheid, moraal. Het taoïsme is het natuurlijke, wat het ook moge zijn. Tao, de Weg, is onbestendig. 'Leven in harmonie met de onverschilligheid van de natuur', zegt A.L. Snijders. 'De natuur heeft met onze manier van samenleven niets te maken.'


Aan de rand van zijn erf begint een van de schaarse grote bossen die Nederland over heeft. 'Ik kijk al veertig jaar naar die bomen zonder er genoeg van te krijgen.' Behalve schrijver en dichter is A.L. Snijders ook een bekwaam houthakker.


Taoïsme en confucianisme zijn op de plek van hun ontstaan op allerlei manieren met elkaar verstrengeld geraakt. Chinezen, luidt de grap, zijn op hun werk confucianist, in hun vrije tijd taoïst en op hun sterfbed boeddhist.


In het Westen ligt dat anders. Het taoïsme spreekt de westerlingen van nu aan, het confucianisme niet. Sinoloog Mark Leenhouts: 'Het is frappant: China zet overal in de wereld Confucius-instituten neer, maar het zijn de klassieke bestrijders van het confucianisme die in het Westen zonder enige vorm van propaganda een groot publiek winnen.'


In Nederland beleefde Zhuang Zi tien drukken in minder dan vier jaar. Na 2.300 jaar een bestsellerauteur die zinnen schreef als 'Nu is de vraag of ik Zhou ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was'. Het lijkt wel een transactie op een ruilmarkt: de consumptiemaatschappij is voor de Volksrepubliek China, de taoïstische meesters zijn voor het Westen.


Leenhouts hoort Chinezen in het Westen vaak opmerken: wat jullie ontdekken, dat hebben wij al lang gehad. 'Blijkbaar is er iets universeels aan die manier van denken', zegt hij. 'Het taoïsme is heel praktisch en heel aards, gericht op harmonie en eenvoud. Ook de gezondheid van het individu is belangrijk. Aan een hiernamaals doet het niet. Je streeft naar een zo lang en aangenaam mogelijk leven op aarde. Soepel, vloeiend. Het succes is natuurlijk ook te danken aan het feit dat westerlingen eruit pikken wat ze leuk vinden. Het staat ze ook vrij zomaar ergens te beginnen.


'Taoïsten zijn tegen leerscholen en voor spontantiteit. Ze hoeven de uitleg over de context niet, door al die professoren en die sinologen, ze willen direct in contact komen met de Tao. Door zijn duisternis kun je met de Tao veel kanten op, mensen leggen er veel van zichzelf in.'


'De Tao is leeg, zo leeg dat wat je er ook in doet, hij toch niet volraakt', staat in de Tao Te Ching. Een ander vers is vaak geïnterpreteerd als een pleidooi om het volk dom te houden: 'De Wijze leegt de harten en vult de buiken.'


Als de Tao leeg is en het taoïsme in het ontkerkelijkte Nederland een 'spirituele leegte' vult - is dat dan geen leegte vullen met leegte? Niet per se, betoogt Leenhouts: 'Wat de taoïsten 'het legen van het hart' noemen, betekent eigenlijk het 'vasten van het hart'. Oftewel: het uitbannen van menselijke gedachten en verlangens. In die geestelijke stilte kun je één worden met de Tao - het alleen met intuïtie benaderbare oerprincipe dat de natuur regeert en de mens daarvan is afgedwaald.'


In een oranjerode zaal in Helmond, gedecoreerd met Chinese natuurtaferelen, maken veertig mensen in stilte 'zachte' bewegingen. Die dragen namen als 'jaag de aap weg', 'ooievaar spreidt zijn vleugels' en 'wolkenhanden'. In totaal zijn er 108 bewegingen.


'Je hoofd wordt langzaam leeg', vertelt Ankie Boumans van de Taoistische Tai Chi Vereniging Nederland. 'Je wordt er heerlijk rustig van.'


Volgens de overlevering werd de Tai Chi acht eeuwen terug ontwikkeld door de taoïstische monnik Zhang Sanfeng als een 'zachte' of 'interne' gevechtskunst ter bevordering van de gezondheid. Een belangrijke rol in de popularisering in het Westen speelde de taoïstische meester Moy Lin-shin.


In 1970, de tijd dat de taoïsten in Mao's China doelwit waren van terreur, emigreerde hij naar Canada, waar hij de Taoist Tai Chi Society oprichtte. Die is nu actief in 26 landen. Het Nederlandse hoofdkantoor zit in Helmond. Aan de gevel van een gebouw dat een ventilatorenfabriek was, worden bezoekers welkom geheten met yin en yang, want in Tai Chi gaat het om balans.


Boumans maakte twee decennia terug via de televisie kennis met Tai Chi en was meteen enthousiast. Op deze dinsdagavond oefenen haar leerlingen in Helmond 'jaag de aap weg', waarin ze leren hun gewicht van voet op voet te verplaatsen. In overeenstemming met de Tao doen beginners en gevorderden de oefeningen samen, en staan jong en oud door elkaar.


'Er is geen hiërarchie, we stellen geen eisen en doen niet aan competitie', vertelt Boumans. 'Beginners zijn weleens gespannen. Dan zeggen wij: denk je nou echt dat iedereen tijd heeft naar jullie te kijken? Al na een paar lessen zie je mensen minder verkrampt worden. Hun houding wordt beter, ze gaan zich veel opener uiten.'


Ruim 170 mensen doen in Helmond aan Tai Chi, en het aantal is stijgende. 'Er heerst een echt gemeenschapsgevoel', zegt Boumans, 'iedereen zet zich vrijwillig in voor de vereniging.'


Onlangs vierden de leden samen het Chinese nieuwjaar. Interessant is dat Boumans en haar instructeurs tegenwoordig ook les geven aan Nederlanders van Chinese origine. Die komen in Helmond, kun je zeggen, een beetje thuis.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden