Column

'Wie zich eenmaal inlaat met het sparen van zegels is verloren'

Je begint enthousiast met zegeltjes plakken, maar na verloop van tijd ontdek dat je een half leven hebt te gaan voordat het iets zal worden, schrijft Lidy Nicolasen.

Beeld ANP

Voor 31 december moet je de spaarzegels van Shell hebben ingeleverd. Ik weet niet wie me dit heeft verteld, maar het klinkt alarmerend genoeg om de schoenendoos met zegels onder het stof vandaan te halen. Ik haat spaarzegels. Ik kan er niks aan doen. In de loop der tijd heb ik er een ferme agressie tegen ontwikkeld, en niet alleen omdat zegels zich aan alles hechten behalve aan vierkante hokjes op spaarkaarten.

Ik vrees dat overal in Nederland schoenendozen of trommels vol zitten met zegels, netjes uitgeknipt of gewoon op een hoop gegooid. Wie zich eenmaal inlaat met het sparen van zegels is verloren. Je begint enthousiast, maar na verloop van tijd ontdek dat je een half leven hebt te gaan voordat het iets zal worden. Ik ben als kind bedorven door de Rijkspostspaarbank, die mijn kwartje verruilde voor een zegeltje dat ik in een boekje mocht plakken. Het paradijs kwam elke maand een vakje dichterbij. Toen ik oud genoeg was, kocht ik schaatsen van het gespaarde geld. Het was mijn eerste poging tot onthechting van de spaarkaart.

Weggooien, ho maar
Ooit dropte een vriendin moedeloos een zak vol zegels van Douwe Egberts op tafel. Ze had al een koffieapparaat, zei ze. Ik heb ze bij die van mij gestopt, in een trommel. Weggooien ho maar, ook niet als de zegel nog aan het pak zit, dan knip je. Er waren dagen dat elke kruidenier, kapper, slager, melkboer, supermarkt en speciaalzaak een eigen zegeltjeskaart had en die aan jou sleet. Je bent een dief van je eigen portemonnee als je hem niet accepteert, zeiden ze dan. Breng deze kaart vol terug en je ontvangt het paradijs.

Ze willen dat je terugkomt, het dondert niet of je hun waar te pruimen vindt of niet. Hup, pak aan die kaart en hier alvast een paar zegeltjes of - erger nog - stempels en verder niet zeuren. En alles van een ongelooflijk zelfontworpen treurigheid. Maar je wilt ze niet voor het hoofd stoten. Kaart niet mee? vragen ze de volgende keer. Geeft niks, ik zet een paar stempels op de kassabon, breng die volgende keer mee. Of je krijgt een rits zegeltjes mee om thuis te plakken. Laatst een bakker die kaartjes uitreikte bij aankoop van tien euro. Tien kaartjes was het hoogst haalbare en leverde je een Limburgse vlaai op. Tien kaartjes, hoe knijperig kun je als kruidenier, bakker of slager zijn?

Ik krijg een oude spaarkaart van Albert Heijn in handen, koopzegels, ze hadden tien cent per stuk gekost in de tijd van de gulden. Het boekje is bijna vol. Met twee boekjes kon je een Superobligatie krijgen (zolang de voorraad strekt), je kon ook premies bestellen bij PMC, de meest profijtelijke Club van Nederland. Achter de premies gingen kwaliteitsartikelen schuil van 'uitsluitend vooraanstaande fabrikanten'. Begin jaren zeventig, geen internet. Wilde je weten wat ze bedoelden, dan moest je bellen met Zaandam.

Als dit niet de geboorte van de Airmiles is.

Handdoeken of lakens
Er zijn niet veel zegeltjes meer te halen. Er zijn voetbalplaatjes of poppetjes, die jongens en meisjes je aftroggelen en naar hun ruilbeurs brengen. We hebben een klantenkaart, die je met evenveel overtuiging krijgt aangesmeerd als destijds het zegeltje. Je zakken puilen uit van de plastic kaartjes, waar je meestentijds geen fluit aan hebt, tenzij je de bonus meteen kunt incasseren. Na enige tijd ontdek je dat heel veel plastic kaarten aan elkaar zijn gekoppeld, dat iedereen er Airmiles mee spaart en half Nederland van die gespaarde Airmiles handdoeken of lakens koopt, champagne of naar de Efteling gaat. Ik heb de slag om de Airmiles gemist.

Ik keer mijn schoenendoos om en plak alle Shell-zegels in boekjes. Je kunt er Airmiles voor kopen, maar dat moet je niet doen, zegt de jongen achter de kassa. Veel te duur. Hij ruilt de zegels voor geld, euro's. In de hoek van de Shell-shop liggen stapeltjes handdoeken, zwart, grijs, bruin. De nieuwste zijn knalrood. Ik koop twee antracietgrijze handdoeken en twee washandjes en betaal met gewoon geld. Het voelt als verraad aan de zegeltjes die een half leven beloftevol in mijn schoenendoos hebben liggen wachten.

Lidy Nicolasen is redacteur van de Volkskrant. Iedere zaterdag schrijft zij een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden