Column

'Wie zegt dat het gek is om bijen in de stad te houden, heeft het niet begrepen'

Het lijkt dat de kennis en kunde van de imker net op tijd zijn gered van verbanning naar de braderie van oude ambachten, schrijft columnist Lidy Nicolasen. 'Stadsimkeren is hot en niet alleen in Nederland.'

Beeld anp

Ik overweeg een nieuwe hobby. Beekeeping. Ik ben lang niet de enige, het loopt storm op de cursussen voor imkers. Wie het al tot imker heeft gebracht, is dezer dagen naarstig op zoek naar een slinger. De zomerhoning moet de kast uit. Zet de honingpotten maar vast klaar.

Als je nu gaat zeggen dat ik gek ben om midden in de stad bijen te willen houden, heb je er niks van begrepen. Stadsimkeren is hot en niet alleen in Nederland. In vrijwel alle grote steden ter wereld staan er bijenkasten op daken van hoge gebouwen. Een stukje gras, een paar potten met bloemen, de bijen zijn er blij mee.

De dakbij
Ook in Nederland is de stadse dakbij geen onbekend verschijnsel. Van de Tweede Kamer moeten er op alle overheidsgebouwen bijenkasten staan en sommige gemeenten hebben de daad bij het woord gevoegd. In Amsterdam staan kasten op het dak van de Stopera, behalve muziekgebouw ook stadhuis.

Nog moderner is de trend het bijenvolk op ooghoogte van de wandelaar te zetten. Bij mij in de buurt staat een fancy bijenpaleis, gebouwd onder architectuur en betaald dankzij crowdfunding. Door het kippengaas kun je naar de bezige bij gluren.

De bij dreigt uit te sterven en dat zullen we weten. De bestuiver van veel planten en bloemen, lijdt een kwijnend bestaan. Onze voedselvoorziening komt er zelfs door in gevaar, vreest een actiegroep die de bijenkast en de imkerij een eigentijds jasje heeft gegeven. I Love Beeing heet de club en hun cursus Holy Bee - Urban Beekeeping trekt in een fors aantal steden veel volk. Dope!

Platteland
Ervaren imkers leren je er de kneepjes van het vak. Want God mag verhoede dat het hier zo wordt als in China, waar de mens zelf met een kwastje het stuifmeel van bloem naar bloem moet overbrengen.
Op het platteland heeft de bij weinig meer te zoeken. Er staan geen bloeiende planten tussen het maïs, de suikerbieten of de rijen kolen. Als die er wel zijn, stuit de bij op dodelijke tegenstanders als pesticiden of varroamijt, een parasiet die op het broed van de bij gaat zitten.

Helpen deden wijzelf de bij ook al niet. Wie wilde er ooit nog imker worden? In een paar generaties tijd is de bij verworden tot het hinderlijk stekende insect van jeukende bulten en heftige allergische reacties.

Mijn grootvader kreeg de kunst van het imkeren nog met de paplepel ingegoten. Zijn kasten stonden ver weg op zijn erf achter een rommeltje van schuurtjes en hokken waar het onkruid welig tierde en niemand iets had te zoeken. Hij had twee kasten waarin je de bijen een hels kabaal hoorde maken.

Gele tanden en een pijp
We moesten uit de buurt blijven. Als opa de kasten opende droeg hij een breedgerande hoed en een stuk gaas voor zijn gezicht. Tussen zijn gelige tanden stak een pijp en dat was bijzonder, hij rookte niet, hij pruimde. De rook blies hij in het gezicht van de bijen. Soms hoorde je hem hartgrondig vloeken. Dan hadden ze hem door zijn jas en dikke handschoenen heen te grazen genomen.

Net als muggen hebben bijen hun voorkeuren. Bij de ene mens vallen ze in slaap, bij de andere ontsteken ze in razernij. Geen van de kinderen van mijn opa is imker geworden, de traditie is bij hem gestopt. Het lijkt dat de kennis en kunde van de imker net op tijd zijn gered van verbanning naar de braderie van oude ambachten.

Ik dans vrolijk mee op de trend, natuurlijk heb ik imkerbloed in me. 'Fascinerend' noem ik de vlucht van de koningin, die zich in de lucht door veel mannetjes laat bevruchten en haar eitjes legt in de door de vrouwtjesbijen opgemaakte zeshoekige bedjes. Beetje sneu dat wij, tegen de tijd dat alle kinderen zijn opgevoed en uitgevlogen en de voorraadkamers aangestampt vol zitten, er met de honing vandoor gaan. Mijn opa zou dat sentiment 'stads' noemen. Maar ja, ik heb ook geen langgerekte achtertuin met vervallen schuurtjes en onkruid. Ik heb een platje. Het warenhuis op de Dam? Toch eens even vragen.

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden