AchtergrondDe redding van de zelfstandigen

Wie wordt de held van de zzp’er?

Het aantal zzp’ers is de afgelopen jaren geëxplodeerd. Wat problematisch is: de meesten zijn niet verzekerd. Den Haag wordt nu zelfs op de vingers getikt door de Oeso, die vindt dat zelfstandigen beter moeten worden beschermd. Maar hoe? En door wie?

v.l.n.r Mei Li Vos, Paul Eggink, Johan Zwemmer en Wouter Koolmees Beeld ANP en Friso Boven
v.l.n.r Mei Li Vos, Paul Eggink, Johan Zwemmer en Wouter KoolmeesBeeld ANP en Friso Boven

Wordt het minister Koolmees met zijn minimumtarief?

15 tot 18 euro. Dat is grofweg het bedrag dat volgens minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken de zzp’er gaat redden. Zo’n minimumtarief per uur moet de zelfstandige aan de onderkant van de arbeidsmarkt beschermen tegen een al te onzeker bestaan. De 15 euro komt ongeveer overeen met het wettelijk minimumloon per uur (ongeveer een tientje) plus de premies voor verzekeringen en pensioen.

Voor minder mag een opdrachtgever geen zzp’ers meer inhuren, zo is het voornemen van de minister. Maar ook de zelfstandige die meer dan het minimumtarief verdient, wil hij meer zekerheid bieden en behoeden tegen schijnzelfstandigheid. De grote vraag is: waar houdt de zelfstandige op en begint de werknemer? Het is een kwestie waarover tal van arbeidsdeskundigen zich het hoofd breken. Koolmees broedt op een nieuwe zzp-wet die helderheid moet bieden voor opdrachtgever en zzp’er.

Hij heeft de Tweede Kamer beloofd om voor het eind van het jaar met een pasklare definitie te komen van het criterium ‘gezag’. Dit is een van de criteria die momenteel in het arbeidsrecht worden gehanteerd om de grens aan te duiden tussen werknemer en zzp’er. De eerste is verplicht de instructies van de baas te volgen. De zelfstandige kan, in theorie, tegen de opdrachtgever zeggen: bekijk het, ik doe het op mijn eigen manier. Maar doordat arbeidsvormen in rap tempo veranderen is het criterium ter discussie komen te staan. In de praktijk blijkt gezag moeilijk vast te pinnen aan één type arbeidsrelatie. De zelfstandige fietskoerier volgt ook instructies op, evenals de goedbetaalde zzp’er die op projectbasis in een bedrijf werkt.

Koolmees heeft een commissie van wijzen bijeengeroepen om deze arbeidsrechtelijke hersenkraker op te lossen. Wanneer de hoogleraren eruit zijn wat een zelfstandige is en wat een werknemer, kan de minister dit in regelgeving gieten. Voorlopig kunnen opdrachtgevers en zzp’ers in volkomen vrijheid blijven opereren. Zijn nieuwe wet gaat op z’n vroegst in 2020 in. Tot die tijd gedoogt hij alle contractvormen. Alleen ‘kwaadwillenden’ moeten vrezen voor de toorn van de Belastingdienst.

Een derde onderdeel van Koolmees’ wet-in-wording is een ‘opt-out’ voor de bovenkant van de zzp-markt. Wie meer dan 75 euro per uur kan vragen voor zijn diensten, hoeft geen ingewikkelde procedure te doorlopen om de arbeidsrelatie met zijn opdrachtgever te definiëren, maar is simpelweg zzp’er.

In het najaar praat Koolmees de Kamer bij over zijn vorderingen.

Of vakbondsvrouw Mei Li Vos met haar collectieve verzekering?

De zzp’er hoeft niet gered, maar de verzorgingsstaat wel, zegt Mei Li Vos. Ze is zelf (parttime) zzp’er en vakbondsbestuurder bij het Alternatief voor Vakbond (AVV), een bond met speciale aandacht voor de groeiende groep flexwerkers. Als PvdA-Kamerlid maakte ze zich tot vorig jaar in het parlement hard voor de belangen van zelfstandigen. Zij pleit voor een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor iedereen die werkt, ongeacht de arbeidsvorm.

‘Pak de grondoorzaken aan’, zegt ze. ‘Zelfstandige arbeid is flexibel, dat is fantastisch en hebben we nodig, maar het is te goedkoop.’ Het liefst zou ze de terugkeer zien van de AAW, de algemene arbeidsongeschiktheidswet. ‘Iedereen betaalt mee via de inkomstenbelasting en iedereen is automatisch verzekerd.’ Politiek is er weinig draagvlak voor.

Ze verwacht meer kans voor een andere variant: ‘Geef alleen nog zelfstandigenaftrek aan zzp’ers die zichzelf verzekeren.’ Elke zelfstandige die per jaar minstens 1.225 uur aan zijn onderneming besteedt mag ruim zevenduizend euro van zijn winstbelasting aftrekken. Die subsidie – ‘de hypotheekrenteaftrek van de arbeidsmarkt’ – belandt via de lage tarieven van zzp’ers in de zakken van de opdrachtgevers, stelt Vos.

Ze omschrijft het groeiende leger van zelfstandigen als ‘een stukje Amerika binnen Nederland’, een vrijstaat die steeds meer van de verzorgingsstaat opslokt. Taaie juridische discussies over het begrip gezag lossen niets op, verzucht Vos. De miljoen zelfstandigen (een zuinige schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek) bestaan volgens haar uit twee groepen: de bovenste helft die goed verdient en ‘helemaal niet gered wil worden’ en de onderste helft die moet schrapen en ‘in vreselijke armoede terecht kan komen’. Haar pleidooi: laat al die mensen weer gaan meedoen en meebetalen aan het collectieve vangnet.

Of start-upbaas Paul Eggink met zijn digitale prikbord?

Paul Eggink, ceo van Temper, heeft de zzp’er een ‘digitaal prikbord’ te bieden. Zie het als de briefjes in de supermarkt (‘kok gezocht’), maar dan online. De barvrouw in loondienst verdient doorgaans een tientje, via Temper kan zij het dubbele krijgen. Zo gepiept: even inschrijven bij de Kamer van Koophandel en online een profiel aanmaken. Op piekmomenten gaan de tarieven omhoog. Bijkomend voordeel: de bijklussende student hoeft als zelfstandige geen loonbelasting en premies te betalen. Goed verdienen dus.

Platformstart-ups zoals Temper doen de gemoederen hoog oplopen. Critici menen dat het bedrijf via de zzp-constructie de werkgeversrol omzeilt. Volgens de uitzendbranche is Temper een uitzendbureau dat zich niet aan de regels houdt. Absoluut niet, zegt Eggink, zijn dienst doet niet aan ‘terbeschikkingstelling’, maar faciliteert slechts de flexibiliteit waar vooral jongeren naar hunkeren. Hij begrijpt het debat wel: ‘We doen iets nieuws waar nog geen handboek voor is.’ De praktijk wijst uit dat er vraag is naar zijn dienst. Het platform begon in 2016 en telt inmiddels 50 duizend profielen. De freelancers werken samen zo’n 80 duizend uur per maand.

Zijn bedrijf beweegt zich in dat deel van de arbeidsmarkt dat Mei Li Vos ‘vrijstaat Amerika’ noemt, waar de zelfstandige zich onttrekt aan het collectieve vangnet. Het laat hem niet onverschillig: ‘Wij denken na over het beschermen van de onderkant van de markt. Daarom hanteren we minimumtarieven per functie, het laagste is 13 euro.’

Dat bedrag komt in de buurt van de 15 euro van Koolmees. De zzp’er moet vervolgens nog wel zijn eigen verzekeringen en pensioen regelen. Velen doen dat niet. Eggink: ‘Moeten we het verplichten of de keuze aan de freelancer laten? Ik heb er geen kant en klaar antwoord op.’ Hij zou graag via zijn platform verzekeringen en opleidingen aanbieden. ‘We zijn hierover in gesprek met de politiek en de Belastingdienst.’

Of wetenschapper Johan Zwemmer met zijn nieuwe arbeidsmarkt?

De hele arbeidsmarkt moet op de schop, zegt arbeidsrechtdeskundige Johan Zwemmer, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en advocatenkantoor Stibbe. Bescherm iedereen die minder dan een modaal jaarsalaris verdient tegen het zzp-schap, is zijn pleidooi. Dus geen minimumtarief van 15 euro per uur, maar een stevige bodem van zekerheid onder de arbeidsmarkt.

Trek één simpele grens, stelt de wetenschapper. Iedereen met een sociaal zwakkere positie verdient de bescherming van een arbeidsovereenkomst, waarbij werkgever en werknemer samen de premies ophoesten voor verzekeringen en pensioen. Maar kan iemand op eigen houtje minstens een modaal inkomen vergaren inclusief de kosten voor sociale zekerheid, ‘dan bestaat geen rechtvaardiging voor het van overheidswege met dwingend arbeidsrecht ingrijpen in de contractuele afspraken tussen partijen’. Dus geen ingewikkelde zzp-verklaringen, geen loonheffingen, geen verplichte premies.

Tegelijkertijd moet het arbeidsrecht worden hervormd, zegt Zwemmer. Het vaste contract is te veel beladen met verplichtingen voor de werkgever, meent hij. ‘De preventieve toetsing van het ontslag door de kantonrechter en het UWV is uniek in de wereld en stamt nog uit de tijd van de Duitse bezetting.’ Haal die instanties uit het ontslagrecht, stelt hij: een werkgever moet een arbeidsovereenkomst zelf kunnen opzeggen. ‘Als de werknemer dan vindt dat daar geen goede reden voor was, moet hij in plaats van het ontslag terug te draaien de mogelijkheid hebben een schadevergoeding te vorderen.’

Ook de loondoorbetaling bij ziekte moet worden aangepakt, zegt de jurist. Dat een werkgever zijn zieke werknemers twee jaar moet doorbetalen is ‘ongekend’ in vergelijking met het buitenland, waar een paar weken tot maanden gebruikelijker is. Het mes snijdt volgens Zwemmer aan twee kanten: wanneer vast minder vast is, komt de zzp’er die toch onder het modale inkomen zakt makkelijker weer aan de bak in loondienst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden