Wie wil Obama nog uit de brand helpen?

Obama maakt het aftreden van Chuck Hagel bekend. Beeld afp

Er is geen reden om tranen te plengen over het vertrek van Chuck Hagel als politieke baas van het Pentagon. Ik heb nooit begrepen wat Barack Obama in deze middelmatige senator uit Nebraska zag. Hij had zich in Washington slechts in één opzicht onderscheiden: dat hij - overigens pas in tweede instantie - afstand had genomen van de Amerikaanse interventie in Irak. Op interessante gedachten kon hij nooit worden betrapt en op bijzondere leiderschapskwaliteiten evenmin. Bovendien was hij allesbehalve populair in zijn eigen Republikeinse partij, dus als brug naar het Congres had het Witte Huis ook zeer weinig aan hem.

Maar misschien wilde Obama na de zwaargewichten Robert Gates en Leon Panetta, die meermaals botsten met de staf in het Witte Huis en die ook een eigen machtsbasis hadden, juist een volgzame minister van Defensie. Zodat hij zelf en zijn naaste adviseurs zonder al te veel interne strubbelingen de beleidslijnen konden bepalen. Maar hoe gaan de dingen: er worden misrekeningen gemaakt, de wereld houdt zich niet aan de opgestelde scenario's, er komt kritiek en nog meer kritiek, ook de militaire top is ontevreden en laat dat merken - en dan kom je tot de ontdekking dat iemand met haar op de tanden en een visie op zak toch echt beter is aan het hoofd van een departement dat jaarlijks zo'n 500 miljard dollar uitgeeft en waar een kleine 25 duizend mensen werken.

Dezelfde onzichtbaarheid die Obama aanvankelijk wel aanstond, keerde zich uiteindelijk tegen Hagel. De stille omslag in de waardering voor de minister van Defensie deed een commentator in Foreign Policy denken aan een oud Amerikaans gedichtje:

Yesterday, upon the stair,

I met a man who wasn't there

He wasn't there again today

I wish, I wish he'd go away.

Chuck Hagel heeft aan die wens gehoor gegeven, zelfs zonder hoorbare wanklank, en nu moet Obama op zoek naar een nieuwe minister van Defensie. Daar zal hij een zware dobber aan hebben, want weinigen staan te trappelen om deze ondankbare taak - met een bestaanszekerheid van niet meer dan twee jaar - op zich te nemen. De twee meest voor de hand liggende kandidaten hebben al op voorhand voor de eer bedankt. Een van hen, de vroegere onderminister Michèle Flournoy, houdt duidelijk haar kruit droog voor een gooi naar het ministerschap als Hillary Clinton haar intrek neemt in het Witte Huis.

Tot op zekere hoogte gebeurt dit soort dingen altijd wanneer een president zich halverwege zijn tweede ambtstermijn bevindt, en helemaal als de kiezers hem zojuist een pak slaag hebben gegeven. Dan willen bewindslieden die geen persoonlijke band met de president hebben, nogal eens vatbaar worden voor een 'nieuwe uitdaging'. Tegelijk wordt het voor het Witte Huis moeilijker om voor de resterende korte tijd vervanging op niveau te vinden.

In het geval van de regering-Obama komt er iets substantieels bij: ze lijkt zich nauwelijks raad te weten met de toestand in de wereld. De president die een einde wilde maken aan twee uitputtende oorlogen, heeft zich gedwongen gezien om toch weer militaire actie te ondernemen in het Midden-Oosten.

De missie tegen Islamitische Staat hapert, niet in de laatste plaats vanwege de spagaat waartoe de Amerikanen zich hebben veroordeeld door IS te bestrijden en tegelijk maximale afstand te bewaren tot de oorspronkelijke tegenpool, het regime in Damascus. Het Israëlisch-Palestijnse vredesproces is op sterven na dood. Iran waant zich sterker dan ooit, wat moet worden gezien als debelangrijkste reden waarom de deadline voor een akkoord over het nucleaire programma van het land niet is gehaald. In de crisis rond Oekraïne is het veeleer Berlijn dan Washington dat namens het Westen de regie voert.

Toen Obama's voorganger George Bush in november 2006 minister Donald Rumsfeld ontsloeg (wat eerder had moeten gebeuren), stond diens opvolger al in de coulissen. Dat was de ervaren Gates. Bush liet het daar niet bij: hij hield de hele Irak-strategie tegen het licht, wat resulteerde in de surge, waarmee een totaal echec werd voorkomen. Intussen was het unilateralisme van de eerste termijn al aanzienlijk afgezwakt.

Dankzij die bijstelling werden Bush' twee laatste jaren in buitenlands-politiek opzicht beter dan de voorafgaande periode. Eigenlijk gold dat ook voor Ronald Reagan en Bill Clinton, die allebei sterk finishten. Ook zij hadden te maken met een vijandig Congres. Maar ze hadden meer krediet en een steviger strategische ondergrond dan Obama.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden