Wie wil er nou naar Eindhoven?

De trek naar het zuiden is begonnen. Johan Simons (ZT Hollandia) gaat naar Gent, Guy Cassiers (Ro Theater) naar Antwerpen....

Door Hein Janssen

De gelauwerde regisseur Johan Simons verlaat in 2005 het Nederlandse theater omdat hij hier niet genoeg wordt gewaardeerd. Niet genoeg respect krijgt. Opmerkelijk voor een man die met het theater-op-locatie van Hollandia tot de grote regisseurs van het land is gaan behoren. Een Grieks drama in een autosloperij in de Zaanstreek, een boerenstuk in een kippenhok in Spaarnwoude - de hele goegemeente ging er jubelend op af. Telkens weer, en terecht.

De afgelopen jaren was er ook wel enige kritiek te horen, met name op de vaak grote, soms zelfs megalomane projecten die Simons maakte. Bacchanten met een Syrisch koor, monsterproducties in Salzburg en Duitsland - het kon niet op, en het was niet altijd even goed en meeslepend. Johan Simons bij een varkensboerenfamilie in Brabant had toch net iets meer impact.

Dat neemt allemaal niet weg dat het vertrek van Simons naar Het Publiekstheater in Gent een groot verlies is voor het Nederlandse theater. Nadat Hollandia in 2001 met het Zuidelijk Toneel fuseerde tot ZT Hollandia, blijft men straks in Eindhoven al na vier jaar verweesd achter.

Simons gaat in 2005 naar Gent. Een jaar later vertrekt Guy Cassiers, de op handen gedragen artistiek directeur van het Ro Theater, naar Het Toneelhuis in Antwerpen. Kwam met de komst van Cassiers, Ivo van Hove en Dirk Tanghe destijds al het goede uit het zuiden, nu lijkt de trek andersom.

Van oudsher zijn in het toneelbestel de grote gesubsidieerde toneelgezelschappen ondergebracht in de drie grote steden Amsterdam (Toneelgroep Amsterdam), Rotterdam (Ro Theater) en Den Haag (Nationale Toneel). Daarnaast zijn er kleinere theatervoorzieningen in Groningen (Noord Nederlands Toneel), Arnhem (Oostpool) en Eindhoven (ZT Hollandia, maar binnenkort dus weer Zuidelijk Toneel). Utrecht heeft zich daar, sinds Dirk Tanghe er De Paardenkathdraal is gaan leiden, als vanzelfsprekend bijgevoegd.

Aan de vooravond van het nieuwe theaterseizoen zijn van die zeven grote gezelschappen er twee naarstig op zoek naar een nieuwe artistiek leider. Het zal een moeizame zoektocht worden. In Eindhoven hopen ze medio oktober iemand te hebben gevonden. Want dan is er nog net tijd om met het nieuwe team het beleidsplan voor de kunstenplan-periode 2005-2008 op te stellen, dat immers op 1 december bij het ministerie binnen moet zijn. In Rotterdam is er wat meer tijd: Cassiers blijft nog tot 2006 aan.

Maar waar haal je vandaag de dag een geschikt artistiek leider voor een gerenommeerd theatergezelschap vandaan? Het in theaterkringen populaire gezelschapsspel 'Namen Noemen' zou weer in alle hevigheid moeten zijn losgebarsten, maar het is angstvallig stil. Om de simpele reden dat die namen er niet zijn, althans niet die grote namen waarop iedereen zit te wachten.

Waar zijn de artistiek leiders van de toekomst?

Aangenomen mag worden dat de groepen op zoek gaan naar de dertigers en veertigers, met een visie op theater en het vermogen prachtige, ontroerende en belangwekkende voorstelingen te maken. Maar daarnaast moeten ze over de capaciteiten beschikken leiding te geven aan een toneelgezelschap vol acteurs met bijbehorende ego's, subisidieperikelen, beleidsplannen en lastige schouwburgdirecteuren.

Die mensen zijn er niet, zo simpel is het. Naast Johan Simons en Guy Cassiers zijn de belangrijkste toneelleiders op dit moment op de vingers van één hand te tellen: Theu Boermans (Theatercompagnie), Dirk Tanghe (De Paardenkathedraal), Ivo van Hove (Toneelgroep Amsterdam), Johan Doesburg (Nationale Toneel) en Koos Terpstra (NNT). Verder lopen er een paar bijzondere regisseurs rond zoals Mirjam Koen (verknocht aan het Onafhankelijk Toneel), Matthijs Rümke, Willem van de Sande Bakhuyzen (Cloaca, Festen, Familie).

Maar geen van hen zal naar Eindhoven gaan, of naar Rotterdam. Hun huidige functie is hun te lief, of ze genieten van het freelance bestaan.

De meeste jonge theatermakers sluiten zich op in hun eigen collectieven, in hun eigen productiehuizen of samenwerkingsverbanden. Ze hebben een hekel aan regisseurstoneel en aan de grote zalen van de schouwburgen in het land. 't Barre Land, Dood Paard, Els Inc., Tg Monk, Growing up in Public, en in België De Roovers, STAN, De Onderneming - allemaal machtig interessante groepen en groepjes die zich voorlopig voor geen goud laten overhalen ergens in het land het vaste huisgezelschap van een grote schouwburg te worden.

Het theater dat ze maken ontstaat vanuit het collectief, dikwijls is er niet eens een regisseur en springt de technicus gewoon even bij als er nog een klein rolletje te verdelen is. Deze collectieven verkneukelen zich in de ondersteuning van productiehuizen als Nes-theaters, Toneelschuur, Huis aan de Werf en Grand Theatre, waar hun voorstellingen veelvuldig staan. Eén uitzondering: acteur Jacob Derwig van 't Barre Land gaat binnenkort bij De Theatercompagnie zijn eerste regie doen. Misschien is hij een van de artistiek leiders van de toekomst, maar dan zullen we zijn fenomenale acteren moeten missen.

Wat is, bezien tegen deze achtergrond, het perspectief voor 'Eindhoven'? Dat koerst op dit moment af op een collectief leiderschap, dat waarschijnlijk zal bestaan uit theatermakers uit diverse geledingen. Ook daar is het besef doorgedrongen dat die ene van god gegeven theatermaker nu niet ergens rondloopt. Ja, Ola Mafaalani heeft een paar mooie voorstellingen gemaakt, maar nu al artistiek leider? In elk geval zal niet een van de bestaande groepen collectief naar Eindhoven worden gehaald, zoals vier jaar geleden gebeurde, toen De Federatie van Peer Wittenbols en Rob Ligthert naar Arnhem verhuisde om daar ineens Toneelgroep Oostpool te worden.

Jammer, want van al die gezelschappen zou Els Inc. - nu gevestigd in Theater aan de Schie in Schiedam - voor verrassingen kunnen zorgen. De voorstellingen die daar het afgelopen seizoen zijn gemaakt (Caravaggio, Ora et Labora) combineren een ongebreideld spelplezier met groot theatraal vernuft. Eén stapje verder en ze veroveren de grote zaal. Maar ze moeten durven, en vooral wíllen. Die ambitie is eigenlijk nergens te bespeuren.

Gedurfder zou het zijn Eindhoven als toneel-ankerplaats gewoon op te heffen. Want wie wil er eigenlijk in die stad theater maken? Ivo van Hove heeft er lang gezeten, en er zijn mooiste voorstellingen gemaakt, maar hij is nooit van de stad gaan houden en altijd in Antwerpen blijven wonen. Johan Simons kan er ook niet aarden, en vertrekt mede daarom naar Gent. Er is nooit een hechte band geweest tussen gezelschap en stad. De groep streek er de subsidie op, bracht er zijn premières uit en ging meteen op tournee, het land in, naar de echte theatersteden.

Eindhoven doorstrepen als theaterstad heeft nog meer voordelen: in de rest van de sector kan er wat minder worden bezuinigd, en er wordt meteen ietsje minder toneel gemaakt - het aanbod is nu wel erg groot.

Brabant kent een paar goede, kleinere theaters (Bis Theater in Den Bosch, De Vorst in Tilburg, Plaza Futura in Eindhoven) en het steeds beter functionerende Productiehuis Brabant. Geef dat huis meer financiële armslag, een hogere status, en vestig desnoods een dependance in Eindhoven.

Theater moet een goede voedingsbodem in de stad hebben, zoals Koos Terpstra dat met het NNT in Groningen heeft, zoals de jongens van De Oostpool dat met vallen en opstaan in Arnhem gaan bereiken. Zoals Dirk Tanghe in Utrecht een stad aan zich heeft weten te binden, en De Appel in Den Haag, met hun vriendenclubs en altijd uitverkochte zalen.

De vorige kunstenplanperiode was die van de fusies in het theater (Zuidelijk Toneel met Hollandia, De Trust met Art & Pro, De Federatie met Theater van het Oosten), nu voert de zoektocht naar nieuw talent de boventoon. Artur Sonnen, behalve directeur van het Theaterfestival ook bestuurslid van ZT Hollandia, opperde onlangs de mogelijkheid dat de nieuwe namen uit het buitenland komen, zoals ook bij musea en orkesten vaak het geval is. 'Wie weet heeft Marthaler wel zin om naar Nederland te komen, nu hij in Zürich zo op de tocht staat', grapte hij. Maar ja, theater heeft altijd met taal te maken, en een buitenlander lijkt daarom niet handig.

Voor wat betreft de positie van Rotterdam, het Ro Theater kan misschien beter op zoek gaan naar een sprankelend cultureel ondernemer, in plaats van naar die allround artistiek leider die er toch niet is. Het vak van cultureel ondernemer is in het theater tamelijk nieuw, maar het is een serieuze optie. Een man of vrouw die niet zelf voorstellingen maakt, maar de club leidt, inspireert (ook artistiek gezien), op de centen let, lobbyt en netwerkt.

Op dit moment is naast Alize Zandwijk Pieter Kramer aangetrokken als regisseur van dit gezelschap. Hij moet één keer per seizoen een grote voorstelling maken voor een breed publiek, die hopelijk net zo'n succes wordt als zijn Ja Zuster Nee Zuster. Zijn eerstvolgende productie bij het Ro wordt een lesbische versie van Shaws Pygmalion, met Olga Zuiderhoek als professor Higgins en Loes Luca als Eliza Doolittle.

De afgelopen jaren heeft Guy Cassiers met zijn multimediale theater een groot en veelgeprezen stempel op het Ro Theater gedrukt. Maar een hechtere basis in de stad en een bredere programmering zouden geen kwaad kunnen. Met Alize Zandwijk en Pieter Kramer als vaste regisseurs, het liefst nog met een jonkie erbij, kan een cultureel ondernemer als gezelschapsleider nauwelijks nog mislukken.

En bovendien: Guy Cassiers heeft al aangegeven straks in zijn nieuwe baan tussen Antwerpen en Rotterdam een artistieke link te willen leggen. Het zijn allebei grote havensteden, met beide zo hun problemen in de volkswijken. Die as Rotterdam-Antwerpen is natuurlijk simpel te verlengen naar Gent. Dat is het dan: het Nederlandse theater oogst geen nieuwe artistiek leiders, maar krijgt er wel twee belangrijke toneelsteden bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden