Wie wel en wie niet te geloven over Iran

De oorlogsdreiging rond Iran doet sterk denken aan de periode die voorafging aan de inval in Irak, nu alweer negen jaar geleden. Het wapengekletter komt nu niet uit de VS, maar uit Israël. Het potentiële doelwit is niet Irak, maar Iran. Net als toen willen serieuze kranten het publiek zo goed mogelijk informeren, maar de ongemakkelijke waarheid is dat journalisten - hoe ervaren en deskundig ook - vaak niet (kunnen) weten wie en wat ze moeten geloven.


De inval in Irak werd destijds gerechtvaardigd met de bewering van de Amerikaanse regering dat Irak over massavernietigingswapens beschikte. Dat bleek achteraf een leugen. Sommige Amerikaanse kranten, met name The New York Times, hebben er een trauma aan overgehouden. Ze hebben die leugen te gemakkelijk geslikt, stelden te weinig kritische vragen met als gevolg dat ze hun lezers destijds 'gebrekkig hebben geïnformeerd', oordeelde men zelf. De krant is als de dood met Iran in dezelfde val te trappen en vraagt zich nog altijd af hoe dat destijds kon gebeuren.


De ombudsman van The New York Times gaf in een recente column (een deel van) het antwoord. Hij schreef dat speculeren over de vraag 'komt er oorlog?' een veel dwingender insteek is voor verhalen dan een serie vraagtekens bij de noodzaak van zo'n oorlog. De Volkskrantredacteur die destijds de militaire capaciteit van Irak analyseerde en nu die van Iran, is het daar helemaal mee eens.


'Israël speelt het heel slim. Hun aanpak versterkt het beeld dát er oorlog komt. En wat maakt het dan nog uit of Iran wel/niet met de voorbereidingen van een kernbom bezig is? Verhalen waarin de nucleaire ambities van Iran worden genuanceerd, komen daardoor automatisch in de marge terecht. Stel dat ik morgen opschrijf dat Iran, volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten, haar atoomwapenprogramma in 2004 heeft stopgezet. Word ik dan nog wel geloofd? Terwijl dat echt de officiële lijn van de Amerikanen is. Maar dat beseft vrijwel niemand meer. Dat is compleet ondergesneeuwd.'


Een enkele lezer vindt dat de krant de oorlogsretoriek van Israel ('Het is 1938, en Duitsland is Iran.') níet moet opschrijven. Maar dat is geen optie. Want Israel is technisch en moreel in staat tot een aanval op de nucleaire installaties in Iran. Het land heeft immers in 1981 soortgelijke aanvallen uitgevoerd op nucleaire fabrieken in Irak. 'Dus moet je hun dreigementen wel serieus nemen en opschrijven', vindt de correspondent van deze krant in Israël.


Door lastige vragen te blijven stellen en de zaak altijd van meerdere kanten te blijven bekijken, kan een krant de lezer genuanceerd en afgewogen blijven informeren. Daarom schrijft de correspondent in Israël niet alleen op wat defensieminister Ehud Barak vertelt. Hij besteedt ook uitgebreid aandacht aan hooggeplaatse Israëliërs die menen dat Iran geenszins van plan is een kernbom te ontwikkelen.


De Iraanse kijk op de zaak haalt niet vaak de krant. De Volkskrant heeft er geen correspondent. Journalisten zijn er ook niet bepaald welkom. Iraanse uitlatingen worden (deels terecht) met argwaan bekeken en zijn vaak moeilijk te doorgronden. Het feit dat de Iraanse geestelijk leider Khamenei kernwapens immoreel heeft genoemd, stond bijvoorbeeld niet in de Volkskrant. Er is nauwelijks aandacht voor de begrijpelijke Iraanse woede dat Israel wél kernwapens mag hebben en Iran niet.


'Als je de vraag oproept waarom Iran geen atoomwapens mag hebben en Israël wel, kijken mensen je vreemd aan', is de ervaring van de Volkskrantredacteur die zich gespecialiseerd heeft in militaire vraagstukken. 'Dat wordt internationaal geaccepteerd. Want Israël is een democratisch land. Is een van ons.'


Ziehier nog een handicap in de berichtgeving rond Iran. Nederland is, als onderdeel van de westerse wereld, betrokken bij het conflict.


Verreweg de meeste artikelen over de vermeende Iraanse dreiging baseert de krant op onafhankelijke en deskundige bronnen, zoals internationale denktanks, nucleaire experts, ex-medewerkers van Amerikaanse en Israelische veiligheidsdiensten en VN-inspecteurs. En dan nog gaat het weleens fout. Bijvoorbeeld als de krant schrijft over 'de Iraanse zucht naar een kernwapen'. Een lezer deed meteen zijn beklag. 'Zulke formuleringen suggereren dat er een Iraans programma bestaat om kernwapens te maken. Terwijl daar volgens het laatste rapport van het internationale atoomagentschap IAEA uit november geen bewijs voor is.'


Dat klopt. Maar helemaal eenduidig is het IAEA-rapport ook weer niet. De materie is complex. En verhalen worden onleesbaar als verslaggevers bij elke zin drie slagen om de arm moeten houden. Maar zo'n slordigheidje komt toch vooral voort uit het feit dat het beeld dat Iran aan een kernbom werkt, praktisch gemeengoed is, zeker in de VS.


Ga er maar aan staan als journalist. En als lezer.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden