Analyse

Wie, wat, waar? De Haagse reorganisatie voor het nieuwe kabinet is in volle gang

Minister-president Mark Rutte blijft voorlopig in zijn Torentje zitten. Hij verhuist pas medio 2023.  Beeld ANP
Minister-president Mark Rutte blijft voorlopig in zijn Torentje zitten. Hij verhuist pas medio 2023.Beeld ANP

De ministeries moeten bij elk nieuw kabinet reorganiseren, omdat de taakverdeling binnen het kabinet meestal wijzigt. Wie gaat er werken voor welke minister en welke minister gaat er straks over hoeveel geld? De grote herschikking is begonnen.

Yvonne Hofs

Op de Bezuidenhoutseweg 73 is deze week tapijt gelegd in de kamers van de nieuwe bewindspersonen. Het pand is tijdens het kerstreces van een nieuwe ‘ministersgang’ voorzien. Maandag moet alles klaar zijn, zodat de nieuwe landbouwministers Henk Staghouwer en Christianne van der Wal na hun eerste ministerraad meteen aan het werk kunnen.

Het kantoorgebouw naast de tijdelijke Tweede Kamer huisvest sinds 2010 twee ministeries: Economische Zaken en Klimaat, en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Tijdens het vorige kabinet stonden er drie bewindspersonen aan het hoofd van die departementen: minister Eric Wiebes (EZK), minister Carola Schouten (LNV) en staatssecretaris Mona Keijzer (EZK). In het veel ruimer bezette vierde kabinet Rutte zijn dat er ineens vijf. Schouten zat naast Wiebes op de gang, maar de twee landbouwministers krijgen nu een eigen plek aan de westelijke kant van het gebouw.

‘Van’ of ‘voor’?

Sinds de Tweede Wereldoorlog zaten er nooit zoveel ‘ministers zonder portefeuille’ in een kabinet. Slechts vier van de twaalf ministeries krijgen één minister in huis. Staatsrechtelijk gezien heeft de ‘minister van’ de leiding over het departement en is de ‘minister voor’ de junior-minister. De ‘minister van’ gaat in principe over het budget. Potentieel plaatst dat de ‘minister voor’ in een afhankelijke positie, waarin hij steeds bij de ‘minister van’ om geld moet bedelen om beleidsplannen te kunnen uitvoeren.

In het verleden gaf dat weleens problemen. Zo moest Ella Vogelaar (minister voor Wonen, Wijken en Integratie in het kabinet Balkenende IV) stedelijke achterstandswijken verbeteren zonder dat ze daar een euro budget voor kreeg. Voor elk plan moest ze geld lospeuteren bij collega’s die dat natuurlijk liever aan hun eigen doelen besteedden.

Bestuurlijke vernieuwing

D66’ers Thom de Graaf en Alexander Pechtold mochten na elkaar minister voor Bestuurlijke Vernieuwing worden in het tweede kabinet Balkenende. De twee andere regeringspartijen, CDA en VVD, zagen echter weinig in democratische vernieuwing. Met als gevolg dat De Graaf en Pechtold weliswaar mochten aanzitten in de ministerraad, maar feitelijk nauwelijks iets voor elkaar kregen. André Rouvoet was als minister voor Jeugd en Gezin eenzelfde lot beschoren.

Achter hun rug werden sommige ministers zonder portefeuille dan ook smalend ‘minister voor Spek en Bonen’ genoemd. De term ‘minister zonder portefeuille’ wekt verwarring, omdat die ministers natuurlijk wel een takenpakket hebben. Tegenwoordig spreekt men dan ook liever van ‘projectministers’ of ‘programmaministers’.

Op de blaren zitten

De acht projectministers van Rutte IV moeten goed onderhandelen, zegt bestuurskundige Jouke de Vries. ‘Ze moeten harde afspraken maken en ervoor zorgen dat ze een eigen budget en voldoende ambtenaren toegewezen krijgen. Iedereen wil graag minister worden, dus als ze in hun enthousiasme vergeten te onderhandelen zitten ze straks drie jaar op de blaren.’

De Vries voorziet problemen op het ministerie van LNV als Staghouwer (ChristenUnie) en Van der Wal (VVD) geen goede afspraken maken. ‘Hopelijk kunnen ze goed met elkaar overweg en zitten ze politiek op één lijn, ook al zijn ze van verschillende partijen. Van der Wal kan het stikstofprobleem natuurlijk nooit oplossen als Staghouwer, die over de boeren gaat, niet meewerkt.’

Torentje

Op de ministeries hoeft dit keer niet veel te veranderen. Formatiewoordvoerder Stephan Schrover zegt dat het nieuwe kabinet zo min mogelijk wil wijzigen in de taakverdeling van ministeries, om grote reorganisaties te voorkomen. Het creëren en opheffen van ministeries geeft altijd ‘veel organisatorisch gedoe’ en dit nieuwe kabinet wil ‘daar geen tijd en energie aan verspillen’.

Op Bezuidenhoutseweg 73 verandert het meest. In december is besloten dat ook Algemene Zaken daar tijdelijk naartoe verhuist, inclusief premier Rutte en de vergaderzaal voor de ministerraden. Het ministerie moet daarvoor nog wel verbouwd worden. De minister-president blijft voorlopig in zijn Torentje zitten; zijn verhuizing naar B73 is pas voor medio 2023 voorzien.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden