Wie vond dat geld niet stinkt?

Neem het straks bij de finale in het Rijksmuseum op tegen Sanne Wallis de Vries en Midas Dekkers. De vragen in de voorronde kunnen het probleem niet zijn. Toch?

Spelregels

Ook dit jaar organiseren de Volkskrant, Historisch Nieuwsblad en het televisieprogramma Andere Tijden de Grote Geschiedenis Quiz. De drie beste deelnemers aan de voorronde gaan door naar de finale. Zij nemen het daar op tegen vier teams van prominente Nederlanders, onder wie Sanne Wallis de Vries, Bert Brussen en Midas Dekkers. Deelnemers aan de voorronde maken bovendien kans op tien historische verrassingspakketten, met onder meer Hans Goedkoops boek over de Gouden Eeuw, een cd-box over de geschiedenis van het Nederlandse koningshuis en het spannende Operatie Mincemeat van Ben Macintyre.


De finale wordt dit jaar weer opgenomen in het - net geopende - Rijksmuseum, deze keer in de prachtige bibliotheek. Hij wordt uitgezonden op de zaterdag 11 mei om 20.15 uur op Nederland 2 bij de NTR/VPRO. Voordat u zich probeert te kwalificeren voor de finale een welgemeende waarschuwing. Natuurlijk kunt u antwoorden opzoeken. Maar daarmee houdt u uzelf en ons voor de gek, met het risico dat u in de finale voor het oog der natie door de mand valt.


In deze voorronde dient u 25 vragen te beantwoorden op het formulier op deze pagina. Nog gemakkelijker is het om uw antwoorden in te sturen via ggq.nl.


1. 'Hollanders! Nimmer zal ik een goed en deugdzaam volk vergeten, zoo als gij zijt. Mijne laatste gedachte zoo wel als Mijne laatste zugt zullen voor uw geluk zijn.' Van wie is deze uitspraak?

A. Willem van Oranje.


B. Lodewijk Napoleon.


C. Koning Willem I.


D. Koningin Wilhelmina.


2. Waarom versoepelde de Utrechtse vroedschap in 1712 het toneelverbod dat al decennia van kracht was?

A. Utrecht kreeg na jaren een katholiek stadsbestuur dat toneel weer toestond.


B. Buitenlandse delegaties die in Utrecht waren voor de vredesonderhandelingen na de Spaanse Successieoorlog moesten vermaakt worden.


C. Het stadsbestuur zette toneel in om de burgers op te voeden.


D. De kunstminnende elite van Utrecht drong met een petitie aan op operavoorstellingen.


3. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog vonden in Versailles de vredesonderhandelingen plaats. Nederland was neutraal gebleven. Toch vertrok de minister van Buitenlandse Zaken Herman van Karnebeek voor aparte besprekingen naar Frankrijk. Waarom?

A. Om te praten over het politiek asiel van de Duitse keizer Wilhelm II in Nederland.


B. Om zich te verantwoorden voor de doortocht van Duitse soldaten via Nederlands grondgebied naar Duitsland vlak na de oorlog.


C. Om compensatie te eisen voor het verlies van het schip Tubantia, dat in 1916 door een Duitse U-boot werd getorpedeerd.


D. Om Belgische claims op Nederlands grondgebied van tafel te vegen.


4. Het woord 'stadhouder' komt van...

A. 'Standhouder': iemand die de Nederlandse standen vertegenwoordigde.


B. 'Staathouder': iemand die de Nederlanden bij elkaar hield.


C. 'Stathalter': de plaatsvervanger van de koning.


D. 'Stadshoeder': degene die van oudsher de stadsrechten bewaakte.


5. Wie is Ötzi?

A. De oudste mummie die ooit in Europa is gevonden.


B. De eerste arbeidsmigrant uit Turkije in Nederland.


C. Het eerste gekloonde schaap.


D. Het eerste ongeïdentificeerde lichaam waarvan het gezicht werd gereconstrueerd.


6. Het zogenoemde Emser Depesche was het telegram...

A. Waarmee Otto van Bismarck in 1870 de Franse regering zo provoceerde dat oorlog onvermijdelijk was.


B. Waarmee keizer Wilhelm II vanuit zijn vakantieverblijf te Ems in 1890 Bismarck ontsloeg.


C. Waarin Duitsland in 1914 van Nederland vrije vaart op de Eems eiste.


D. Waarin Nederland en West-Duitsland in 1960 een principeakkoord over het Eems-Dollard-grensconflict bekendmaakten.


7. Waarom veroorzaakte de Leica-camera uit 1924 een revolutie in de fotografie?

A. De camera was extreem goedkoop.


B. Het was de eerste wegwerpcamera.


C. Het toestel werkte met filmrol in plaats van met losse platen.


D. De camera had een ingebouwde flits.


8. 'Het paard is verstandiger geweest dan zijn meester.' Over wie deden tegenstanders deze uitspraak?

A. Graaf Floris v, die in 1296 van zijn steigerende paard viel en werd vermoord door zijn tegenstanders.


B. Koning-stadhouder Willem III, die in 1702 stierf aan een longontsteking na een val van zijn paard.


C. Napoleon Bonaparte, die tijdens de Slag bij Waterloo in 1815 door zijn paard uit het zadel werd gegooid.


D. Francis David Schimmelpenninck, die in 1900 niet tegen de leerplichtwet kon stemmen omdat hij van zijn paard was gevallen.


9. In welke volgorde schaften de onderstaande landen de slavernij af?

A. Nederland - Denemarken-Groot-Brittannië - Brazilië.


B. Groot-Brittannië - Nederland - Brazilië- Denemarken.


C. Brazilië - Groot-Brittannië - Nederland- Denemarken.


D. Denemarken - Groot-Brittannië- Nederland - Brazilië.


10. Wat was de aanleiding voor de Nacht van Kersten van 10 op 11 november 1925, die resulteerde in de val van het eerste kabinet-Colijn?

A. De aanvaarding van een amendement dat de financiering schrapte voor het Nederlandse gezantschap bij de paus.


B. De Vlootwet, die door tien katholieke dissidenten en de linkse oppositie met 50 tegen 49 werd verworpen.


C. Het initiatief van Henri Marchant, fractievoorzitter van de Vrijzinnig Democratische Bond, voor spellingshervorming van de Nederlandse taal.


D. Onenigheid tussen minister van Justitie Carel Goseling en Hendrik Colijn over de aanpak van de gewelddadige Bende van Os.


11. Wie werden een tijdlang Utrechtenaren genoemd?

A. Verraders, naar de geestelijken die tijdens het beleg van Utrecht in 1483 David van Bourgondië de stad binnen hadden gelaten.


B. De schilders die in de zestiende en zeventiende eeuw behoorden tot de Utrechtse School.


C. Homoseksuelen, naar aanleiding van de Utrechtse 'sodomietenaffaire' in 1730, die leidde tot een landelijke klopjacht op mannen die seks hadden met mannen.


D. Katholieken; de term werd officieel ingevoerd tijdens de Franse overheersing tussen 1795 en 1813.


12. In de oorlog had Artis een bijzondere groep bewoners. Dat waren...

A. Uitgeweken Duitse dieren.


B. Duitse deserteurs.


C. Amsterdamse weeskinderen.


D. Onderduikers.


13. 'Pecunia non olet' - geld stinkt niet. Van wie zou deze uitspraak zijn?

A. Van keizer Vespasianus, die in het failliete Rome een belasting invoerde op het plaatsen van latrines.


B. Van paus Gregorius IX, die na een pestepidemie in de vijftiende eeuw een


groot bedrag erfde van de corrupte familie Borgia.


C. Van de Italiaanse monniken die in de Middeleeuwen riolen aanlegden in Siena.


D. Van de maffia-organisatie Camorra, die in Napels in de jaren negentiendertig verdiende aan de handel in afval.


14. Wat staat bekend onder de naam The Great Game?

A. De diplomatieke onderhandelingen na de val van Napoleon tijdens het Congres van Wenen in 1815.


B. De verdeling van het Afrikaanse continent tussen Frankrijk en Groot-Brittannië in de negentiende eeuw.


C. Het Brits-Russische conflict over invloed in Centraal-Azië in de negentiende eeuw.


D. Het droppen van dubbelspionnen in bezet gebied door Engeland in de Tweede Wereldoorlog.


15. Waardoor lukte het de Nederlandse autoriteiten in de oorlog om de voedselvoorziening tot de winter van 1944-1945 redelijk op peil te houden?

A. In Nederland verbleven veel Duitse soldaten, die goed moesten eten.


B. De Nederlandse overheid zorgde dat boeren goede prijzen voor hun waren kregen. Daarom belandde maar een klein deel op de zwarte markt.


C. Vanwege 'verwante broederschap' bleven de bezetters Nederland voedsel


leveren.


D. Werklozen werden op boerderijen tewerkgesteld om de voedselproductie


hoog te houden.


16. Welk voorwerp ziet u hierboven afgebeeld?

A. Een Romeinse munt uit 100 v.Chr. met een afbeelding van oppergod Jupiter.


B. Een munt uit de Gouden Eeuw die werd gebruikt door veehandelaren.


C. Een ereteken voor artsen ten tijde van Lodewijk Napoleon die meer dan honderd koepokinentingen hadden uitgevoerd.


D. Een munt uit 1920 die de consumptie van zuivel moest bevorderen.


17. Waarom stonden op 31 juli 1963 honderden vrachtwagens met boter en koffie in het Nederlandse dorpje Elten?

A. Op 1 augustus zou Elten weer Duits worden; de handelaren konden zo hoge invoerrechten omzeilen.


B. Smokkelaars zagen hun kans schoon, omdat de marechaussee op internationale oefening was in Scandinavië.


C. De vrachtwagens waren door de douane in beslag genomen, nadat er dioxine in de boter was geconstateerd.


D. Demonstranten blokkeerden de export naar Duitsland vanwege de vrijlating van Duitse oorlogsmisdadigers.


18. Wat was het Haags Besogne?

A. Het eerste rasphuis in Den Haag, waar gevangenen tewerk werden gesteld.


B. Een adviescommissie van de VOC.


C. Het Binnenhof, zoals het rond 1850 spottend werd genoemd.


D. De perikelen rond de Schoolstrijd, begin twintigste eeuw.


19. Op 24 november 1982 werd het Akkoord van Wassenaar gesloten. Wat hield dat in?

A. De Europese ministers maakten afspraken over landbouwquota.


B. De vakbonden accepteerden loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting.


C. VVD en CDA besloten samen dat het begrotingstekort niet werd teruggebracht.


D. De NAVO besloot tot het weghalen van Nederlandse kruisraketten.


20. In 1809 voerde Lodewijk Napoleon het eerste Wetboek van Strafrecht in. Welke straf werd daarin afgeschaft?

A. De doodstraf.


B. Verbanning.


C. Brandmerken.


D. Radbraken.


21. Wanneer werd dna voor het eerst als wettig bewijsmiddel aanvaard in een Nederlandse rechtszaak?

A. In 1960, in de Baarnse Moordzaak, de moord op de 14-jarige Theo Mastwijk door drie minderjarige jongens.


B. In 1987, in een zaak over de verkrachting van zes vrouwen bij het WTC in Amsterdam.


C. In 1997, in de zaak-Meindert Tjoelker, die na het uitgaan in Leeuwarden werd doodgeschopt.


D. In 2012, toen de moord op Marianne Vaatstra na dertien jaar werd opgelost.


22. Wat waren lorrendraaiers?

A. Smokkelaars die buiten de West-Indische Compagnie om in slaven handelden.


B. Papegaaihouders die in de achttiende eeuw een attractie vormden op de Dam.


C. Kinderen die in de negentiende eeuw in textielfabrieken restjes stof onder de machines weghaalden.


D. Joodse handelaren die begin twintigste eeuw vodden opkochten aan de deur.


23. In 1934 kwam een grote groep demonstranten in de Amsterdamse Jordaan in botsing met de politie. Er vielen vijf doden en honderden gewonden. Wat was de aanleiding voor dit Jordaanoproer?

A. Een dieseltrein ontspoorde bij Amsterdam Weesperpoort, maar hulp voor de gewonden bleef uit.


B. De gemeente wilde honderden huizen in de wijk slopen.


C. Ganstrekken, een populair volksvermaak op de Jordanese kermis,werd verboden.


D. Werklozen waren de straat op gegaan na een verlaging van de steunuitkeringen.


24. De Beemsterpolder in Noord-Holland werd aangelegd in de Gouden Eeuw. Waarom wilde Amsterdam de Beemster droogleggen?

A. In de polder moest landbouwgrond komen om de snelgroeiende stad van voedsel te voorzien.


B. Er zouden huizen worden gebouwd om het exploderende aantal inwoners op te vangen.


C. De Beemster vormde een gevaar door de stijging van het waterpeil.


D. Het was een werkgelegenheidsproject voor armlastige immigranten.


25. Wat waren de Aprilstellingen?

A. De 95 stellingen waarin Maarten Luther zijn aanklacht tegen de katholieke kerk formuleerde.


B. Het protestantse protest in 1853 tegen herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland.


C. De oproep van de bolsjewistische leider Lenin in 1917 om in Rusland het socialisme in te voeren.


D. Het progressieve partijprogramma van de PPR, waarmee zij in 1971 aan de verkiezingen meedeed.


Stuur het formulier (één per persoon) in een gefrankeerde envelop naar: De Grote Geschiedenis Quiz, p/a redactie Historisch Nieuwsblad, Postbus 256, 1110 AG Diemen.

De buslichting van maandag 8 april, 18.00 uur, geldt als deadline. Ook de inzendingen via internet moeten voor dat tijdstip binnen zijn.


De juiste antwoorden staan op zaterdag 20 april in de Volkskrant, op ggq.nl en op historischnieuwsblad.nl. Dan worden ook de namen bekendgemaakt van de finalisten die met twaalf bekende Nederlanders zullen strijden om de hoofdprijs, en van de winnaars van de andere prijzen. De finale wordt op 11 mei uitgezonden door de NTR/VPRO om 20.15 uur op Nederland 2.


Volg tot die tijd berichtgeving en blogs over de Grote Geschiedenis Quiz op historischnieuwsblad.nl/quiz en ggq.nl. Hier vindt u ook eerdere uitzendingen en oude vragen en antwoorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden