Column

'Wie vertrouw je je kind toe?'

Beeld Robin de Puy

Hebben jullie eigenlijk een testament?' vroeg mijn vriendin Carolien terwijl ze in een kop thee blies. Het was donderdagmiddag, Leonard Cohen was dood en ik had net verteld dat we tickets naar Israël hadden geboekt, onze eerste vakantie zonder de Dochter, onze laatste met z'n tweeën voor we voorgoed met z'n vieren zullen zijn.

'Nee', zei ik. 'Niet eens. Zou wel moeten, hè?'

Carolien haalde haar schouders op. 'Het is wel handig, ja. Je kan nooit weten.'

Je kan nooit weten, nee, daar waren we wel achtergekomen nadat haar man Jean zeven maanden geleden tijdens een skivakantie in een gletsjer was verdwenen. De schok was enorm en het leed van de lange adem, maar één ding: zijn zaakjes had hij tenminste goed geregeld. 'Al leg je van tevoren een briefje neer op de keukentafel', zei Carolien. 'Dan is er in elk geval íéts duidelijk.'

Ik knikte en keek naar buiten. Het regende, de hele dag al, zelfs de poes verveelde zich. Wat had ik zin in zon. Wat had ik zin in avontuur. Wat had ik zin in een week niks moeten en alles mogen en lang leve de relatie, vooral dat laatste was er nogal eens bij ingeschoten, afgelopen jaar. Maar Israël is geen Ibiza en de gedachte aan een verkeerde plek op de verkeerde tijd was bij mij natuurlijk ook door het hoofd gegaan - één gek en je was er geweest.

'Hoe heb jij dat eigenlijk geregeld?', vroeg ik. 'Waar gaat Lucas naartoe als jij doodgaat?'

'Naar Jeans broer en zijn vrouw', zei Carolien. 'Dat hebben Jean en ik destijds zo besloten.' Mooi besluit: Jeans broer en zijn vrouw woonden met hun twee dochtertjes vlak achter Carolien, steegje in, poortje door en je was er, dichter bij de bron kon Lucas later niet komen. Mocht Onze Lieve Heer inderdaad zo gek zijn ook Carolien naar huis te halen, zouden haar ouders in dat van haar gaan wonen en zo een huiselijke haag om het jongetje heen vormen - van alle slechte scenario's was dit beslist de beste.

Terwijl de poes klagelijk miauwde, dacht ik na over wat wij zouden doen.

Familie en vrienden zat, maar wie vertrouwde je je kind toe? Ouders werden oud, vaders waren dood, broers en zussen hadden hun handen vol aan eigen gezinnen. En daarbij: het luisterde nauw, héél nauw. Een groot hart was het belangrijkst, gezond verstand stond op twee en je was spek-koper als je kind enigszins in jouw geest werd opgevoed, maar verder? Had diegene ook genoeg ruimte in huis? Zou je kind later kunnen studeren? Of mocht je dat soort banaliteiten helemaal niet mee laten tellen? En al mocht het wel: de spaarzame keren dat de Man en ik het erover hadden gehad, terloops, tussen het ontbijt en de boodschappen door, was er eigenlijk maar één naam naar voren gekomen, en dat was die van Carolien.

Maar ja.

'Hoezo: dat kan nu niet meer?' Carolien keek me vragend aan.

Ik zuchtte. 'Omdat je nu in je eentje bent. Dat zou ik nooit van je vragen, om er dan ook nog de zorg voor een ander bij te nemen.'

Ze schudde haar hoofd. 'Moet je horen: ik zou álles uit mijn handen laten vallen, meteen. Juist mooi toch? Heeft Lukie meteen een zusje en krijg ik alsnog een groot gezin.'

Ik mompelde iets, liep naar de keuken, de poes miauwde nog steeds. 'Alleen dat malle beest van jullie, die neem ik niet hoor', hoorde ik haar roepen terwijl ze die jankerd op schoot trok. 'Die is niet helemaal honderd procent.'

Morgen vertrekken we, dit is mijn briefje, jullie de keukentafel.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.