Wie van blasfemie is verdacht, is vogelvrij

Zal ze ooit veilig naar huis kunnen terugkeren? Het Pakistaanse meisje dat is beschuldigd van ontheiliging van de Koran zal daar waarschijnlijk gevaar blijven lopen. Ook na de arrestatie van een imam die bewijsmateriaal tegen haar zou hebben vervalst en zelf heilige teksten zou hebben verbrand.

AMSTERDAM - Wie in Pakistan eenmaal van blasfemie is verdacht, blijft vaak achtervolgd door wraakzucht. De zaak tegen de minderjarige en geestelijk gehandicapte Rimsha Masih, die in de cel zit omdat zij pagina's uit de Koran zou hebben verbrand, kreeg afgelopen weekeinde een onverwachte wending met de arrestatie van de imam. Toch blijft Masih nog zeker tot vrijdag vastzitten. Een hoorzitting over een borgtocht werd gisteren uitgesteld.


Volgens getuigen heeft de imam zelf pagina's uit het heilige boek gescheurd en die in een tas van het meisje gestopt. Deze islamitische voorganger was degene die bewoners van een buitenwijk in Islamabad had opgezweept om luidruchtig de zwaarste straf voor het meisje te eisen.


Nadat de 14-jarige Rimsha, dochter van arme christelijke ouders, vorige maand was gearresteerd werd vanaf de minaretten het bericht van haar godslastering verspreid. Vervolgens sloegen honderden christenen op de vlucht, uit vrees voor geweld. Inmiddels zijn sommigen naar huis teruggekeerd, maar nog steeds durven de meeste christelijke ouders hun kinderen niet naar school te laten gaan. De roep om bestraffing van het meisje is nog niet verstomd.


De affaire heeft in Pakistan en daarbuiten een golf van kritiek losgemaakt over de strikte Pakistaanse blasfemiewetten, die vooral worden gebruikt tegen religieuze minderheden en voor het uitvechten van onderlinge vetes. Toch wagen weinig Pakistaanse politici zich aan het openlijk ter discussie stellen van de wetgeving, vanwege hun eigen veiligheid. Twee vooraanstaande critici moesten hun mening met de dood bekopen: gouverneur Salman Taseer van Punjab en minister Shahbaz Bhatti van Minderheden werden vorig jaar doodgeschoten.


Zelden of nooit wordt onderzoek gedaan naar personen die beschuldigingen over blasfemie uiten. Daarom is de arrestatie van de imam in Islamabad des te opmerkelijker. 'Er wordt een echte poging gedaan de zaak te onderzoeken. Er wordt gekeken naar valse beschuldigingen. Normaal wordt slechts het slachtoffer beschuldigd', zei Ali Dayan Hasan van Human Rights Watch in Pakistan. 'Een positieve ontwikkeling'.


Dat neemt niet weg dat christenen, die 4 procent van de Pakistaanse bevolking uitmaken, en andere religieuze minderheden zich onveilig voelen. Voor een aanklacht wegens godslastering, die kan leiden tot de doodstraf, is weinig concreet bewijs nodig. Zo werd de christelijke Asia Bini, moeder van vijf kinderen, twee jaar geleden ter dood veroordeeld nadat ze ruzie had gekregen met islamitische vrouwen, die weigerden het 'onreine' water te drinken dat zij had gehaald.


Lagere rechters komen gewoonlijk tot een veroordeling van de verdachte. Daarna halen hogere rechtscolleges vaak een streep door het vonnis omdat er juridische fouten zijn gemaakt of omdat de klagers al te opzichtig verkeerde motieven hadden. Een hoger beroep kan jaren duren. Tot executie op basis van de blasfemiewet is het nooit gekomen.


Vrijspraak betekent zelden dat verdachten van de problemen af zijn. De rest van hun leven lopen ze het gevaar slachtoffer te worden van fanatici die het recht in eigen hand nemen. In juli van dit jaar werd in het district Bahawalpur (Punjab) een beschuldigde man door een opgehitste menigte uit een politiebureau gesleept, doodgeslagen en in brand gestoken. Een maand eerder was de politie van Karachi er ternauwernood in geslaagd een slachtoffer uit handen van een groep moslims te redden. In 2009 werden in de stad Gojra (Punjab) tientallen huizen en een kerk in brand gestoken door een menigte woedende moslims. Zeven christenen vonden de dood in de vlammen.


De omstreden blasfemiewetten stammen uit de tijd van het Brits koloniaal bestuur. Ze waren bedoeld om het opzettelijk vernielen van religieuze gebouwen en objecten of het verstoren van religieuze diensten te gen te gaan. Onder het militaire bewind van generaal Zia-ul-Haq werden de wetten in de jaren tachtig 'geïslamiseerd'. Opgenomen werden artikelen waarin doodstraf en levenslang werden aanbevolen voor ontheiliging van de Koran en blasfemie tegen de profeet Mohammed.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden