Wie spreekt hier: hij of zij?

Twee personages in een gang. Marianne en Osewoudt. Zonder dat de schrijver duidelijk maakt wie van de twee het woord voert, krijgt de lezer in De donkere kamer van Damokles (1958) van W.F. Hermans deze monoloog voorgeschoteld: 'Ik ben alleen tegen de Duitsers omdat het onze vijanden zijn, omdat ik weiger mij over te geven aan een vijand. Ik vecht alleen maar om mij te verdedigen. Verder zijn alle oorlogen irreëel.'

Dit zegt Osewoudt, denkt Milan Kundera, die in Le Monde een lovende beschouwing over het boek schreef.


Dit zegt Marianne, een Joodse studente die niet op haar mondje is gevallen, denkt Magda de Bruin-Hüblovà, die Hermans' roman in het Tsjechisch heeft vertaald. En in die vertaling moet je kiezen, want aan de uitgangen van woorden kun je zien of een man dan wel vrouw aan het woord is.


Ze raadpleegt andere vertalers: de een zegt Osewoudt, de ander Marianne. In een artikel in Filter (nummer 3) laat de vertaalster de lezer ook puzzelen met het nieuwe raadsel dat de geheimzinnige roman oproept.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden