Wie schaatst er nou op een fietspad?!

Hola! gaat het?

Thomas, hoe komt het nou, al die oorlog en zo in de wereld? Goeie vraag, Volkskrantlezer. Ik ben inmiddels één en al liefde, maar vroeger haatte ik iedereen afhankelijk van mijn vervoermiddel: op de fiets verwenste ik de klootzakken in de auto's die me sneden, als wandelaar was ik woedend op de achterlijke fietsers die me omverreden en als ik auto reed, was iederéén tegen me, zo leek het.

Het leek, wanneer ik van voertuig wisselde, alsof de hele mensheid in één gecoördineerde actie besloot in de oorlog tegen mij vliegensvlug van tactiek te wisselen.' Hij loopt naar zijn fiets! Alle automobilisten klaar om het fietspad af te knijpen ... Wacht! Het was een afleidingsmanoeuvre! Hij stapt in de auto! Alle fietsers standby om over de kruispunten te racen! Vanuit verrassende hoeken! Vergeet je onzichtbaarheidsmantel niet! En zet voor de zekerheid je verontwaardigde blik op!'

Ik radicaliseerde overeenkomstig. Ik leerde om met mijn auto dubbel zo hard op te trekken wanneer een fietser meende nog even het rood mee te mogen pikken. Wanneer ik zelf op de fiets zat, reed ik zo dicht mogelijk langs de voetganger die de stoep zonder omkijken verliet (liefst pakte ik nog een schoudertje mee). En als wandelaar begon ik zo traag mogelijk over te steken, met een dreigende blik die dwars door de voorruit in de ogen van ongeduldige bestuurders boorde.

Tot ik een keer rond middernacht de stad in reed en vlak voor het stoplicht moest uitwijken voor een tegemoetrijdende spookfietser (zonder licht natuurlijk), zodat ik een meisje van studentenleeftijd klem drukte tegen de stoep, waardoor ze met fiets en al omviel. Ik schaamde me kapot en onderging de scheldpartij die haar meefietsende vrienden me gaven, vergezeld van de onvermijdelijke klappen op mijn dak, gelaten. Al wat ik kon doen, was rood aanlopen en 'sorry' gebaren. Het meisje was overeind geholpen, ongedeerd, dus toen het licht op groen sprong, mocht ik, juridisch gezien, snel wegrijden, hetgeen ik dan ook deed.

Pas toen ik in mijn straat had geparkeerd en uitstapte, mijn kop nog gloeiend van adrenaline en schaamte, zag ik een bos bloemen op de achterbank liggen; ik had immers opgetreden. Niet alleen dat, er lag ook een fles wijn van de avond ervóór.

Ik besefte de gemiste kans. Ik had haar die bos bloemen kunnen geven en een flesje wijn om mijn excuses kracht bij te zetten. Wat zeg ik, ik had de auto op de stoep moeten zetten en met haar en haar vrienden de fles moeten doorgeven om samen de schrik weg te drinken.

Na deze gebeurtenis heb ik besloten voortaan de weg van vrede en verzoening te bewandelen. Ik oefen nu om in iedereen een lotgenoot te zien en vooral om meer te communiceren: ik heb een goed werkend gebaar voor 'geeft niks' bedacht (een wegwuifgebaar vergezeld van een geruststellende frons), eentje voor 'kan gebeuren' (schouders omhoog, handen in de lucht) en de meestgebruikte: 'mijn schuld' (hand eerst op mijn hart, dan in de lucht). Bovenal oefen ik mijn nieuwe mantra: na een plotse botsing met een skater zeg ik niet meer 'Eikelmuis! Wie schaatst er nou op een fietspad!', maar een bezorgd 'Hola! Gaat het?' Het werkt ongelofelijk deëscalerend. Als Israëli's en Palestijnen na een ontploffing 'Hola! Gaat het?' naar elkaar zouden roepen, zou de vrede zó zijn getekend.

In mijn auto liggen nu ook standaard twee blikjes bier achterin, in het kofferbakzijvakje naast de antivries. Mijn hoop is dat ik, na een kopstaartaanrijding, mijn botsgenoot kan ontwapenen met een wel-gemeend 'Hola! Gaat het?', waarna we samen onder het genot van een ontstressend biertje wachten op de autoriteiten. Tot op heden is dit nog niet gebeurd, maar ik vind mezelf nu al minder een lul en dat is ook wat waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.