Column

Wie saneert de Italiaanse banken?

In Italië beheersen twee groepen het financiële stelsel: de een is de maffia, de ander charitas en de kerk. Het bankwezen is daar een weerslag van. Italiaanse banken zijn geen financieel-economische instellingen, maar politieke en sociale. Het bankwezen in Italië is daarom een stuk moeilijker te hervormen, saneren of herkapitaliseren dan dat in Ierland of zelfs Spanje en Portugal.

Een vrouw loopt langs de Banco Popolare di Milano. Beeld reuters

De Italiaanse banken zijn veel ouder en kleiner dan elders. Ze werden in de late Middeleeuwen opgericht als charitatieve instellingen. In die tijd verbood de rooms-katholieke kerk - net als de islam nu - het uitlenen van geld tegen een rentevergoeding. Maar in de aanloop naar de Renaissance was er een schrikbarend tekort aan gouden en zilveren munten, zodat woekeraars (veelal Joodse geldwisselaars, die wel rente mochten rekenen aan mensen van een ander geloof) vrij spel hadden de geldhoeveelheid te vergroten. Zij rekenden rentetarieven die konden opliepen tot 60 procent.

De Orde der Minderbroeders, de Franciscanen, schoten uiteindelijk te hulp. Zij richtten instellingen op waar armen tegen een onderpand geld konden krijgen: montes pietatis. Daarnaast werd een kleine vergoeding in rekening gebracht voor de kosten van de administratie. De Dominicanen en Augustijnen veroordeelden aanvankelijk deze 'bergen van barmhartigheid', maar paus Leo verklaarde ze in 1515 legaal. Daarna spreidden deze zich uit over heel Europa, bijvoorbeeld in de vorm van de Duitse Sparkassen en de coöperatieve boerenleen- en raiffeisenbanken.

Italië koestert de Franciscaanse erfenis het meest. Er zijn meer dan 600 banken, waarvan meer dan 90 procent een gemoderniseerde vorm zijn van de mons pietatis. Zij hebben 75 procent van de markt in handen; grote nationale beursgenoteerde banken zoals Unicredit maar een kwart. Veel heeft dat te maken met het feit dat het midden- en kleinbedrijf (zonder rekening te houden met de ondergrondse economie) goed is voor 70 procent van het bbp. Zij steken het geld van de voor hun pensioen sparende Italianen in staatsobligaties en leningen aan het midden- en kleinbedrijf. Ze hebben net als de oude boerenleen- en raiffeisenbanken in Nederland nauwe banden met het lokale establishment, zoals de kerk en de politiek. De Monte dei Paschi di Siena uit 1478, de bank die nu in zo'n grote problemen verkeert, schuurt traditioneel aan tegen de linkse democaten, zoals de partij van de huidige premier Matteo Renzi. Het valt niet mee die lokale obligatie- en aandeelhouders te laten bloeden voor de verliezen op mogelijk oninbare kredieten.

Renzi riep de banken al in 2014 op een consolidatieslag te maken door te fuseren tot grotere eenheden, maar daar is niets van terechtgekomen. En Renzi gaat daar ook niet over, net zo min als de ECB of de EU.

De enige twee die het Italiaanse bankwezen kunnen hervormen zijn de maffia en de paus, die niet toevallig Franciscus heet en oog heeft voor het lot van de arme Italianen.

Reageren?

p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden