Wie redt het klootjesvolk?

Hij was mateloos populair. Traditionele niet-stemmers omarmden hem. Minister-president wilde hij worden. En toen werd hij vermoord. Op 6 mei is het een jaar geleden....

Irak werd in de kabinetsformatie pas onderwerp van gesprek toen de oorlog niet meer was te keren. De oplossing voor een nijpend geldgebrek lag voor het grijpen en toen bleek de chemie niet te deugen. De formateurs maakten plaats voor andere grijsaards en de 'Staphorsters' onder de volksvertegenwoordigers droomden al van een vernieuwd ethisch reveil totdat D66 op weg naar het verse regeringspluche het referendum inslikte.

De tijd verglijdt en weinig verandert. Misschien ook door het afgelopen, tumultueuze jaar dat de politieke verhoudingen op z'n kop zette, nieuwe hoofdrolspelers naar Den Haag bracht, maar vooralsnog geen nieuwe ideeën. De helden van morgen aarzelen voorwaarts te gaan en de leiding op zich te nemen, uit angst voor het publiek, dat zich intussen vergaapt aan standbeelden, bustes of wassen beelden van de held van gisteren.

Er is dus alle ruimte om achterover te leunen en de hausse aan Pim Fortuyn-memorabilia te ondergaan - gedenkwaardigheden van een politicus die mede debet is aan de chaos. Een jaar geleden werd hij vermoord. Dezer dagen wordt hij herdacht. De stapel boeken van en over hem heeft inmiddels een respectabele hoogte bereikt en het einde lijkt nog lang niet in zicht.

Minister-president wilde Fortuyn worden, zijn intrede doen in het plechtstatige Catshuis. 'Omdat het volk dat wil', zei hij. Zijn campagne had Samurai moeten heten, naar de 16de-eeuwse Japanse krijgers die genadeloos toeslaan als anderen even niet opletten.

Er waren er niet veel die dat wisten, ook al was genoegzaam bekend dat Fortuyn de kunst van het afrekenen verstond. 'Ik geloof dat in datgene wat ontbindt, wat instort, de waarheid eigenlijk pas geopenbaard wordt', citeert hij Gerard Reve in zijn autobiografie. Echt op dreef was hij vaak in zijn columns in het weekblad Elsevier. Ze zijn nu gebundeld en onder de titel A hell of a job op de markt gebracht, in combinatie met dvd of videoband en een cd - voor de ware vereerders.

Acht jaar columns. Uitgever en vriend Albert de Booij noemt Fortuyn in 'achteraf een woord vooraf' de dramatische held, Melkert de antagonist, de media het koor - het Nederlandse volk zat als toeschouwer in de zaal. En hij aarzelt niet de goden op de Olympus erbij te halen, verbaasd als ze zouden zijn 'over de onstuimige opmars van deze complexe sterveling'.

Fortuyn deed het zelf niet voor minder. Al vroeg droomde hij hardop van een zakenkabinet-Fortuyn. Aanvankelijk in een enkele bijzin, nog te verstaan als grapje, ten slotte uitgewerkt in een boek dat in 1994 verscheen.

Ook dan al geselt zijn pen en bespot en beoordeelt hij onomwonden de politieke hoofdrolspelers, dikwijls op het hilarische en vermakelijke af. De taal is direct, de toon opgewonden, de oplossing altijd stoer en ferm en vooral eenduidig.

Het gaat in het begin nog over Lubbers, Brinkman ('een vader die zijn zoons vermoordt, verdient eenieders afschuw'), de AOW ('Het was er weer, het bekende gekrijs in het verzorgstehuis der Nederlanden') of het aantreden van premier Kok ('de man die nog geen twee stappen vooruit kan denken'). Ook dan al is Nederland vol. 'Dat schijn je in dit rare land niet te mogen zeggen.'

De hoofdrolspelers veranderen in die acht jaren en maken plaats voor 'de linkse kerk', het kolere regentenland of de bierpompliberalen. De problemen blijven onveranderd actueel en de oplossingen voor herhaling vatbaar, net als Fortuyns diepste wens erbij te horen.

In zijn column 'Mijn droomkabinet', gepubliceerd op 15 januari 2000, noemt hij het een zegen voor het land als VVD, CDA en de kleine christelijke partijen de handen ineen zouden slaan. 'Zijn we eindelijk af van die linkse kerk die niet alleen de politiek domineert, alles bepaalt wat we wel en niet mogen denken en zeggen in dit land, maar ook nog eens vrijwel de gehele pers in handen heeft. Kunnen we beginnen met het terugdringen van de staatsschuld, de sanering en reorganisatie van de collectieve sector inclusief het binnenlands bestuur. Kunnen we ook onze grenzen hermetisch sluiten, want het land is inmiddels overvol, en kunnen we de VVD gaan masseren om de republiek te omarmen en om de gekozen minister-president en de gekozen burgemeester in te voeren. Door het volk wel te verstaan en niet via getrapte verkiezingen door de volksvertegenwoordiging.'

Ziedaar in een notendop de thema's die hij door de jaren heen bezong en trouw bleef. Hans Wiegel was toen nog zijn gedroomde premier. Maar: 'Ik kom er aan', schrijft hij als hij van columnist politicus is geworden en zijn wekelijkse column moet opgeven. Hij is dan de lijsttrekker van Leefbaar Nederland, op wiens coming out half Nederland lijkt te hebben gewacht.

Zijn waanzinnige populariteit beangstigt Fortuyn zelf bij tijd en wijlen ook. De peilingen leren dat de kiezer die hem eenmaal heeft omarmd, de fase van zwevende kiezer definitief de rug heeft toegekeerd en hem trouw blijft. Al zou hij op z'n kop gaan staan.

Het is dit fenomeen dat menigeen heeft getracht te ontrafelen (politici van de gevestigde partijen hebben dat te weinig gedaan) en waaraan nog vele studies zullen worden gewijd. Tot de stapel Fortuyn-boeken hoort een bundeltje essays van een viertal denkers. Hun opvattingen zijn niet nieuw, hun bijdrage ten dele al eerder gepubliceerd en zelfs enigszins gedateerd, maar niettemin bewerkt en samengebald in een tweede aflevering van Haagse tegenstrijdigheden.

Dat lijkt geheel in de geest van Fortuyn, getuige LPF-lijsttrekker Mat Herben. 'Pim was een veelschrijver. Knip-plak-knip-plak en dan had-ie weer een boekie vol.' Herben doet zijn ontboezeming tegenover HP/De Tijd-journalist Marcel van Roosmalen, die zijn verhalen vervolgens ook maar van een kaftje voorzag en als De Pimmels de wereld in stuurde. Lichtvoetig leesplezier over de wederwaardigheden van de apostelen van Pim Fortuyn.

Pims volgelingen staven de conclusie van de essayisten Hendrik Jan Schoo, directeur-uitgever, en Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, in Haagse tegenstrijdigheden dat er een klassenstrijd woedt in Nederland. Meer nog dan Fortuyns uitlatingen over immigratie, islam en verzorgingsstaat is volgens Schoo de heersende klasse (politiek, academische wereld, media) vervuld van afschuw over de ondraaglijke 'platheid' van de neo-politici die via de Lijst Pim Fortuyn de Tweede Kamer in kwamen.

'Patsers en vrije jongens zijn het, ondernemers nota bene, nieuwlichters met verkeerde pakken, foute auto's en nieuwe fortuinen - want veel erger dan oud geld is nieuw geld.'

De vertegenwoordigers van het nieuwe populisme als 'een noodzakelijke correctie op democratisch falen', aldus Schoo. 'Waar dédain voor de ''parvenu'' en de losgeslagen kleinburger oplaait, woedt steevast klassenstrijd.' Hij is niet de eerste en enige die betoogt dat Paars de voedingsbodem heeft gelegd voor dat populisme ('Wim heeft Pim gebaard'), omdat Paars de politieke tegenstellingen in zich verenigde en die vervolgens afdekte. Het volk had het nakijken.

Ze zijn te hebben, denkt Schoo, die vulgaire elite en dat lompenproletariaat. Maar ze zullen elders onderdak en erkenning zoeken, want hij gelooft niet dat de LPF zelf ooit respectabel wordt.

Wie redt het klootjesvolk? VVD en PvdA op zoek naar hun kiezers en naar hernieuwde emancipatie? Het nieuwe kabinet dat in de aloude achterkamertjes wordt opgetrokken? De provinciale besturen die zich weer hebben gegroepeerd in breed samengestelde colleges? De gemeenteraden die zich geen raad weten met het nieuwe dualisme en vooral met zichzelf overhoop liggen?

Schnabel spreekt van een monsterverbond van de kleine burgers en de luidruchtige klasse van de succesvolle nieuwe ondernemers. 'Het ostentatieve vertoon van rijkdom vormde ''rechts'' het paradoxale antwoord van de nieuwe rijken, ''links'' ging het om een echte aflossing van de wacht. In het eerste geval gaat het om de zoete wraak van het publieke zichtbare eigen succes, in het tweede geval om het opheffen van een diepe krenking in het gevoel van eigenwaarde.'

Onder de dekmantel van een egalitair en sociaal rechtvaardig land gaat een 'buitengewoon ingewikkeld gelaagde samenleving schuil', zegt Schnabel, waarin van iedereen wordt verwacht dat hij zijn plaats kent. Fortuyn voelde zich buitengesloten, zijn aanhangers voelen zich buitengesloten. Dat is hun achilleshiel. Lees Fortuyns autobiografie er maar op na.

'De gesloten regentencultuur is terug van weg geweest, met dit verschil dat nu geboorte de toegang niet meer helemaal bepaalt, in die zin is die cultuur gedemocratiseerd. Het gaat er nu om te beschikken over de juiste mentaliteit, kwaliteiten en opleiding. Geboorte is daarbij behulpzaam, maar ook met er hard aan trekken komt men een heel eind. Het trieste is nu dat de generatie die zozeer heeft gevochten voor openheid, afschaffing van de binnenkamertjespolitiek, voor democratisering van de besluitvorming, thans op een virtuoze wijze met een schijn van democratie en inspraak de gesloten regentencultuur opnieuw introduceert. Tot schade van maatschappij en economie en bovenal tot schade van de nieuwkomers die behendig zoveel mogelijk buiten de deur worden gehouden.'

De opstand van jongeren in de jaren zestig ging over democratisering. Het volksoproer van 2002 gaat over de volkswil, de plicht om te luisteren. Schnabel benoemt het klootjesvolk. Burgers die arm zijn noch slecht. Die zich ingehaald weten door maatschappelijke ontwikkelingen waarop ze geen greep hebben, of door immigranten die door opleiding of inzet maar ook criminele activiteiten dikwijls succesvoller zijn.

Uitgangspunt van het populisme is de overtuiging dat de deugd berust bij het gewone volk. Politicoloog Bart Tromp herinnert er nog even aan. Dat gewone volk is ongeorganiseerd en afhankelijk van een leider die vaak afwijkt in leefstijl en kledij. Tegenstander is het establishment, de elite, ook wel bekend als de zakkenvullers die in achterkamertjes bedisselen hoe zich te bevoordelen ten koste van het volk.

Populisme was er altijd al, als een onderstroom in de politiek. Tromp noemt Hans Wiegel als voorbeeld, en Jan Marijnissen, als om aan te tonen dat ze zowel van rechtse als van linkse snit kunnen zijn. Kiezers vragen om leiders die kleur bekennen, zegt André Rouvoet, voorman van de ChristenUnie, uiterst salonfähig dezer dagen en vooral pleitbezorger voor moreel leiderschap.

Zonder overdrijving kan Fortuyn zo'n politicus worden genoemd. Maar succes kreeg hij pas toen hij met een eigen partij kwam, na te zijn afgewezen door PvdA, VVD en CDA. Net als peetvader Harry Mens, die door het VVD-kader te ordinair werd bevonden.

Kort voor zijn overlijden had Joop den Uyl al geprobeerd Fortuyn voor dit buitensluiten te waarschuwen. 'Pim', had hij gezegd, 'je past niet binnen de cultuur van deze partij. Ik zie heel goed je talenten, maar binnen deze club zal het nooit iets me je worden.' Ten slotte verzuchtte Den Uyl: 'Ach, er is meer in het leven dan de politiek. Het ga je goed.'

Maar dat gold niet voor Fortuyn, het buitenbeentje van kindsaf, dat erbij wilde horen. Hij is een jongetje dat zijn moeder vereert, dat hangt aan pracht en praal en slecht is in sport en tekenen. Hij is trots op Joseph Luns en op GBJ, die het elke zondag weer veel beter weet dan Charles de Gaulle. De politiek neemt bezit van Fortuyn, en net als Den Uyl heeft ook hij het over 'de boel bij elkaar houden' als belangrijke politieke taak.

Zou hem dat als premier zijn gelukt? Tjerk Westerterp en Kay van der Linde kropen in de huid van Fortuyn en schreven zijn dagboek als premier. Hadden ze beter niet kunnen doen. Van der Linde en Westerterp als hoofdpersoon (want dat wordt het), dat is geen feest. Ze hebben te veel rekeningen te vereffenen, ze missen Fortuyns schrijftalent en zijn hang naar sentiment en romantiek. Hun tekst is saai en plat, hun Fortuyn bijna een dictator, die ten slotte met zijn kernkabinet in een krakkemikkig Catshuis zowaar wordt vergast, op de dag dat Volkert van der G. uit een coma ontwaakt.

Nee, deze premier Pim zou het klootjesvolk niet hebben gered. Wie wel?

Er is zwaar weer op komst. Ander zwaar weer dan van de asielzoekers op wie Fortuyn en zijn aanhang het hadden gemunt. De werkloosheid groeit, er is een tekort op de begroting, de inflatie stijgt, de pensioenen lopen gevaar, de woningnood in de grote steden keert terug en de koppeling tussen lonen en uitkering gaat eraan.

Alsof de duivel ermee speelt pleit Schnabel voor een revitalisering van het poldermodel. Rouvoet gaat ervan uit dat de kortstondige revolutie van de 'nieuwe politiek' inmiddels tot normale proporties is teruggebracht. Ze zijn te vroeg. De klassenstrijd is nog niet uitgewoed, en er is nog steeds geen antwoord op de vraag wie het klootjesvolk gaat redden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden