Wie praat verdwijnt, dus zwijgt iedereen

De Mexicaanse stad Durango is een toegangspoort tot de beruchte Gouden Driehoek, het berggebied waar drugskartels heroïne en wiet produceren. Wie praat verdwijnt, dus zwijgt iedereen. Rabobank heeft een filiaal in de buurt. 'De bank wast drugsgeld wit en is medeschuldig.'

Rosa Muñoz bij het graf van haar man Armando Rodriguez net buiten Durango. 'Ze zeggen dat hij het is. Ze hebben me gewoon een zak resten gegeven.' Beeld Felix Marquez

Gerafelde slierten politietape fladderen in de wind. Het is het enige dat nog herinnert aan het illegale massagraf dat zes jaar geleden werd aangetroffen op dit veldje in de Mexicaanse stad Durango. 87 verminkte lichamen kwamen onder de grond vandaan. De gaten zijn inmiddels gedicht, tussen het zwerfvuil groeit een enkele bloem. Op het schoolplein van de naastgelegen basisschool klinkt het gegil van spelende kinderen.

Het was slechts een van de vijftien massagraven die in 2011 werden gevonden in en rond Durango. Iedereen weet dat de drugskartels erachter zitten en dat de lokale politie betrokken was. 'Ik heb destijds wel gezien dat het niet pluis was', zegt Aurelio Duarte, die tegenover het veldje een fruitwinkel runt. 'Maar over dit soort dingen kun je beter zwijgen.'

Sinds toenmalig president Felipe Calderón eind 2006 de oorlog tegen de drugskartels begon, zijn 150 duizend doden gevallen in die oorlog. Er zijn 28 duizend Mexicanen verdwenen, aan de lopende band duiken massagraven op met lichamen, vaak gemarteld of verminkt. De criminelen zijn na tien jaar oorlog niet verslagen. Integendeel. Ze hebben hun activiteiten verder uitgebreid met vrouwenhandel, afpersing, en orgaanhandel, en infiltreren steeds dieper in justitie en politiek.

Fernando Hernández (36), groeide op in Durango, in een van de armste buurten van de stad. Vandaag dient hij in zijn huidige woonplaats Amsterdam een aanklacht in tegen Rabobank. Hij beschuldigt de bank van deelname aan de criminele organisaties die dood en verderf zaaien in zijn geboorteland. 'Rabobank wast het geld wit van Mexicaanse kartels', aldus Hernández. 'De bank verrijkt zich ten koste van de Mexicaanse doden. Ik wil dat de leidinggevenden daarvoor in de gevangenis komen.'

Hernández moeder was 15 jaar toen ze in verwachting raakte. Zijn vader ging er nog voor de bevalling vandoor. 'Ik ben opgevoed door mijn oma', aldus Hernández. Hij vond het als kind normaal dat zijn buurtgenoten in de drugshandel werkten. 'De armoede was groot en er waren nauwelijks andere opties', zegt hij. 'Op de wiet- en papaverplantages in de bergen was werk.'

Een moeder in Durango met het portret van haar vermiste zoon. Om veiligheidsredenen wil de familie niet met naam in de krant. Beeld Felix Marquez

Berggebied

Durango is een van de toegangspoorten naar de Triángulo Dorado (Gouden Driehoek), een berggebied in het noorden van Mexico. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hier in opdracht van de Verenigde Staten papaver verbouwd, om morfine te produceren voor de soldaten aan het front. Halverwege de Vietnamoorlog stopten de VS met de import van Mexicaanse papaver. Maar toen had de drugshandel er al wortel geschoten.

De onherbergzame Gouden Driehoek vormt het hart van de Mexicaanse wiet- en heroïneproductie, de regio staat bovendien vol methamfetaminelaboratoria. Het is territorium van het Sinaloa-kartel, waarvan leider El Chapo onlangs is uitgeleverd aan de Verenigde Staten. 'Durango is van El Chapo', zeggen de inwoners nog steeds. En dat is niet ironisch bedoeld.

Zelf bleef Hernández uit de buurt van de drugshandel. 'Ik was goed op school en hield van leren', vertelt hij. Na de middelbare school vertrok hij naar Morelia, de hoofdstad van de deelstaat Michoacán, vond een baantje als nachtwaker in een hotel en studeerde overdag economie. Later kreeg hij een beurs voor een master in Londen en belandde uiteindelijk in Amsterdam, waar hij samenwoont met zijn Nederlandse vriendin.

De politicus Armando Rodriguez, die werd teruggevonden in een massagraf hoewel zijn familie losgeld had betaald. Beeld Felix Marquez

Hernández was al weg uit Durango toen zijn oom Juan drugs begon te vervoeren voor het Sinaloa-kartel. 'Mijn man werd in 2002 gepakt met een ton wiet in een vrachtwagen', vertelt Maria, de tante van Hernández. Maria, die uit angst voor het kartel niet herkenbaar en met volledige naam in de krant wil, woont nog altijd in de wijk waar Hernández opgroeide. 'Hij werd tot tien jaar cel veroordeeld.'

De 50-jarige vrouw zit in de voorkamer van het kleine huis dat ze deelt met een van haar dochters en vijf van haar kleinkinderen. De kamer is leeg, afgezien van twee plastic stoelen, en wat aftands speelgoed op de grond. Haar kleine handen zijn voortdurend in beweging, haar vingers pulken aan de rand van haar trui.

'Juan zou 250 dollar hebben gekregen voor het vervoer van die wiet', aldus Maria. 'We hadden het geld hard nodig.' Ze staat volledig achter de aanklacht die haar neef vandaag indient tegen Rabobank 'De gevangenissen zitten bomvol mensen zoals wij', zegt ze. 'Maar de bankiers, degenen die echt rijk worden van de drugshandel, die gaan vrijuit.'

In de gevangenis waar Juan terechtkwam, was het Sinaloa-kartel aan de macht. 'Hij bleef voor ze werken', aldus Maria. 'Het bood hem bescherming.' Toen Juan vrijkwam in 2010, was er geen weg terug meer. 'Hij moest aan het werk op de plantages', aldus Maria. 'Maar hij wilde dat leven niet meer.' In december 2011 weigerde hij een klus. Vlak daarna ging hij van huis en kwam nooit meer terug.

Een man uit Durango. Hij verdween bij de strijd tussen twee drugskartels. Beeld Felix Marquez

Rivaliserende kartels

Tot zo'n tien jaar geleden was het relatief rustig in Durango. El Chapo was er koning en zolang niemand hem tegensprak vloeide er weinig bloed. Maar in 2008 kwamen er kapers op de kust. Het rivaliserende kartel Los Zetas probeerde voet aan de grond te krijgen in de deelstaat, en met succes. Ze namen dorp na dorp over, en lieten een spoor van doden en verdwijningen achter. Los Zetas is berucht om zijn bloeddorstige handelswijze. De kartelleden hakken de hoofden van hun vijanden af en dumpen die op klaarlichte dag op pleinen. Of ze hangen hun slachtoffers gevild aan viaducten. Weer anderen laten ze spoorloos verdwijnen. In massagraven of opgelost in zoutzuur. 'Iemand opheffen', heet dat. Een aantal andere kartels namen deze gewoonte over.

'Niemand durfde de straat nog op, er waren voortdurend schietpartijen in de stad', vertelt een journalist van El Siglo de Durango, die uit angst voor represailles alleen anoniem zijn verhaal wil doen. De krant ontving dreigtelefoontjes, er werd een verslaggever vermoord, er ontplofte een bom in het gebouw van El Siglo in de nabijgelegen stad Torreon. 'Sindsdien schrijven we niet meer over drugskartels, noch over hun banden met de staat', aldus de journalist. Hij haalt verontschuldigend zijn schouders op. 'Wat wil je dat ik doe? Ik heb een zoon, ik wil niet dood.'

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Beeld de Volkskrant

Nadat El Chapo de indringers uit de deelstaat had verjaagd, bleken de problemen niet voorbij. De factie die Durango had heroverd, wilde zich afscheiden van de baas en zelf de stad besturen. Het geweld nam nog extremere vormen aan. Pas toen El Chapo in 2011 de oorlog won, keerde de relatieve rust terug.

Toen de massagraven werden ontdekt, stroomden vanuit de hele regio nabestaanden van vermisten toe. Vrouwen, met in hun handen gehavende foto's van verdwenen zonen, echtgenoten of anderszins geliefden. Ze reizen van massagraf naar massagraf, in de hoop ooit een restje botten te kunnen begraven. Ook in Durango stonden ze hun dna af en keken naar foto's van halfvergane lichamen. Herkenden ze misschien dit petje? Deze tatoeage?

De echtgenoot van Rosa Muñoz (52) was toen al een half jaar verdwenen. Tien zwaarbewapende mannen waren 's nachts haar huis binnengedrongen en hadden Armando Rodrigues met een zak over het hoofd afgevoerd. 'Mijn man had machtige vrienden, hij was politicus', vertelt Muñoz. Met haar spitse, goudgelakte nagel vangt ze voorzichtig een traan op uit haar zwaar opgemaakte oog. 'Ik ging naar de gouverneur, naar parlementariërs, maar overal werd de deur dichtgesmeten.'

Begraafplaats

Haar huis was ooit een paleis. Nu staat het zwembad droog, een dikke laag stof bedekt de whiskyflessen in de bar. 'Ze eisten losgeld', zegt Muñoz. 'Ik heb betaald, maar Armando kwam niet terug.' Toen zag de op televisie hoe een lichaam met een grijze boxershort en een zak over het hoofd uit een massagraf werd getakeld. 'Mijn dochter zei: 'Dat is papa!' We haastten ons naar het Openbaar Ministerie.'

Nu ligt Armando op een begraafplaats net buiten Durango. 'Ze zeggen althans dat hij het is', aldus Muñoz, terwijl ze een achtergelaten bierflesje van het graf raapt en een boeket plastic bloemen schikt. 'Ze hebben me gewoon een zak resten gegeven, er is geen fatsoenlijk onderzoek gedaan.' Ze zet haar kraag op tegen de snijdende wind die uit de bergen komt. 'Hier in Durango wordt nooit iets onderzocht.'

Ook Maria ging op zoek in de massagraven, maar vond tot nog toe geen spoor van Juan. 'Ik ga er maar van uit dat hij dood is', zegt ze. Ze is nog altijd bang. Voor de mannen van het kartel, die hun rondes lopen in de wijk en haar soms net iets langer aan lijken te kijken dan nodig is. Maar ook voor de regering, het leger de politie. 'Je kunt niemand vertrouwen', zegt ze zacht. 'Ik houd me zoveel mogelijk gedeisd.'

Een altaar voor een vermiste. Beeld Felix Marquez

Tien jaar strijd: 150 duizend doden

Tien jaar geleden verklaarde toenmalig president Felipe Calderón de oorlog aan de Mexicaanse drugskartels. 'Mexico kan veranderen', aldus Calderón en stuurde het leger de straten op om de criminelen aan te pakken. 'Het zal beter worden.'

Maar de oorlog, voortgezet door de in 2012 aangetreden Enrique Peña Nieto, werd een fiasco. In de afgelopen tien jaar vielen 150 duizend doden, onder wie 75 journalisten. Zo'n 28 duizend Mexicanen zijn verdwenen. Mexico is stukken onveiliger geworden. En de drugs vinden nog altijd hun weg naar de VS.

De regering is er weliswaar in geslaagd een aantal kopstukken uit te schakelen, maar dat heeft het geweld niet doen afnemen. Drugskartels zijn gefragmenteerd, de leden vechten onderling om leiderschap en territorium. Op diverse plaatsen in het land hebben burgers de wapens opgepakt. In de steek gelaten door de staat, proberen ze zichzelf te beschermen.

De kartels hebben hun tentakels intussen verder uitgespreid in de Mexicaanse staatsinstituten. Dat werd pijnlijk zichtbaar toen 43 studenten in september 2014 spoorloos verdwenen. Het bleek al snel dat de regering loog over het lot van de studenten en dat de lokale autoriteiten en het leger betrokken waren bij hun verdwijning. De jongeren zijn nog altijd niet teruggevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden