REPORTAGETracking

Wie positief test in Zuid-Korea, ziet zijn hele leven online verschijnen

Beeld Izaak Besuijen

Wie positief test in Zuid-Korea, vindt zijn handel en wandel meteen terug op internet. Terecht, vinden veel Koreanen. Maar waarom de overheid zó veel moet delen?

Het is het kinderdagverblijf dat meldt dat in onze wijk in Seoul een tweede coronapatiënt is geregistreerd. ‘Update over het tweede besmettingsgeval’, sms’t de directeur. ‘Buitenlandse man van 35 jaar. Bron van besmetting: wordt onderzocht.’

Wat volgt, is een opsomming van alle plekken waar deze man is geweest in de dagen voor hij positief testte. Op 11 maart bijvoorbeeld. Om 11.00 uur: bezoek aan de tandarts. 14.40: bezoek aan de bank. En tussen 15.15 en 15.30: bezoek aan restaurant Johnny Dumplings. Later (16.20) volgde een bezoek aan dierenkliniek Pet Valley, voordat hij een taxi nam naar huis (17.00). Om 21.15 uur meldde hij zich bij het gezondheidscentrum, waar hij werd getest.

Waarom we dit intieme inkijkje in de handel en wandel van de 35-jarige buitenlander krijgen, is onduidelijk. De man heeft niets met het kinderdagverblijf te maken. Het is uit voorzorg, lijkt het. ‘Als je ook symptomen ontwikkelt, ga dan naar het ziekenhuis’, aldus de directeur.

Beeld Izaak Besuijen

De gegevens komen uit het onderzoek waaraan elke coronapatiënt in Zuid-Korea moet meewerken. Wie positief test, wordt gebeld door een epidemiologisch inspecteur van het KCDC, het Zuid-Koreaanse RIVM. Die neemt minutieus je schema door in de periode vlak voor de symptomen opkwamen. Het verslag wordt meestal aangevuld met telefoon- en creditcardgegevens. Ook worden camerabeelden teruggekeken; dat kan doordat in Zuid-Korea op zo ongeveer elke straathoek een camera hangt.

Het doel van dit alles is de ‘nauwe contacten’ op te sporen: winkeliers, taxichauffeurs of nietsvermoedende medepassagiers die binnen een straal van een meter van de patiënt zijn geweest. Omdat de gegevens online worden gezet, kunnen burgers ook zelf onderzoek doen.

Het speurwerk, in combinatie met het massale testen, zorgt ervoor dat Zuid-Korea een van de succesvolste landen is in de bestrijding van het coronavirus. Het aantal patiënten daalt snel, nieuwe gevallen worden vlug opgespoord en tot dusver zijn slechts 169 Koreanen overleden.

Privacy

Dat de privacy van de bevolking daarvoor wordt opgeofferd, is van secundair belang. Dat merkte ook Park Hyun, een 48-jarige hoogleraar uit Busan, die eind februari positief testte. ‘Mijn buren wisten meteen dat ik het was. Ze kennen mijn leeftijd, mijn werkadres stond erbij en ze zagen me niet meer op de flat’, aldus Park. ‘Voor mijn familie was het vervelend, omdat ze door sommige buurtbewoners met de nek werden aangekeken. Gelukkig wonen we er al lang en kregen we van de meeste buren steun. Dat geluk heeft niet iedereen.’

Park was een serieus geval. Hij belandde met ademhalingsproblemen op de intensive care, waar hij negen dagen bleef. Daarna volgden nog twee weken zelfisolatie.

Beeld Izaak Besuijen

Bij terugkomst zag hij dat lokale media de informatie over hem, ‘patiënt 47’, hadden gepubliceerd. En niet altijd accuraat. Zo schreef een krant dat hij het virus uit de Verenigde Staten had meegebracht toen hij begin februari van San Francisco naar Busan vloog. Onzin, zegt Park. ‘Ik was al meer dan twee weken terug voordat ik symptomen kreeg.’

Ook ziet Park dat veel patiënten ‘gestigmatiseerd’ worden. Vooral patiënten die een tijd met symptomen hebben rondgelopen, moeten het ontgelden. Veel Koreanen vinden dat ze daardoor willens en wetens anderen in gevaar hebben gebracht. Park spreekt van een ‘heksenjacht’, met name online. ‘Heel oneerlijk’, zegt hij. ‘Hoe moet iemand weten dat hij corona heeft?’

Vooral christenen moesten het de afgelopen weken ontgelden, omdat diverse kerken besmettingshaarden zijn gebleken. Het coronavirus verspreidde zich begin februari onder duizenden leden van de Shincheonji-kerk. Veel Koreanen vermoeden dat leden tegen het advies van de overheid in bleven samenkomen.

Volgens Park worden Shincheonji-aanhangers daarom extra geslachtofferd. ‘Toen het virus werd aangetroffen bij medewerkers van een telefooncentrale in Seoul, zei de burgemeester meteen dat er twee besmette Shincheonji-leden werkten. Maar beiden bleken het virus niet te hebben.’

Nieuwe bevoegdheden

De vergaande informatievergaring vindt zijn oorsprong in de mers-epidemie in 2015, waarbij 36 mensen omkwamen en duizenden in quarantaine moesten. Het KCDC, dat opereert vanaf een beveiligd complex in de stad Sejong, een uur rijden van Seoul, kreeg destijds kritiek dat het te weinig informatie over het virus had – en gaf. Nadien paste het parlement de privacywetten aan.

Beeld Izaak Besuijen

De nieuwe bevoegdheden worden nu ruimhartig toegepast en sinds vorige week is de procedure ook nog eens versneld. Voorheen moesten de virusinspecteurs schriftelijk toestemming vragen aan de politie om privégegevens op te vragen. Daar gingen zo twee dagen overheen. Nu communiceren de epidemiologische speurders, de politie en de telefoon- en creditcardbedrijven met elkaar in een beveiligde virtuele omgeving, die in een paar weken tijd is ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur. Het opvragen van de gegevens duurt nu minder dan tien minuten. En het systeem kan meer. ‘We kunnen de data onderling vergelijken en zien of patiënten op dezelfde plek zijn geweest. Zo kunnen we besmettingshaarden identificeren’, zegt Lee Ik-jin, directeur van de afdeling die het systeem ontwikkelde.

Geen adresgegevens meer

Veel Koreanen steunen het beleid om privégegevens te gebruiken voor de virusbestrijding. Wel is er kritiek op de hoeveelheid informatie die wordt geopenbaard. ‘Waarom moeten we de leeftijd en het geslacht weten van iemand die elke dag tussen huis en werk pendelt en af en toe naar de sportschool gaat?’, schreef de prominente oppositiepoliticus Lee Jun-seok op Facebook. Op advies van de nationale mensenrechtencommissie NHRCK stopten de autoriteiten vorige maand met het publiceren van adresgegevens.

Epidemioloog Kim Dong-hyun, die de regering adviseert over de coronastrategie, wijst erop dat het opvragen van privégegevens cruciaal is om besmette personen vroegtijdig op te sporen. Het is een van de redenen waarom het virus zich maar mondjesmaat heeft verspreid in de miljoenenstad Seoul. ‘Als we dit niet doen, is een lockdown onvermijdelijk’, zegt Kim tijdens een interview in een WeWork-filiaal in Seoul. ‘En bedenk: een lockdown heeft betrekking op iedereen. Van het opsporen van contacten heeft een beperkt aantal mensen last.’

Beeld Izaak Besuijen

Rest de vraag wat burgers moeten met de verstrekte gegevens, zoals de lijst die het kinderdagverblijf rondstuurde. Volgens Kim voorzien die vooral in de informatiebehoefte van Zuid-Koreanen. Zo is er veel vraag naar websites die bijhouden waar patiënten zijn geweest, zoals coronamap.live. ‘Een slecht idee’, meent Kim. Tegen de tijd dat de informatie naar buiten komt, zijn die plekken gedesinfecteerd en dus veilig. Hier wint de psychologie het van de wetenschap.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden