'Wie of wat stelt de samenleving gerust?'

We hebben er behoefte aan om gerust gesteld te worden. Echter, het verontrustende nieuws van de afgelopen tijd stelt ons vertrouwen in de toekomst sterk op de proef, stelt René Cuperus.

Beeld ap

Een basisbehoefte van mensen is dat ze gerustgesteld willen worden over de toekomst. Men koestert geen overspannen verwachtingen over de toekomst, maar wil wel met enig vertrouwen en een gerust gevoel de toekomst tegemoet zien. Niets meer, maar ook weinig minder.

Mensen willen het gevoel krijgen dat het op termijn bijvoorbeeld wel goed komt met de euro. Dat de Europese Unie een goed idee was, is en blijft. Zo wil men ook graag geloven dat de multiculturele integratieproblemen van vandaag tijdelijke overgangsverschijnselen zijn die als sneeuw voor de zon verdwijnen bij nieuwe generaties. En dat dus de apocalyptische verhalen van de PVV over de islam vals alarm zullen blijken. Mensen willen er ook van verzekerd worden dat het met de welvaart wel snor zit. Dat men kan blijven rekenen op goede gezondheidszorg en een veilige straat voor hun dochters.

Continuïteit

Het gros van de mensen hecht aan continuïteit. Aan de continuïteit van hun eigen leven en die van de samenleving. Het heeft er alle schijn van dat de huidige tijd deze menselijke basisbehoefte niet bevredigt. Integendeel. Als onze amechtige samenleving iets niet levert, dan is het wel een basaal toekomstvertrouwen.

Neem alleen al de afgelopen zomerperiode. Wat een relaxte komkommertijd had moeten zijn, werd een uitbarsting van onrustbarend nieuws. Het leek wel alsof alles samenviel: de Noorse massamoord, de voortwoekerende crisis van de Europese muntunie; revolutionaire woelingen in Syrië en Libië; de hongersnood in de Hoorn van Afrika; Obama's schuldenstrijd.

Wat deze verontrustende nieuwsverhalen met elkaar gemeen hebben, is dat ze niet 'in control' zijn. Mensen voelen aan hun water dat politici en experts zich verrast en overvallen voelen door deze gebeurtenissen. Dat leest men af aan de beleidsreacties, die vaak weinig meer zijn dan slecht doordachte improvisaties. Pseudo-daadkracht op de tast.

Speelbal
Landen als Griekenland of Spanje worden speelbal van kredietbeoordelaars. Europese politici lopen traag doch slaafs achter de financiële markten aan. Desondanks, en dat zien mensen heel goed, bestaat er nog geen begin van overeenstemming over de toekomstige muntunie. Politieke leiders zijn onderworpen aan de alarmsignalen van de financiële markten, maar vrezen tegelijk de wraak van de electorale markten. Allemaal weinig geruststellend.

Wat ons vertrouwen in de toekomst vooral op de proef stelde, was de psychopathische massamoord in Noorwegen. Die Noorse tragedie sloeg per direct over op de open zenuwen van het Nederlandse islamdebat. Te gretig werd de strijdbijl tegen Wilders opgegraven: 'Nu zie je, Geert, wat ervan komt'. Het gaat veel te ver om Wilders via guilt by association ideologisch medeplichtig te maken aan de moordpartij van een maniakale 'volger'. Te weinig ging het over de daden, en dus de slachtoffers van Breivik, te veel over zijn zogenaamde motieven.

Horrorfilm
Toch valt wel te begrijpen waarom de Noorse horrorfilm als een bom insloeg in Nederland. En dat heeft alles te maken met ongerustheid over de toekomst. Geert Wilders neemt daarin een sleutelpositie in. Positief én negatief. Voor zijn achterban vertegenwoordigt Wilders hoop in bange dagen. Hij is de enige die de gevestigde orde weet te trotseren en Nederland zal afschermen van negatieve toekomsttrends. Voor anderen is Wilders juist de schandvlek op het Nederlands blazoen, de domper op het nationale zelfbeeld. 'Na Oslo' kwam deze tegenstelling op scherp. Ons centrum-rechts kabinet moet de internationale pers uitleggen dat degene die zij omschrijven als de extreemrechtse 'inspirator' van Breivik de gedoogpartner is van hun regering.

Het probleem zit hem niet in Wilders' toon, maar in zijn programma en methode. Wilders heeft, net als Fortuyn eerder, een belangrijke functie gehad. Zij hebben de gevestigde partijen gecorrigeerd. Zij hebben terecht waakzaamheid geëist tegenover de radicale islam en een onvermijdelijke aanpassingsdruk op nieuwkomers gelegd - die trouwens eerder de verzorgingsstaat en criminaliteit betreft dan godsdienst. Maar zijn politiek programma om de islam uit Nederland te weren, is niet alleen constitutioneel onmogelijk, maar boven alles rampzalig voor de toekomstige maatschappelijke verhoudingen in Nederland.

Te hopen is dat Wilders, aangeslagen door de Noorse terreur, zijn apocalyptische vrijheidsstrijd tegen de islam een reality check zal laten ondergaan. Mensen geloven maar tijdelijk in fatalistische toekomstscenario's.

René Cuperus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.