Wie nog rept van balpenmoord moet met bewijs komen

MARTIJN van Calmthout spreekt in Forum van 24 februari wat betreft de zogeheten balpenmoord over 'pseudo-experimenten'. Hij stelt dat op kentheoretische gronden de uitgevoerde schietproeven nooit als harde conclusie kunnen opleveren dat het ongeval geen moord kàn zijn geweest met een kruisboog....

Bij het probleem 'hoe kan een pen in een hoofd raken?' gaat het niet om een probleem waar onze theorieën mogelijk tekort schieten in het verklaren van de werkelijkheid (zoals bijvoorbeeld bij de vraag of het standaardmodel voor elementaire krachten en deeltjes juist is of weerlegd wordt door nieuwe experimenten). Het gaat om een probleem van toepassing van wetenschappelijke kennis, waarbij de onderliggende natuurkundige theorieën niet op enigerlei wijze ter discussie staan.

Het juist toepassen van wetenschappelijke theoriën in nieuwe omstandigheden is echter geen triviale intellectuele bezigheid: onze technische universiteiten danken er voor een groot deel hun bestaan aan. Experimenten zijn nuttig om het toepassen van theorieën in goede banen te leiden, vooral als er een paar onzekere parameters zijn, zoals de preciese sterkte van weefsel en plastic bij statische en dynamische belasting.

Bij een schot met een kruisboog krijgt een pen een snelheid van vele tientallen meters per seconde. Als de pen het hoofd treft wordt hij over een afstand van maximaal vijf cm afgeremd tot een zeer lage snelheid. Om een pen over een dergelijke korte afstand af te remmen is een zeer grote versnelling nodig, duizenden keren groter dan de zwaartekracht. Daarbij staan de pen en het hoofd dus bloot aan zeer grote krachten.

Hoe pennen zich bij dat soort krachten gedragen kunnen we niet weten op grond van onze dagelijkse waarneming. Daarom moet je dan experimenten doen. De resultaten van die experimenten lieten niet alleen een doorschuif-effect zien van de inktpatroon, maar even belangrijk was dat ze ook een inktspoor lieten zien, veroorzaakt door de hevige compressie van de inkt in de inktpatroon waardoor lekkage optrad.

Het gevolg van deze kennis is dat we nu inderdaad met zeer grote zekerheid, door toepassing van theorieën waarvan de juistheid niet ter discussie kan staan, kunnen concluderen dat er geen schot met de aangetroffen pen heeft plaatsgehad. Die zekerheid is niet alleen inductief statistisch van aard (als iets twintig keer zo is, is het waarschijnlijk de eenentwintigste keer ook zo), maar ook empirisch-theoretisch omdat er weer nader onderzoek mogelijk is.

Eventueel zou bijvoorbeeld nog nader onderzoek kunnen plaatsvinden om niet-elastische deformaties te onderzoeken ten gevolge van de compressie van de inkt. Als die in de aangetroffen pen afwezig zijn, is de pen dus niet sterk afgeremd.

Het is in het geheel niet nodig om, zoals van Calmthout stelt, vóór de experimenten al een theorie te hebben. Want de gevonden feiten in een natuurwetenschappelijk experiment, in tegenstelling tot menig experiment in bijvoorbeeld de psychologie, geven vrijwel altijd aanleiding tot een beter begrip waarmee weer verdere experimenten kunnen worden gedaan die onze kennis van het toepassingsgebied verder verfijnen. Het opleggen van methodologische principes zoals die in de sociale wetenschappen nuttig kunnen zijn, is hier dus niet zinnig.

Ik denk dat het belangrijk is om deze misvatting recht te zetten, want ook in het pleidooi van de procureur generaal klonk door dat er misschien toch een moord met een kruisboog kan hebben plaatsgehad, die alleen door een technisch toeval moeilijk te reproduceren is.

Ik ben van mening dat dit een betreurenswaardige en foute interpretatie van de feiten is, die helaas gewicht lijkt te krijgen door het commentaar van een wetenschapsredacteur van de Volkskrant. De mijns inziens enig juiste interpretatie van de feiten zoals die nu bekend zijn, is dat er sprake is van een ongeluk en dat er geen enkele plausibele theorie is waarin de feiten op een moord met een kruisboog wijzen.

Bovendien is het zo, zou men nog twijfelen, dat er nader experimenteel onderzoek mogelijk is. Ik hoop dat iedereen die nu nog beweert dat Jim T. toch schuldig kan zijn aan moord met een kruisboog en een balpen, zich realiseert dat op hem of haar de verplichting rust dit wetenschappelijk aannemelijk te maken. Men kan dergelijke beschuldigingen niet onderbouwen met een beroep op de wetenschapsfilosofie.

Gerard te Meerman

De auteur is wetenschapsfilosoof en wiskundig geneticus verbonden aan de medische faculteit in Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden