Wie niets doet tegen geweld, heeft ook vuile handen

Beweringen & Bewijzen

In 1947 schreef Jean-Paul Sartre het toneelstuk Les mains sales, dat in het Nederlands werd vertaald door Anna Blaman en C.N. Lijsen. Die laatste heb ik nog gekend, want hij was een verwoed schaker. Vuile handen is een politiek drama, dat speelt in de tijd dat het communisme nog een economische en morele impact had. In dat opzicht heeft het stuk zijn actualiteit verloren en daarom worden tegenwoordig alleen nog ingekorte versies opgevoerd.

Toch is een algemene boodschap blijven hangen: wat een politicus (lees: de mens) ook doet, hij maakt altijd vuile handen. Neemt hij de ene beslissing, dan is hij er ook verantwoordelijk voor dat de andere beslissing niet is genomen.

Sartre zei wat die andere filosoof Johan Cruijff jaren later zou omdraaien: elk voordeel heeft zijn nadeel. Later ontstond nog een existentialistische variant op deze denkwijze: de politicus (lees: de mens) is ook verantwoordelijk als hij niets doet en alleen maar toekijkt. Die gedachte vond haar oorsprong in de Tweede Wereldoorlog, toen het aantal verzetsmensen en het aantal collaborateurs relatief klein bleek vergeleken bij het overgrote deel van de bevolking dat het gedrag van de bezetters stilzwijgend had geaccommodeerd.

Dat accommoderen en weglopen voor je verantwoordelijkheid is nog altijd hoogst actueel. Neem de voetbalclub Feyenoord. Supporters van Feyenoord hebben onlangs huisgehouden in Rome, waarbij historische oudheden zijn vernield. Toen die luitjes terugkwamen op Schiphol, bleken zij daar geen enkele spijt van te hebben. Eigen schuld, dikke bult, Italianen. Dat krijg je ervan als de vuilnisbakken niet op tijd worden geleegd. Het opmerkelijke was dat de Feyenoord-directeur Eric Gudde zich zei te schamen voor 'het hersenloze gedrag' van zijn supporters, maar dat de club verder geen excuses aanbood.

Het gebeurde buiten het stadion, iedereen kan zich wel Feyenoordsupporter noemen, de club had er eigenlijk helemaal niets mee te maken. Enzovoort. Ongetwijfeld gebeurde dat uit angst voor competitie-uitsluiting en schadeclaims, maar de lafhartigheid van zijn vluchtgedrag zal niemand zijn ontgaan.

Wat je ook altijd hoort, is dat weinigen het voor de grote groep goedwillenden verpesten, terwijl televisiebeelden laten zien dat die groepen helemaal niet zo klein zijn. Een paar jaar geleden ging ik voor het eerst weer eens naar een voetbalwedstrijd en niet ver van mij hoorde ik een tribune zingen: 'Wie niet springt, die is een Jood', en dat soort dingen.

Het viel mij op dat niemand van de 50 duizend toeschouwers daartegen in opstand kwam. Na afloop ging men gewoon naar huis en ik had niet de indruk dat het publiek zich ergens aan had gestoord. Misschien werkte het mechanisme dat je ook wel ziet bij een drenkeling: hoe meer omstanders, hoe kleiner de kans dat hij (of zij) wordt gered. Niemand voelt zich verantwoordelijk. Het te water gaan laat men graag aan anderen over. Maar het is ook mogelijk dat al die duizenden toeschouwers diep in hun hart genieten van de rellen en de vernielingen en daarom die minderheden gewoon hun gang laten gaan.

Een voetbalclub, een vol stadion en een groep hooligans vormen moeiteloos een metafoor voor de islam, de moslims en de hoofdafsnijders van IS. Ook hier hoor je altijd dat het om een kleine groep gaat, terwijl de meerderheid vredelievend is. En dan zijn er natuurlijk altijd moslims die zeggen dat zij er niets mee te maken hebben, omdat zij die aanslagen niet hebben gepleegd.

Maar zoals je Joden best mag vragen wat ze van de staat Israël vinden en katholieken best mag aanspreken op het kind misbruikende gedrag van priesters, zo is er niets op tegen moslims te vragen zich te distantiëren van het geweld dat in naam van de islam wordt gepleegd.

De vijf moslims, die daar onlangs in deze krant over schreven , vinden dat echter niet nodig. De briefschrijvers Samya Khamlichi, Siham el Baroudi, Omar Zeamari, Amine el Morabit en Khadija Kadrouch-Outmany zouden samen een uitstekende directie van Feyenoord vormen. In elk geval hebben zij de toon en het vluchtgedrag al helemaal te pakken.

Meer respect - om dat woord maar eens te gebruiken - heb ik voor de moslims die vorige week rond een synagoge in Oslo 'een menselijke ring van vrede' vormden. Dat er in plaats van duizend, zoals verwacht, slechts twintig moslims kwamen opdagen en dat een van hen enkele jaren geleden nog een speech tegen Joden en homo's heeft afgestoken, alla - de bedoeling was goed. Eric Gudde zou van deze moslims heel wat kunnen leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.