Wie nepnieuws wil bestrijden, moet bij zichzelf beginnen

Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA). Beeld anp

Is #Fakenews een tijdelijk fenomeen dat hoort bij de volwassenwording van internet? Tot de komst van internet bepaalden massamedia het wereldbeeld. Daarna werd de journalistiek gedemocratiseerd en dat was een goede ontwikkeling. De toegang tot informatie nam enorm toe, foute berichten werden snel gecorrigeerd en door de lage drempel om een medium te beginnen werd de pers alleen maar pluriformer.

Nu worden we met de keerzijde van die oneindige vrijheid geconfronteerd. Het is ook makkelijker geworden de waarheid te manipuleren. De zelfcorrigerende mechanismen werken niet zo goed als gehoopt, waardoor het voor de argeloze burger vaak niet eenvoudig is om zin en onzin van elkaar te scheiden. Hoe groot de invloed van valse informatie precies is, is moeilijk te bepalen, maar de peiling van I&O Research die de Volkskrant vandaag publiceert, is reden tot zorg. Eenderde (31 procent) van de Nederlanders zegt vaak niet meer te weten wat waar is en wat onwaar.

Het is verleidelijk om hen hierbij te helpen. Facebook is reeds begonnen al te opvallende verzinsels te weren. De man achter Wikipedia heeft een initiatief aangekondigd om het waarheidsgehalte van nieuws te beoordelen. En de regering ziet voor zichzelf nu ook een rol weggelegd. Internet kan niet zonder scheidsrechters, is de gedachte. Anderen pleiten ervoor de burger mediawijzer te maken, zodat hij zelf leert in te schatten wat hij moet geloven.

Wie nepnieuws gaat bestrijden, moet eerst goed definiëren waarover hij het heeft. De betekenis van het woord is aan inflatie onderhevig. Aanvankelijk sloeg het op satirische nieuwsberichten, daarna werd het gebruikt voor het moedwillig verspreiden van onwaarheden door vage, veelal Oost-Europese websites. Dankzij Trump verschoof de betekenis vervolgens naar 'dit nieuws komt mij slecht uit. Ik verklaar het daarom voor onwaar'. Tegenwoordig wordt het ook al gebruikt als een 'ik ben het er niet mee eens'. Het gevaar bestaat dat het bestrijden van nepnieuws uitmondt in het weren van onwelgevallige informatie.

De vraag is bovendien of het verspreiden van desinformatie het grootste probleem is. Is manipulatie van de werkelijkheid niet van alle tijden? In het pre-internettijdperk deden er ook al allerlei onjuiste verhalen de ronde - ook al bleven die toen vaak onzichtbaar. Er ontstaat pas een probleem als er een vruchtbare bodem voor nepnieuws is. Moeten we ons niet meer zorgen maken over de desinteresse voor de feiten?

In de politiek is zeker in Angelsaksische landen sprake van een post-truthtijdperk. Kiezers laten zich vaak liever leiden door emoties dan door feiten en de ratio. Slimme politici spelen daarop in. Zowel de keuze voor Trump als de keuze voor de Brexit werden sterk door emotie bepaald.

De sociale media worden vaak aangewezen als broeinesten van nepnieuws, maar het zijn vooral ook broeinesten van emotie, niet alleen bij Brexiteers en Trumpianen, maar vaak ook bij hun tegenstanders. De opkomst van de emotie en het continue ondergraven van de feiten versterken elkaar. Waarom zouden feiten meer waard zijn dan emoties, als ze net zo grillig en onbetrouwbaar zijn?

Hoe kunnen we deze zichzelf versterkende cyclus doorbreken? Als krant door in de eerste plaats het goede voorbeeld te geven. Door gewetensvol om te gaan met de feiten, door eerlijk te zijn over wat je wel, maar vooral ook over wat je niet weet en door altijd open te blijven staan voor verschillende interpretaties en perspectieven.

Politici moeten wellicht ook eerst naar zichzelf kijken. Het nieuws dat het ministerie van Justitie onderzoeksresultaten manipuleert om beleid erdoor te drukken, kwam op een zeer ongelukkig moment. Hoe kun je geloofwaardig nepnieuws bestrijden als je tegelijkertijd zoveel dedain voor de feiten tentoonspreidt? Wie nepnieuws wil bestrijden, moet in de eerste plaats bij zichzelf beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.