Wie maar afwacht is de sigaar

Bij reorganisaties kan de bedrijfsleiding leunen op managementboeken en talloze consultants. Maar hoe kunnen werknemers zich wapenen? In acht afleveringen antwoord op de vraag 'Hoe overleef ik de reorganisatie?' Deel 6: 'Sta stil bij een worst case-scenario'..

Een beroepsmilitair die een eigen bedrijf wil beginnen, kan het slechter treffen. Van overheidswege kan hij recht hebben op een startsubsidie, eventueel gecombineerd met wachtgeld. De vakbonden spraken deze bijzondere voorziening af met werkgever minister Kamp. Allemaal om het militairen aantrekkelijk te maken vrijwillig uit overheidsdienst te treden.

Hoge nood maakt creatief. Dat blijkt uit het sociaal akkoord dat de militaire vakbonden en de minister van Defensie eind december sloten. In de komende vier jaar moeten twaalfduizend functies bij Defensie verdwijnen. Zevenduizend hiervan vervallen vanwege natuurlijk verloop. Maar voor vijfduizend militairen is een oplossing nodig. 'Ons uitgangspunt is: van werk, naar werk met behoud van inkomen', zegt voorzitter Wim van den Burg van de AFMP, de FNV-bond voor militairen. 'We zetten mensen liever niet op de deurmat bij het CWI. We willen van alles proberen om gedwongen ontslag te voorkomen.' Er is een waslijst aan regelingen afgesproken om militairen aan een andere werkgever te helpen.

Dat de Nederlandse krijgsmacht sinds de val van de Muur nagenoeg is gehalveerd, is menigeen domweg ontgaan, zo soepel verliep de operatie tot nu. Van den Burg noemt dit 'het voordeel van een grote organisatie'.

Defensie heeft dat gemeen met internationaal georieerde, veelal beursgenoteerde, bedrijven als ABN AMRO, Unilever of Shell. Ook daar verdwijnen jaarlijks honderden banen. Maar tot collectieve ontslagen komt het zelden of nooit. Een samenstel van vertrekpremies, sollicitatiecursussen en andere mobiliteitsbevorderaars maakt dat de meeste overtollige werknemers het bedrijf geruisloos verlaten. Ze zijn er op enig moment van overtuigd geraakt dat ze hun heil beter elders kunnen zoeken.

Hoe eerder het inzicht doorbreekt dat vertrek onvermijdelijk is, hoe beter, vindt Kees Rippen, senior consultant bij adviesbureau Berenschot. 'Reorganisaties gaan meestal gepaard met verlies van banen. Als je ziet aankomen dat je misschien de sigaar bent, bij een kans van 25 procent of meer, moet je je laten informeren over je rechten door een vakbond of door een jurist. Wees niet reactief, sta stil bij de mogelijkheid van een worst case-scenario.'

Over de rechten van een werknemer die onvrijwillig moet vertrekken ligt van alles vast, zowel in de wet als in het gewoonterecht. Voor ontslag is toestemming vereist van het CWI, de voormalige arbeidsbureaus, of van de kantonrechter. Beide instanties zijn tegenwoordig even populair bij de werkgever. Samen kregen ze in het afgelopen jaar ongeveer 120 duizend ontslagaanvragen te verwerken.

Het CWI mag een ontslagaanvraag pas een maand na dato in behandeling nemen, tenzij de vakbonden instemmen met onmiddellijk ontslag. Daarnaast moet de werkgever nauwkeurig en uitvoerig aangeven waarom hij werknemers wil ontslaan, en wie precies.

De beoordelaars bij het CWI moeten voorkomen dat alleen zwakke, oude of lastige werknemers de wacht wordt aangezegd. Dit maakt de procedure bij het CWI tot een tijdrovende, lastige klus waarvan de uitkomst voor de werkgever niet bij voorbaat vast staat. In het derde kwartaal van 2003 werden van de bijna twintigduizend aanvragen er vijftienduizend gehonoreerd.

Bij de kantonrechter speelt de procedure zich doorgaans sneller af. Het is een van de verklaringen voor diens groeiende populariteit. In het algemeen kijkt de kantonrechter minder uitvoerig naar de economische argumentatie, al zal hij aanvragen voor collectief ontslag doorverwijzen naar het CWI.

Bovendien kent de kantonrechter ontslagvergoedingen toe van een tot twee maandsalarissen per gewerkt jaar. Deze zogeheten kantonrechtersformule is zo populair geworden dat minister De Geus van Sociale Zaken de vergoedingen in 2004 wettelijk aan een maximum wil binden.

Bij omvangrijke reorganisaties spreken vakbonden, OR en werkgever meestal een sociaal plan af. Collectief ontslag kan daarvan deel uitmaken. Sinds de bedrijfsbezetting van Enka in 1972, toen het personeel massaal in opstand kwam tegen de plompverloren sluiting van de vestiging in Breda, heeft het fenomeen sociaal plan een enorme vlucht genomen.

FNV Bondgenoten, de grootste vakbond in het bedrijfsleven, omschrijft het sluiten van sociaal plannen inmiddels als zijn 'belangrijkste taak'. De nadruk ligt op het hervinden van werk. Mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt krijgen in een sociaal plan meestal meer steun dan werknemers die gemakkelijk elders aan de slag kunnen.

Een voorbeeld van een hedendaagse reorganisatie is de gang van zaken bij Vroom & Dreesmann. Door sluiting van twaalf vestigingen en een reorganisatie op het hoofdkantoor raken in totaal 1800 mensen hun baan kwijt. Het verkooppersoneel wordt indien mogelijk herplaatst binnen het Vendex KBB-concern en anders extern begeleid. Dat geschiedt zonder aanzien des persoons. Op het hoofdkantoor ligt dat anders. Ook hier moeten mensen verdwijnen. Normaal gesproken zouden de laatst binnengekomenen het eerst ontslag krijgen volgens het wettelijk vastgelegde beginsel last in first out (lifo). Maar V & D weet daar, net als veel andere werkgevers, deels aan te ontkomen.

Het bedrijf maakt een nieuwe indeling van functies en laat bestaande werknemers daarop solliciteren. De meest geschikte wint de baan. Zo kunnen jonge, veelbelovende werknemers voor ontslag worden behoed. Daarnaast wordt 'lifo' per leeftijdsgroep toegepast.

Het is een tweede manier om te voorkomen dat alleen oudere blanke mannen het snoeimes overleven. Het personeelsbestand wordt opgedeeld in groepen van 25 tot 35 jaar, van 35 tot 45, enzovoorts. De meest recente collega's in iedere groep moeten het veld ruimen. Zowel kantonrechters als CWI's stemmen hiermee in.

Sterker nog, als werkgever van het ambtenarenkorps is minister Remkes van Binnenlandse Zaken uitgesproken voorstander van afschaffing van het last in first out-beginsel. De CDA-fractie in de Tweede Kamer is het van harte met hem eens. Remkes sprak in 2002 met de ambtenarenbonden af dat bij bezuinigingen de jongsten niet per se het eerst moesten vertrekken. Maar toen dit naar de mening van de Abvakabo FNV op willekeur dreigde uit te lopen, trok de bond haar steun in. Nu huldigt ze weer het principe dat de oudsten de beste rechten toekomen.

Of de bond hiermee de ontwikkelingen weet tegen te houden, staat te bezien. Arbeidsjuriste Yvonne Berkeljon spreekt uit jarenlange ervaring als ze zegt: 'Werkgevers blijven altijd op zoek naar mogelijkheden. Met gezonde creativiteit kun je in het arbeidsrecht nog een eind komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.