Wie kent Edson Arantes do Nascimento? Pelé, ja, die wel

Bijnamen zijn in Brazilië vaak bekender dan de officiële familienaam. Het voetbal kent er vele. De populairste zijn ook in Nederland te vinden.

Als jongetje van 3 jaar oud was de Braziliaanse voetballer Givanildo Vieira de Souza al een stuk sterker dan zijn leeftijdgenootjes. Hij was verknocht aan de tekenfilm Hulk, waarin de hoofdpersoon groen en ongekend sterk wordt als hij zich opwindt. Zijn ouders noemden hem liefkozend Hulk, en sindsdien kennen weinig mensen hem nog bij zijn echte naam.


Ook tijdens dit WK speelt De Souza met de naam Hulk op zijn shirt. De meeste andere spelers gebruiken hun voornaam of een verbastering daarvan, zoals Paulinho (Paultje), Fred en Jô.


Het is een oude gewoonte onder Braziliaanse voetballers. Twee van de beste spelers aller tijden, Zico en Pelé, zijn wereldberoemd. Hun echte namen, Arthur Antunes Coimbra en Edson Arantes do Nascimento, doen weinig belletjes rinkelen.


Het gebruik van bijnamen in Brazilië reikt verder dan de voetbalwereld. In Claudio bijvoorbeeld, een kleine stad in deelstaat Minas Gerais, staan de inwoners onder hun bijnaam in het telefoonboek. En een aantal jaar geleden was er op federaal niveau een discussie over de vraag of parlementskandidaten met hun bijnaam op de kieslijst mogen. Het gebruik van echte namen zou hun kans aanzienlijk doen afnemen, was het argument van de politici.


De vorige president van Brazilië werd geboren als Luiz Inácio da Silva. Als vakbondsleider kreeg hij de bijnaam Lula (inktvis) en die beklijfde zo goed dat de politicus hem als tweede voornaam liet registreren. Nu is de naam Lula zo ingeburgerd dat ook de rest van de wereld hem als zodanig kent. En geen Braziliaan heeft het over João Goulart, de president die in 1964 door een militaire staatsgreep werd afgezet. Hij is de geschiedenis ingegaan als Jango.


Wie geen bijnaam heeft, wordt bij de voornaam genoemd. Zelfs de meest serieuze kranten en televisieprogramma's gebruiken zelden achternamen van politici. President Dilma Rousseff heet in de media simpelweg Dilma. Een telefoontje naar Paulo Pereira da Silva, parlementslid en voorzitter van de vakbondsfederatie Força Nacional, is tekenend. 'Meneer wie?', vraagt zijn telefoniste. Ze denkt even na en roept dan: 'Ah, je bedoelt Paulinho!'


Voor Nederlanders is het enigszins ongemakkelijk een hooggeplaatst persoon te bellen en hem 'Paultje' te noemen. Voor Brazilianen is zoiets een tweede natuur. Een professor of parlementariër beantwoordt een eerste e-mail gerust met 'knuffels'. Het is geen uitzondering dat een medewerker van een klantenservice een telefoongesprek beëindigt met een 'kus'.


Volgens voetbalsocioloog Mauricio Murad is deze informaliteit terug te zien in het voetbal. 'Brazilianen identificeren zich heel sterk met de spelers. Door koosnamen te gebruiken, voelt de relatie intiemer.'


Bondscoach Felipe Scolari wordt door iedereen Felipão genoemd, grote Felipe. 'Hem Scolari noemen zou afstand creëren', aldus Murad, 'en misschien zelfs ongeluk brengen.'


Sommige wetenschappers denken dat de traditie stamt uit het slavernijverleden. Uit Afrika geïmporteerde slaven werden alleen bij hun voornaam geregistreerd, soms in combinatie met hun land van afkomst. Sommige slavendrijvers gaven hun 'bezittingen' een bijnaam, vaak refererend aan fysieke eigenschappen. Pas in 1888 werd de slavernij afgeschaft, Brazilië was daarmee het laatste land van het westelijk halfrond.


Een andere verklaring is het analfabetisme dat tot voor kort wijdverspreid was. Een voor- of bijnaam is gemakkelijker te onthouden dan een lange, dubbele achternaam. Het gebruik van bijnamen komt dan ook relatief vaak voor in lage klassen.


Hulk draagt zijn bijnaam al bijna een kwart eeuw met zich mee. Mocht hij er genoeg van hebben, dan heeft hij pech. Sponsoren zullen nooit accepteren dat hij zijn voetbalnaam verandert in Vieira de Souza of in Givanildo. Hulk is een merknaam, en die is geld waard. Er rest hem weinig anders dan te accepteren dat hij voor de rest van zijn leven met een driftige groene stripheld wordt geassocieerd.

Om de dode doelman te wreken

'Ik ben er trots op dat ik Pelé heet, ook omdat die naam symbolisch was voor mijn vader. Hij heeft met het Zuid-Vietnamese leger gevochten tegen het communistische Noord-Vietnamese leger. Na de val van Saigon in 1975 werd een voetbaltoernooi georganiseerd tussen soldaten. Toen is een Zuid-Vietnamese keeper doodgeschopt door het Noord-Vietnamese team. Mijn vader keek toe, met tranen in de ogen. Hij gaf mij, als pasgeboren baby, de bijnaam Pelé. Zodat ik de Noord-Vietnamezen later een lesje kon leren.


'Dat is er nooit van gekomen. Met mijn ouders en zusje ben ik al snel Vietnam ontvlucht. We kwamen terecht in Singapore en zijn een jaar later verhuisd naar Nederland. Nu voel ik me Nederlander en Vietnamees. Ik juich bij het WK voor Nederland, niet voor Brazilië.


Mijn Vietnamese naam noem ik liever niet. Ik ben Pelé. Die naam heb ik geprobeerd toe te voegen aan mijn paspoort, maar dat kon niet. Te duur, te veel gedoe, vond de gemeente.


Als mensen horen hoe ik heet, vragen ze of ik kan voetballen. Het antwoord is nee. Ik heb het als kind gedaan maar heb me uiteindelijk bekwaamd in vechtsporten. Ik geef onder meer weerbaarheidstraining. Het doet me goed mensen te leren rechtop te lopen in het leven.'

De mooie naam van de underdog

'Als mensen mijn naam horen, denken ze niet meteen aan de Braziliaanse voetballer Jonas Eduardo Américo, kortweg Edu. Toch ben ik naar hem genoemd.


Na de Tweede Wereldoorlog emigreerden mijn vader en zijn ouders naar Brazilië. Spelers als Pelé en Garrincha maakten daar de dienst uit. Al snel werd hij fan van Santos uit São Paulo. Edu was daar de compagnon van Pelé. Omdat mijn vader altijd voor de underdog was en mijn moeder Edu een mooie naam vond, hebben ze daarvoor gekozen.


Wat niet veel mensen weten, is dat hij met zijn 16 jaar de jongste Braziliaan is die actief was op een WK. Hij maakte er zelfs drie mee, al speelde hij weinig. Je kunt hem de Klaas-Jan Huntelaar van Brazilië noemen.


Ik ben geboren en getogen in Nederland, maar heb een bijzondere band met Brazilië. Van jongs af aan ben ik fan van de Braziliaanse elftallen. De nationale teams in de jaren zeventig waren een mengsel van witte en zwarte mensen. Zij gaven de onderdrukte zwarte bevolking hoop. Vergelijk het met wat Gullit en Rijkaard voor de Surinamers hebben gedaan.


Als directeur van de Stichting Meer dan Voetbal heeft dat voor mij veel betekenis. De stichting wil de kracht van de sport inzetten voor een sterkere samenleving. Voetbal is meer dan alleen het spelletje.'

Beste nummer 10 zonder hoofdprijs

'Veel mensen spreken mijn naam verkeerd uit of schrijven hem anders. Zigo, hoor ik vaak. Of ze schrijven het als Sicco. Maar voetbalkenners weten precies naar wie ik ben vernoemd: naar de nummer 10 van het beste Braziliaanse elftal dat nooit wereldkampioen is geworden.


Mijn vader was een groot fan van Zico. Toen hij nog krulletjes had, leek hij ook wel wat op hem. Mijn vader kan ook een aardig balletje trappen.


Ik ben van januari 1988. Mijn vader wist al sinds het WK van 1982 dat zijn zoon Zico zou gaan heten, maar hij moest nog wel even een vrouw vinden. Mijn moeder was het ermee eens. Zico Zentveld, dat klinkt ook best goed.


Mijn vader heeft een plakboek over Zico. Nog voordat hij wist of ik een jongen of een meisje zou zijn, had hij al een voetbalshirt gekocht met mijn naam achterop. Ik vind het zelf een mooie naam, en voor- of nadeel heb ik er nog nooit van gehad.


Ik ben meteropnemer, dus kom vaak bij de mensen thuis. Over mijn naam beginnen ze zelden.


Ooit leek het me leuk mijn toekomstige zoon Zico junior te noemen. Inmiddels vinden mijn vriendin en ik Joël een mooiere naam. Joël van Joël Veltman, de Ajacied. Die komt uit Velsen, niet ver hiervandaan.'

Het moet de voetballer zijn geweest

'Als ik mijn ouders vraag of ik naar de voetballer Romario ben vernoemd, krijg ik een ontwijkend antwoord. Dan denk ik: draai er niet omheen. Wie kan het anders zijn? Mijn broer heet Ricardo, naar Ricardo Tubbs van Miami Vice. Die tv-serie was populair in de jaren tachtig.


Waar ik ook kom, iedereen begint over mijn naam. Het is meteen een gespreksonderwerp, en als artiestennaam bekt het ook goed. Ik ben dj en noem mezelf Romario-v. Als je zo'n voornaam hebt, ga je toch geen andere naam gebruiken?


Ik heb me er nooit voor geschaamd dat ik Romario heet. Ik zat als kind in de klas met vier Jordy's en drie Melissa's. Ik viel op met mijn naam. Negatieve reacties heb ik nooit gehad.


Ik ben geboren op 3 juli 1990, net na het WK. Verloor Brazilië daar al in de achtste finales? Dat zou goed kunnen. Ik heb weinig met voetbal, weet niet eens het verschil tussen een EK en WK. De sfeer eromheen vind ik wel leuk, maar dat is het dan ook wel.


Ik ben ook nooit gaan voetballen. Mijn vader wilde geloof ik liever dat ik kickbokser werd. Ook dat is niet gebeurd. Ik zat liever tapejes te mixen op mijn kamer, als DJ Romario.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden