Wie kan rekenen kiest voor ouders én kinderen

Volgend jaar stopt de overheid ruim 9 miljard in kindregelingen. De bezem mag er best door, maar kies dan duidelijk voor stelsel van integrale kindcentra....

Onder de noemer kinderregelingen hebben de ambtelijke heroverwegingscommissies alle regelingen verzameld die aan ouders een financiële tegemoetkoming geven. In totaal gaat het om 11 regelingen voor 9,07 miljard euro in 2010. De regelingen variëren van de kinderbijslag tot de aftrek levensonderhoud kinderen en de ouderschapsverlofkorting. Het meeste geld (bijna 80 procent) zit in drie regelingen: kinderbijslag 3,35-, kinderopvangtoeslag 2,61- en de combinatiekorting 1,26 miljard euro.

Het totale pakket is historisch gegroeid en dus kan ook niet al te veel coherentie worden verwacht. Zo dient de kinderbijslag vooral ter inkomensondersteuning van huishoudens met kinderen. De combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag zijn juist in het leven geroepen om de arbeidsmarktparticipatie te stimuleren. Gegeven deze tegenstrijdigheden is het niet erg om flink de bezem door het pakket te halen.

De voorstellen variëren van tamelijk beleidsarm tot rigoureus: de introductie van een nieuwe gratis school voor kinderen van 4 tot 12, met openingstijden van 8 tot 18 uur. Daartussen zitten nog een pakket waarin eerst een periode zorgen en dan werken wordt ondersteund (‘leeftijdsdifferentiatie’); een pakket waarin vooral keuzevrijheid centraal staat (‘kindbudget’) en een pakket dat koerst op betaalde arbeid (‘participatie’). Eigenlijk is de impliciete boodschap aan de politiek vooral dat alles mogelijk is – als er maar duidelijke keuzes worden gemaakt.

In dat verband is het jammer dat de werkgroep niet nog een zesde pakket heeft doorberekend, gericht op doorgaande carrièrelijnen (van de ouders) in combinatie met doorgaande ontwikkelingslijnen (van de kinderen). Toch is dat wel het alternatief met het meeste toekomstperspectief: ouders werken en worden daartoe ondersteund door kinderopvangfaciliteiten waarin het voor kinderen goed toeven is.

Als we dat als uitgangspunt kiezen is leeftijdsdifferentiatie niet aan de orde. Ook een kindbudget valt af. Immers, ouders met een goede baan zullen kiezen voor kinderopvang, terwijl anderen het budget zullen gebruiken om zelf te blijven zorgen.

Het alternatief is een stelsel van integrale kindcentra waarin kinderen een gevarieerd aanbod krijgen van onderwijs, opvang, sport,cultuur en spel, dat kwalitatief goed is én betaalbaar. De taskforce Kinderopvang Onderwijs heeft een model ontwikkeld waarin er geen knip is gemaakt tussen de 0-4-jarigen en de 4-12-jarigen. Het gaat om voorzieningen waarin de verschillende vormen van kinderopvang geleidelijk overgaan in onderwijsvormen. Alle kinderen van 0­12 hebben recht (geen plicht) op kinderopvang en zullen 2 tot 3 dagen per week hiervan gebruik maken. Daarvoor is het nodig alle voorzieningen zo veel mogelijk onder één dak of in elkaars nabijheid te brengen. Juist doordat het kind centraal staat, krijgen ouders meer ruimte om (meer uren) te gaan werken en worden doorgaande carrièrelijnen dus gecombineerd met doorgaande ontwikkelingslijnen van kinderen.

Integrale voorzieningen impliceren het bij elkaar brengen van financieringstromen (peuterspeelzalen lopen nu via het gemeentefonds, kinderopvang via de Wet kinderopvang). Ook is nodig dat kinderopvang en onderwijs als gelijkwaardige partijen samenwerken en op lokaal niveau integrale voorzieningen tot stand brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden