georganiseerde misdaad

Wie kan de Nederlandse plofkrakers stoppen?

Een opgeblazen pinautomaat in Berlijn, Duitsland. (Archiefbeeld augustus 2016) Beeld EPA

Dinsdagnacht mislukte in het Zuid-Duitse Germering een plofkraak op een geldautomaat. Vier verdachten zijn aangehouden, volgens Duitse media bevinden zich onder hen Nederlanders. Nederlandse criminelen zijn in Europa de meesters van de plofkraak. Hoe komt dat?

Een keiharde knal wekt de bewoners van een rij appartementen in het Duitse Wesel uit hun slaap, het is dinsdagnacht 25 juli 2017. De geldautomaat van de Santanderbank beneden hun woningen is opgeblazen met het gas acetyleen, de rook komt eruit. Een getuige ziet donkergeklede mannen met bivakmutsen in een Audi stappen, die er met een noodgang vandoor gaat. Een paar uur later crasht deze Audi na een wilde politieachtervolging op een rotonde bij Kanaleneiland in Utrecht.

Deze week staan in Lelystad vijf ­Nederlandse mannen voor de rechter voor een reeks plofkraken in Duitsland, waaronder die in Wesel. De Audi-bende worden ze genoemd. Een andere Nederlandse plofkraakgroep, die zeker ­negentien ram- en plofkraken zou hebben gepleegd in Nederland, staat deze maand eveneens terecht, in Utrecht. De zeven mannen van deze tweede groep hoorden vorige week straffen van 5 tot 14 jaar cel tegen zich eisen. Zij merken daarmee als eerste dat de strafmaat voor plofkraken per mei van dit jaar is verhoogd. De verdachten van de Audi-bende horen vrijdag de eis van de officier van justitie.

Het Openbaar Ministerie is bezig met een najaarsoffensief om duidelijk te maken dat het afgelopen moet zijn met deze vorm van georganiseerde misdaad. Nu Nederlandse banken hun pinautomaten steeds beter beveiligen, neemt het aantal plofkraken in Nederland af en slaan Nederlandse plofkrakers steeds vaker hun slag in Duitsland en België. In Duitsland zit ook aanmerkelijk meer geld in de automaten dan in ­Nederland. Dinsdagnacht schoot de Duitse politie een mogelijk Nederlandse plofkraker neer die met anderen een geldautomaat had proberen te kraken in het Zuid-Duitse Germering, nabij München. De 27-jarige man werd volgens het Duitse Bild in zijn schouder geschoten toen hij in een ‘gestolen Audi RS500 (400 pk)’ probeerde te vluchten. Hij ligt in het ziekenhuis.

Bij plofkraken in Nederland worden tegenwoordig vooral explosieven gebruikt, waarbij hele gevels worden weggeblazen. Soms dreigt na de explosie instortingsgevaar of ontstaat er brand in het complex waar zich geregeld ook appartementen bevinden. Het is volgens politie en justitie een wonder dat er nog geen doden zijn gevallen.

De Utrechtse bende

De twee plofkraakbendes zijn in samenstelling en handelwijze heel verschillend, maar er zijn, zo blijkt in de rechtbank, ook twee duidelijke overeenkomsten: de voorliefde voor snelle Audi’s en de neiging tot geheugenverlies. Toch ontstaat uit de veelheid aan bewijs die de rechter de verdachten voorhoudt een helder beeld van wat er komt kijken bij deze moderne manier van bankroven en hoe lucratief die kan zijn. Zo lucratief dat veel plofkrakers net zolang lijken door te gaan tot ze worden gepakt, en zelfs daarna niet van stoppen weten.

De zeven mannen die in Utrecht voor de rechter staan, werden al in oktober 2016 gearresteerd. Ze komen uit Utrecht en omgeving en variëren in leeftijd van 27 tot 44 jaar. Zij worden verdacht van een reeks ram- en plofkraken sinds juni 2015, in onder meer Soest, Almere, Hilversum, Leersum en Leidsche Rijn. De politie zegt dat veel plofkrakers een Noord-Afrikaanse achtergrond hebben, maar dit zijn, op één Marokkaanse Nederlander na, autochtonen, veelal met een achtergrond in de (auto)techniek. Een duidelijke voorkeur hebben ze voor geldautomaten van de ING Bank in Albert Heijn-supermarkten; veel plofkraakbendes zijn merkentrouw. Hoe groot de buit is geweest en wat de schade is die ze hebben aangericht aan alleen al de pinautomaten, blijkt uit de vordering van de ING Bank van 770 duizend euro.

In hun actieve periode maakte de groep een duidelijke ontwikkeling door. In 2015 reden ze eerst met een auto de pui van de winkel kapot. Met een trekkabel trokken ze vervolgens de pinautomaat open. In mei 2016 brandden ze een pinautomaat open met een thermische lans. Kort daarna begonnen ze met het opblazen van pinautomaten met gasflessen.

Het Openbaar Ministerie beschouwt hen als een professionele criminele organisatie, waarin de deelnemers hun eigen rol hebben. Ze stelen snelle auto’s en voorzien deze van nieuwe kentekenplaten. Ze huren loodsen en garageboxen, in onder meer Kerkdriel, Utrecht en Nieuwegein, om de auto’s en de spullen te stallen.

Bij het afluisteren van de verdachten hoort het OM hoe de bende worstelt met de inktvlekken op veel buitgemaakte bankbiljetten; de banken hebben inktpatronen geplaatst die breken als de geldcassettes met geweld worden opengebroken. Een vriendin van een van de plofkrakers probeert tevergeefs het geld letterlijk wit te wassen. Een van de verdachten wordt op Schiphol aangehouden met een flink bedrag aan besmeurde bankbiljetten, op weg naar Aruba.

Het Openbaar Ministerie beschikt daarbij over een reeks dna-sporen op onder meer gereedschap en handschoenen die matchen met de verdachten. Ook zijn er glassplinters aangetroffen bij de verdachten die overeenkomen met het gebroken glas van de vernielde winkelpuien. Toch blijven de verdachten ontkennen. ‘Zo kun je alles wel in een kwaad daglicht stellen’, zegt verdachte Mike W. (33), volgens het OM de spil van de organisatie, korzelig tegen de rechter. ‘Ik leen veel gereedschap uit en zit als automonteur in allerlei auto’s.’

Wedloop tussen banken en criminelen

Het is nauwelijks meer voor te stellen, maar in 1992 vond bijna twee keer per dag ergens in Nederland een bankoverval plaats. Toen als maatregel de bankmedewerkers achter beschermend glas plaatsnamen, gingen de bankovervallers klanten bedreigen.

Hierop besloten de banken het geld achter de balie te beperken. Vanaf eind jaren tachtig deed de pinautomaat zijn intrede, de banken zagen dat als een ultieme oplossing. Maar dat was te optimistisch gedacht.

‘Toen met een, van een bouwplaats gestolen, shovel voor het eerst een ­automaat uit de gevel werd getrokken, dachten we: wat krijgen we nou?’, zegt Yvonne Willemsen, hoofd veiligheidszaken van de Nederlandse Vereniging van Banken. De wedloop van criminelen en geldverstrekking van banken bleek met de opkomst van de geld­automaten een nieuwe fase in te zijn gegaan.

Er kwamen ramkraken, trekkraken en uiteindelijk de plofkraken, de eerste in 2005. Daarbij wordt gas in een automaat geblazen zodat deze explodeert. Een riskante operatie die ook weleens mislukt. Het luister nauw met het gasmengsel. Het geld kan verbranden bij de explosie. In 2011 waren er maar liefst 119 plofkraken met gas. Willemsen: ‘Dan moet je als bank als een gek maatregelen gaan nemen om je aan te passen.’

De kluizen in de automaten zijn versterkt en de camerabewaking is uitgebreid, verder willen de banken niet in detail vertellen hoe ze de plofkrakers dwarszitten. Deze wedloop kostte de banken al tientallen miljoenen euro’s. Een nadeel is dat hoe meer de banken hun automaten beveiligen, hoe zwaarder de aanvallen erop worden. In Nederland zijn gaskraken alweer verleden tijd. Bijna alle plofkraken zijn nu met een explosief, waarbij soms een hele gevel wordt opgeblazen.

Al 156 plofkraken in Duitsland met Nederlandse link

Het aantal plofkraken in Nederland neemt af, maar in Duitsland stijgt het aantal. In Nederland zijn er dit jaar tot dusver 32 plofkraken geweest, tegenover zo’n tachtig vorig jaar. In Duitsland waren vorig jaar vijfhonderd plofkraken, dit jaar dreigt dat aantal overschreden te worden. Daarin hebben Nederlandse plofkrakers een aanzienlijk aandeel.

‘Bij 156 plofkraken in Duitsland dit jaar is een verbinding met Nederlandse verdachten gelegd’, zegt politiechef Aart Garssen, landelijk portefeuillehouder plofkraken van de Nationale Politie. En dat beperkt zich niet meer alleen tot de Duitse grensstreek. ‘Ze gaan steeds verder Duitsland in met hun snelle auto’s. De Nederlandse politie werkt intensief samen met 15 van de 16 Duitse politieregio’s, dus zowat het hele land.’ Ook bij zeker tien plofkraken in België dit jaar wordt Nederlandse betrokkenheid vermoed.

De verschuiving over de grens heeft te maken met de nauwe samenwerking van de politie en de banken in ­Nederland, denkt Garssen. Het aantal pinautomaten in Nederland is teruggebracht, ze worden beter beveiligd en het bedrag dat erin zit is aanzienlijk lager dan dat in Duitse geldautomaten. In Duitsland staan bovendien veel pinautomaten – zo’n 60 duizend – tegen nog bijna achtduizend in Nederland.

De politie heeft zo’n 375 verdachten in beeld, die in wisselende verbanden plofkraken zouden plegen. Uit heel Nederland komen ze, met een zwaartepunt in de regio’s Utrecht en Amsterdam. Vaak blijven ze doorgaan met het kraken van geldautomaten, ook als ze er al voor hebben vastgezeten. ‘Behalve met de opsporing zijn we ook bezig met trajecten om sommige hardnekkige daders op weg te helpen om iets anders te gaan doen’, zegt Garssen. ‘Als ze geen andere weg vinden om hun geld te verdienen, stoppen ze niet, helaas.’

‘Het is levensgevaarlijk’, zegt Willemsen. ‘Wij hebben ervoor gepleit dat de pakkans en de strafmaat omhoog moest. Aanvankelijk beschouwde justitie een plofkraak als een simpele inbraak. Terwijl een plofkraak nu met veel geweld gepaard gaat en veel gevaar kan opleveren voor de omgeving. Het is meer dan een aanval op een machine.’ In 2014 en recentelijk, per 1 mei, is de strafmaat verhoogd.

Door de verscherpte aandacht en de betere beveiliging in Nederland zijn veel Nederlandse plofkrakers uitgeweken naar de buurlanden. De Nederlandse Vereniging van Banken heeft al bij de European Banking Federation aangekaart, dat dit een vorm van grensoverschrijdende criminaliteit is die alle landen aangaat.

Maar ook in Nederland blijft het ­opletten, zegt Willemsen. ‘Er staan pinautomaten in woonbuurten waarvan banken soms denken, kunnen we die machine niet beter weghalen voor de veiligheid van de omwonenden? Het is een dilemma. Mensen willen pinnen, en banken hebben de maatschappelijke plicht dat te faciliteren. Maar je moet er niet aan denken wat de gevolgen kunnen zijn als op zo’n plek een explosie plaatsvindt.’

De Audi-bende

Ook de vijf verdachten van de zogeheten Audi-bende zeggen tegen de rechter in Lelystad niet te begrijpen waarom ze in het beklaagdenbankje zitten. De mannen uit Utrecht, in de leeftijd van 26 tot 31 jaar, allen met een uitgebreid strafblad, worden verdacht van plofkraken in Duitsland vorig jaar, in Wesel, Emsdetten en Rheine. Per keer zouden ze er tienduizenden tot zelfs honderdduizenden euro’s ­hebben buitgemaakt. ‘Ik heb er niets mee te maken’, zegt verdachte ­Patrick G. (29), die behalve van betrokkenheid bij plofkraken ook van vuurwapenbezit wordt beschuldigd. Zijn advocaat zegt: ‘Alles wordt als een sleepnet naar hem toe getrokken.’

In de op de Utrechtse rotonde gecrashte Audi vond de politie twee gasflessen, twee jerrycans, een onderdeel van een geldcassette en een ontstekingsmechanisme. Ook lagen er een bivakmuts, een breekijzer en drie telefoons in.

Een bloedspoor dat in de auto is aangetroffen, leidt naar Mohamed G. (28), de enige verdachte van de vijf met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond. ‘Dat roept toch vragen op dat er sporen van u worden aangetroffen?’, zegt de rechter tegen de ontkennende verdachte. ‘Het is een optelsom van dingen die opmerkelijk zijn.’

Op 20 december doet de rechter uitspraak in de zaak tegen de zeven verdachten van de Utrechtse ram- en plofkraakbende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.