Wie is toch Pim Fortuyn?

Wie is de mens achter de politicus Pim Fortuyn? In zijn boek 'Babyboomers' uit 1998 nam Fortuyn met instemming het portret op dat Bas van Kleef in 1997 in deze krant schreef: 'Alles wat Van Kleef over mij zegt, is waar, behalve van die dikke nek natuurlijk'....

IN elke ruimte lijkt hij het vanzelfsprekende kristallisatiepunt. Hij neemt het woord en laat het niet meer los. Hij houdt zijn gehoor in een verbale gijzeling en ontneemt zijn omgeving alle licht, zodat er niets meer kan gedijen. Uitzenden kan hij slechts, niet ontvangen. Overal vormt hij direct het centrum, want hij is nadrukkelijk en opzichtig aanwezig en zoekt voortdurend aandacht.

Van achteren is hij met zijn dikke nek en uitstaande oren al de oude man die hij ooit zal zijn, van voren oogt hij jeugdig, ondanks zijn vrijwel kale schedel. Het komt door zijn ogen, die hij op een speciale manier gebruikt. Hij biologeert zijn gehoor als een kat een muis, als een cobra zijn prooi, gereed om elk moment de dodelijke beet toe te brengen. Als een hypnotiseur die zijn slachtoffer in de ban heeft gebracht en willoos als was heeft gemaakt. Hij is de dompteur van de geest, de goochelaar van de gedachte, de messenwerper van de metafoor, de clown van Nederland. Hij is een heel circus in zichzelf.

Hij spreekt gearticuleerd, met een licht en moeilijk te plaatsen accent dat ergens tussen Velsen en Groningen moet zijn ontwikkeld en in Rotterdam tot rust is gekomen: met een licht schrapend stemgeluid dat te oud is voor zijn jaren. Hij formuleert moeiteloos, in vloeiende zinnen. Hij zoekt niet naar woorden, hij ís het woord. Hij is gezonden, geroepen. (...) Hij is bezig met een eenzame tocht door de woestijn.

Zijn ogen stralen alles uit wat hij in zich draagt: spotzucht, ironie, zelfvoldaanheid, eruditie, intellect, liefde en achterdocht, arrogantie. Die ogen zijn onontkoombaar en desnoods dodelijk. Wie met hem in debat gaat, heeft een zonnebril nodig.

Hij is diep vereenzaamd geraakt, zoekt liefde, erkenning, applaus, publiek, maar van de vele zielen in zijn borst verliest steeds de compromisgezinde, de harmonieuze. Al sinds zijn geboorte heeft hij het gevoel niet welkom te zijn. Hij voelt zich nergens thuis. Hij wil steeds hogerop, want zijn missie is Nederland hervormen. (...) Hij is de Emile Ratelband van de rede, de Willem Oltmans van het publieke debat, de Jan des Bouvrie van de staatsinrichting.

Als katholiek jongetje wilde hij priester worden en droomde hij van zijn plechtige inhuldiging als bisschop. Daarna kon heel goed ook nog zijn uitverkiezing tot paus volgen. Maar hij besloot de kerk te verlaten en sloot zich aan bij de PvdA. Hij ontdekte dat hij homoseksueel was, waar hij er als kind al van overtuigd was dat er aan zijn wezen iets niet klopte. Hij ging dat besef benadrukken. Hij ontwikkelde zich eerst als intellectueel, ging in psychotherapie en daarna volgde zijn coming out als gevoelsmens. Zijn moeder was een prachtige vrouw, hij was verliefd op haar maar door haar fysieke afstandelijkheid haakt hij nu nog steeds naar lichamelijke intimiteit.

Ook bij de PvdA voelde hij zich niet welkom, het CDA wilde hem niet als voorzitter, zijn Sociaal Liberale Democratische Volkspartij kwam niet verder dan de gedachte. (...) Als een zwerver uit overtuiging doolt hij door de samenleving, waar hij steeds minder deel van uitmaakt. Soms klopt hij aan bij de elite, waartoe hij zichzelf rekent, bij de beslissers en de beleidsmakers. Hij ziet Nederland afglijden en verzet zich hevig tegen het om zich heen grijpende cultuurrelativisme. Hij wil er iets aan doen en weet raad. Hij is de wonderdokter uit het Wilde Westen geworden, die in zijn huifkar voor elke kwaal een medicijn heeft, een marskramer in opinies en visies, een rondtrekkende potsenmaker, een gewantrouwde kermisklant in driedelig pak. Maar de macht laat hem niet meer binnen. Ze kennen hem en laten hem kloppen. Hij krijgt nog maar zelden ergens een voet tussen de deur.

Hij popelt om mooie ideeën uit te voeren, het liefst als minister-president, maar de politieke constellatie staat hem dat niet toe, want hij hoort nergens meer bij. Liever echter dit isolement dat voortkomt uit zijn diepste overtuiging, dan zichzelf door geestelijke castratie te conformeren aan de middelmatigheid van het compromis. Zijn gebrek aan lafheid, zijn moed om te zeggen wat hij denkt en vindt dat gezegd moet worden, hebben hem tot een ridder van de droevige figuur gemaakt.(...)

Dat is wellicht zijn opdracht: te blijven worstelen, te blijven zoeken. Hij wil zowel deelhebben aan het sublieme als aan de diepste inferioriteit en beseft dat die niets betekenen zolang ze niet met elkaar verbonden zijn. SM fascineert hem, al zegt hij het niet te praktiseren. Maar het liefst wordt hij toch geprezen door degenen die hij kritiseert. In dark rooms weet hij zich onderdeel van een realiteit die groter is dan hijzelf. Hij kan daar eenzelfde extase beleven als tijdens mooie momenten in de rooms-katholieke liturgie. 'In die duistere ruimte valt een groot deel van je identiteit weg, je wordt teruggebracht tot een essentie.' Maar ook daar is hij een buitenstaander. Hij blijft zichzelf, wat beangstigend is. Hij houdt zichzelf onder controle, wat afstoot. Hij is in staat plotseling het grote licht aan te doen, waardoor alle aanwezigen in hun naaktheid te kijk staan.

Helderheid wil hij, maar tegelijk is hij gefascineerd door het duistere en morsige in de mens. Hij wil ontmaskeren, analyseren, verhelderen, doorprikken. Hij combineert de vrije associatie, de intuïtie, met de rationele benadering. Als socioloog wil hij tegelijkertijd wegzinken in het geheimzinnige menselijke bedrijf als ook daar een heldere verklaring voor geven. Al dit paradoxale maakt dat men hem niet begrijpt en maakt hem ongrijpbaar. Hij is een intellectuele terrorist die mensen vernielt; een geestelijke exhibitionist die het achterste van zijn tong tracht te tonen; hij is een incontinente auteur die alles uit zijn hoofd laat lopen.

Hij ziet zijn leven religieus, als een vertelling. Hij wil een kudde leiden, wat zijn preken verklaart. IJdel genoeg om uniek te willen zijn, is hij nu uitgesloten van geluk, respect en een maatschappelijke positie. Daar heeft zijn gevecht tegen de elites hem gebracht.(...)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden