Weblog

Wie is die Ghanese kunstenares in het Stedelijk Museum?

'How Far How Near' is de titel van een kleine tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Die titel komt van een werk van de Ghanese kunstenares Dorothy Amenuke, aangekocht door het museum. Wim Bossema zocht haar op in Kumasi.

Dorothy Amenuke in haar atelier in een buitenwijk van Kumasi, de tweede stad van Ghana. Beeld Wim Bossema

Dorothy Amenuke, de eerste Afrikaanse beeldhouwster met een werk in het Stedelijk Museum Amsterdam, heeft een atelier aan huis, alleen te bereiken over een hobbelige zandweg. Het is een vrijstaande woning met een verdieping op een erf in een dorp, dat is uitgegroeid tot een landelijke woonwijk, niet ver van Kumasi, de tweede stad van Ghana en de hoofdstad van het Ashanti-koninkrijk.

Hoewel haar werk te zien is geweest op exposities in Europa en de Verenigde Staten is ze nooit vertrokken naar het buitenland, zelfs niet naar de hoofdstad Accra, waar de meeste moderne kunstenaars wonen en werken. Ze doceert aan de kunstacademie van de technische universiteit in Kumasi. Haar textielsculptuur How Far How Near staat centraal in een expositie in het Stedelijk met dezelfde titel.

Kunstzinnige familie

Dorothy Amenuke komt uit een artistieke familie. ‘Mijn grootvader was al een kunstenaar, een houtsnijder, die beelden maakte in opdracht. Mijn vader was ook beeldhouwer, al verdiende hij de kost als leraar wiskunde. Veel van zijn broers en zussen maakten kunst naast hun werk in het onderwijs. Bij ons thuis waren er altijd materialen, gereedschappen en verf. Schilderen en beeldhouwen na school was heel gewoon. Het lag voor de hand dat ik na school naar de kunstacademie aan de technische universiteit van Kumasi (KNUST, Kwame Nkrumah University for Science and Technology) zou gaan.'

Ingepakte installaties

Amenuke's atelier is op de eerste verdieping van het huis, dat ze deelt met haar echtgenoot, een kunsthistoricus die beneden aan een schoolboek zit te schrijven, en hun kinderen. Het atelier heeft het karakter van een opslagruimte met in het midden een werktafel. Op stellages en op hopen liggen in plastic verpakt materiaal. 'Dat zijn voltooide installaties in delen; dat plastic is nodig tegen het ongedierte en het stof. De rest is materiaal dat ik heb verzameld en ooit eens denk te kunnen gebruiken.'

Ze laat haar installaties zien op haar laptop. De onderdelen verstopt in de plastic zakken stelt ze alleen op bij speciale exposities.

How Far, How Near, in de expositieruimte van het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. Beeld SMBA

Afgedankte lappen en oude kleren

Ze haalt materiaal bij haar familie in de provincie, de Volta-regio. Er werden heel wat hoofden geschud toen ze afgedankte lappen, restjes van na het naaiwerk en soms oude kleren meenam. Ze koopt op markten lappen stof, die anders gebruikt zouden worden voor het naaien van kleren of schooluniformpjes. Ze zoekt stoffen die te herkennen zijn in het dagelijks leven. Die kunnen haar kunstwerken een betekenis geven, een associatie oproepen. Dan hoort Amenuke, zegt ze: 'Hé, dat is een stuk van oma's jurk. Waarom heeft Dorothy die daar ingestopt?'

De laatste tijd is ze uit op slaapmatten van gevlochten stro. 'In de tijd van mijn oma sliep iedereen hierop; nu worden de matten alleen nog gebruikt om lijken in te wikkelen.' Ze had een idee, over veranderingen en de komst van goedkope schuimplastic matrassen, maar daarvoor heeft ze de matten toch niet gebruikt, zegt ze. Er komt wel weer een gelegenheid.

Glimmende linten

Tegen een muur ligt ook een berg oranje en bruine linten van een glimmende stof. Haar kinderen hebben haar geholpen de lappen stof in lange slierten te knippen, zegt Amenuke.

Ze laat op haar computer foto's zien van de installatie waarin die linten zijn verwerkt. Het is een terugkerend element in haar zachte sculpturen. De ideeën doet ze op in 'de gesprekken die ik elke dag voer, in gebeurtenissen, onze ervaringen. Het gaat mij om wat we denken over onze levens, om de alledaagse ervaringen, bij elk object stel ik de vraag: waarom?'

Daarom sloot het thema 'Time, Trade, Travel' waarmee het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA) in 2010 een uitwisselingsproject van enkele Nederlandse en Ghanese kunstenaars tooide, zo goed aan bij haar manier van werken, zegt ze. De historische handel tussen Nederland en Ghana (vroeger de Goudkust genoemd) wordt weerspiegeld in allerlei objecten.

Vrij werk

Op de kunstacademie, waar ze na haar afstuderen in 1993 ging doceren, was werken met textiel onder de oude garde niet aanvaardbaar – ze maakte haar vrije werk thuis. Ze gaf les in kunsteducatie, maar dat ging haar benauwen. ‘Ik ging in 2004 zelf terug school om een master in fine arts te behalen. Ik stortte me helemaal op de uitvoerende kunst. Ik ontdekte de vorm van installaties, het creëren van werken met meer inhoud en verhaal. Ik ging grote werken met jute en ander textiel maken, sommige maakte ik zelf, ander liet ik uitvoeren door handwerkslieden. In 2013 haalde ik een PhD. Op KNUST leidt ik nu sinds vijf jaar met studenten op in de uitvoerende kunst.’

Dorothy Amenuke bij haar collectie materialen, in plastic zakken opgeborgen tegen zand en stof. Beeld Wim Bossema

Klagen over de Hollanders

De slavenforten aan de kust zijn het bekendst, maar denk ook aan gebruiken als het plengen van Hollandse Henkes-jenever bij offers aan de voorouders. En natuurlijk aan de Dutch Wax: het eigenaardige verschijnsel van de 'Afrikaanse' batiklappen die bij Vlisco in Helmond werden ontworpen. Ze waren gebaseerd op Afrikaanse motieven, en op hun beurt werden Ghanese ontwerpers door Vlisco-stoffen geïnspireerd.

Amenuke: 'Hier in Ghana klagen de mensen vaak; die Hollanders pikten zoveel van ons af, goud en slaven, in ruil voor stoffen en suiker, van die onbenullige dingen. Maar toch: er is toen een relatie ontstaan, en na al die jaren en eeuwen hebben we eigenlijk nog steeds diezelfde relatie. In Ghana worden Afrikaanse bedrukte stoffen geproduceerd door Ghana Textile Prints, maar het eigendom ligt bij Vlisco. En nog steeds moet elke zichzelf respecterende vrouw van bepaalde leeftijd minimaal één échte Vlisco-omslagdoek of -jurk bezitten. Zo zie je hoe dat gedeelde verleden onze identiteit beïnvloedt.'

Op haar laptop laat Amenuke zien hoe de installaties in opstelling eruit zien. Beeld Wim Bossema

Gewaad in het Stedelijk

Al die gedachten over de geschiedenis en het heden heeft Dorothy Amenuke, zegt ze, verwerkt in het gewaad dat in het Stedelijk Museum Amsterdam hangt, met de titel How Far How Near. Er zitten Vlisco-lappen in. En veel jute: 'dat verwijst natuurlijk naar het verpakkingsmateriaal in de internationale handel'.

Ghanese kijkers naar het werk valt weer andere dingen op. Het gewaad is geïnspireerd op het inhuldigingsgewaad van de koningen van Ashanti, zegt ze. Dat is behangen met amuletten en macht. Maar in haar eigen Volta-regio zien de oorlogsgewaden van de Ewe-jagers er net zo uit. 'In het echt wordt natuurlijk geen jute als basisstof gebruikt voor traditionele gewaden, daarom werpt mijn installatie vragen op: hebben de leiders echte macht, of willen ze dat alleen maar laten geloven, is het imaginaire macht? Zo zegt het materiaalgebruik iets over deze kwestie.'

'Ik maakte een paar jaar geleden veel van die kleden. Soms leg ik ze in het gras, soms hang ik ze op, soms presenteer ik ze in rollen.' Macht en verantwoordelijkheid vindt ze haar belangrijkste thema. 'Hoe gedragen leiders zich, presidenten, koningen? Zijn ze benaderbaar voor hun onderdanen?'

Ze bouwde van jute een enorme troon. Tentoonstelling bezoekers mochten erop plaatsnemen. 'Het materiaal is zacht, ze zakten meteen naar de grond. Ze schreeuwden het uit.'

How Far How Near - De wereld in het Stedelijk (19 september 2014 t/m 1 februari 2015) is een expositie over de vraag: waarom was er in het Stedelijk Museum zo weinig kunst van buiten Europa en de Verenigde Staten te zien?. Jelle Bouwhuis verkent met het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam de blinde vlekken van het museum in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en elders. De heropening van het museum is een mooie tijd voor zelfreflectie: hij zocht in de rijke depots van het Stedelijk en stelde met oud en nieuw werk een expositie samen, niet voor de kleine zaal van het SMBA in de Amsterdamse Jordaan, maar in het museum, zelf, de tempel van de westerse moderne kunst. De zachte sculptuur van de Ghanese kunstenares Dorothy Amenuke How Far How Near staat centraal, de titel zegt eigenlijk alles volgens Bouwhuis: wat ver weg lijkt, is vaak dichterbij dan je denkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden