Wie is de baas?

Maarten Baas is back. Op de Salone del Mobile in Milaan toont hij voor het eerst in jaren nieuw werk. Na alle twijfels snapt Baas eindelijk zijn rol als ontwerper.

Baas is in town. Zo heet de presentatie van ontwerper Maarten Baas (1978) op de Salone del Mobile in Milaan, het belangrijkste designevenement van het jaar, dat dinsdag begint. De afgelopen drie jaar was het stil rond de Nederlandse vormgever. Niet alleen ontbrak hij op de meubelbeurs in Milaan, hij produceerde geen nieuw werk.


Nu is hij terug. En dat zal men weten ook. Naast nieuw werk toont Baas in Milaan ook ontwerpen die hij bedacht met modeontwerper Walter Van Beirendonck, productvormgever Bertjan Pot, schilder-fotograaf Teun Hocks en beeldhouwer-architect John Körmeling. 'Het meeste werk zal ik ter plekke maken. Ik zal voor een deel ïmproviseren.'


Met Baas is in town doorbreekt de gelauwerde ontwerper - in 2009 werd hij gekozen tot Designer of the Year - een jarenlange stilte. Toch stond hij amper een maand geleden nog op het punt om alles af te blazen. 'Naar Milaan gaan terwijl je nog niets hebt om te laten zien, daar werd ik heel zenuwachtig van.'


Het waren de gesprekken met de vier gelegenheidspartners die hem over de streep trokken. 'Dat ging allemaal razendsnel. Even de koppen bij elkaar, het gevoel aftasten en meteen gáán. Ideeën uitwisselen, schetsen maken. Die energie wilde ik meenemen naar Milaan. Dus heb ik besloten om deze ontwerpen ter plekke te gaan maken.' Drie weken geleden vertrok een vrachtwagen vol materialen naar Milaan. 'Sommige ideeën zijn al redelijk uitgewerkt, andere zweven nog door mijn hoofd.'


Wie het werk van Baas kent, zal niet verbaasd zijn over de kunstenaars met wie hij samenwerkt. Het zijn geestverwanten met wie hij een hang naar het absurde en een milde spot deelt. Zowel Körmeling als Baas is niet van het opgeheven vingertje maar van het pootje lichten. Toeschouwers worden met humor en relativering op het verkeerde been gezet. Net zoals Van Beirendonck de modewereld een spiegel voorhoudt met zijn extreme creaties, zo fungeert Baas als de Pietje Bell van het design. Zijn Smoke-collectie (2005) bestaat uit meubels die zijn verschroeid en vervolgens overgespoten met een transparante lak. Met het antidesign van zijn Clay Furniture (2007), met de hand gekleide meubels, speelt Baas met de gangbare opvattingen over mooi en lelijk.


Baas heeft bestaand werk van de vier kunstenaars als uitgangpunt genomen. Bij Teun Hocks is dat een fotoschildering waarop de kunstenaar het woord 'how' omhoog houdt. 'Ik ga een lamp maken van deze letters, waar ik een knipperende S voor heb gezet. Daardoor zie je afwisselend show en how. Het symboliseert het vraagteken dat ik plaats bij design. Het is vaak oppervlakkig, al kunnen slimme ontwerpen wel een oplossing bieden voor maatschappelijke problemen.' Met Van Beirendonck heeft Baas een totempaal ontworpen die fungeert als klerenrek. 'Zijn laatste kledingcollectie was geïnspireerd op indianen, vandaar.'


Een meer letterlijke interpretatie maakte Baas van het lichtobject HAHA HIHI van John Körmeling, dat op Schiphol staat. Baas zal een kroonluchter maken van gekleurde letters van perspex. Baas: 'Ik wil het taboe doorbreken dat een kunstwerk onaantastbaar is. Waarom zou je er geen producten bij kunnen maken? In popmuziek is het samplen van andermans werk volledig geaccepteerd. Dat vond John dus ook. Het Centraal Museum in Utrecht heeft al toegezegd enkele werken aan te kopen, evenals designgalerie Carpenters Workshop uit Londen.'


Omgekeerd klopte ontwerper Bertjan Pot, een oud-studiegenoot aan de Design Academy Eindhoven, bij Baas aan voor een eigen versie van de Clay Chair. 'Bertjan heeft twee soorten klei door elkaar gebruikt, waardoor een bont streepjespatroon ontstaat.'


Met zijn kunstzinnige ontwerpen reageert Baas op de tijdgeest. Toen in 2007 in de designwereld krankzinnige bedragen werden neergeteld voor gelimiteerde pronkstukken, verraste hij met een presentatie in een autogarage, waar zijn exclusieve objecten tussen de lekkende olieblikken en smerige werkbanken stonden. Toen twee jaar later de economische crisis tot bezinning dwong, zette Baas de tijd stil met Real Time, een presentatie van een serie klokken die een loopje namen met de realiteit. De wijzerplaat van grootmoeders klok bestond uit een filmpje van een hand die in een eindeloze handeling de wijzers tekende en weer uitveegde. In een provisorisch hokje ernaast deed een kantoorklerk van vlees en bloed de hele dag nutteloos werk. 'De afgelopen jaren voelde niets nieuws maken eigenlijk als de meest logische stap.'


Een pas op de plaats als artistiek statement? Zo ver wil Baas niet gaan. 'Natuurlijk zat er ook twijfel achter over welke richting ik op moest. In mijn eerdere werk zit een ambivalentie over design en mijn rol als ontwerper. Met Clay wilde ik bijvoorbeeld een eenvoudig en handgemaakt meubel maken. Maar het moest ook mooi en waardevol worden. De dubbelzinnigheid van mijn werk ontstond uit die worsteling, bijna onderbewust. Nu maak ik doelbewust werk dat vragen oproept. Ambivalentie is de kern van mijn werk geworden. Ik heb afstand moeten nemen om dat te ontdekken.'


Onveranderd is zijn haat-liefdeverhouding met de designindustrie, waarvan de meubelbeurs in Milaan de hoogmis is. 'Als ik al die verspilling zie en die battle of the ego's, dan word ik chagrijnig. Tegelijkertijd krijg ik een boost van de creativiteit en vernieuwing die Milaan ook biedt. Daarom heb ik ervoor gekozen om me nu maar eens helemaal onder te dompelen in dit circus.'


Zoals dat dan gaat bij Baas is dat circusgevoel tot in het extreme doorgevoerd. Overal in Milaan hangen straks geel-rode posters met Baas is in town en in zijn tijdelijke showroom staan zelfgemaakte lachspiegels en een elektrisch hobbelpaard. 'Ik werk samen met theatergezelschap De Kwekerij. Deze acteurs doen geen act maar zijn subtiel aanwezig om verwarring te zaaien. We gaan ook nepberichten verspreiden via Twitter en Facebook. Er komt een speciaal podium om selfies te maken.'


Wederom lijkt Baas hiermee de tijdsgeest haarscherp te fileren. 'Ik wil de vluchtigheid van design aan de kaak stellen.' Tegelijkertijd dienen de eerste tekenen van economisch herstel zich aan; de kunstmarkt floreert weer. Ook Baas heeft er weer zin in. Naast de geïmproviseerde ontwerpen toont hij in Milaan ook een serie bronzen zitobjecten die hij ontwierp voor de Koopgoot in Rotterdam. 'Ik had nog nooit een buitenmeubel ontworpen. Het is gemaakt voor een specifieke locatie, waardoor de mogelijkheden zijn beperkt. Daarnaast had ik juist meer keuze in vorm en materiaal, omdat er toch maar één exemplaar van wordt gemaakt. Dat werkte bevrijdend. Precies waar ik zin in had. Gewoon weer iets máken.'


Voor de designwereld begint het nieuwe jaar pas in april, met de Salone del Mobile. Op deze meubelbeurs in Milaan presenteren meer dan tweeduizend internationale designlabels en een veelvoud aan individuele ontwerpers hun nieuwe creaties aan ruim 300 duizend bezoekers. Grote merken als Vitra en Thonet en Nederlandse labels als Montis en Arco kiezen voor het immense beursgebouw aan de rand van de stad of de commerciële wijk Zona Tortona, waar voorgaande jaren zelfs een Heineken House stond. Het avontuurlijke design van jonge ontwerpers vindt zijn weg op de Ventura Lambrata, een buitenwijk met lege fabrieksloodsen. De prestigieuze locaties bevinden zich in de oude binnenstad. Daar is dit jaar ook de omvangrijke presentatie Baas is in town van Maarten Baas, op steenworp afstand van de Dom en het Teatro alla Scala. De ontwerper is daarmee al vooraf verzekerd van aandacht.


Baas is in town. Garage Sanremo, Via Zecca Vecchia 3 in Milaan. Van 8/4 t/m 13/4 2014. maartenbaas.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden