Transition TwentiesTrends in de mode

Wie hip wil zijn in de twenties, hult zich in dikke, duurzame, donkerbruine capes

De Amerikaanse actrice Joan Crawford in 1926.Beeld Getty

Hoe lopen we er het komende decennium bij? Moderedacteur Cécile Narinx voorziet veel dikke, wijde, donkerbruine kleding vol technologische snufjes. En, verrassing: draagschaamte wordt een ding.

De jaren twintig zijn allang begonnen. In de mode dan, want die is de hipste en de snelste thuis en loopt altijd vóór de muziek uit. Wat er in de winkels zal hangen komende zomer – bloemen, hotpants, giletjes, bermuda’s – werd afgelopen najaar immers al getoond op de plankiers van New York, Londen, Milaan en Parijs. En de mode voor volgende winter, die ons van 2020 naar 2021 zal voeren, komt komende maand al voorbij.

Maar goed, een jaar vooruitkijken stelt weinig voor als je geacht wordt een heel decennium te voorspellen. En bovendien: bloemen, bermuda’s en hotpants, die kunnen we met de beste wil van de wereld niet nieuw noemen. En zeker niet futuristisch.

Om de grote lijn en de rode draad te ontdekken en daarmee vooruit te kunnen borduren op de toekomst, is het zaak om eerst even uit te zoomen. Als we kijken naar de laatste jaren van het afgelopen decennium moeten (en kunnen) we tendensen zien waaruit blijkt dat de mode al zoetjesaan haar hoeven aan het schrapen is voor de race naar de nieuwe tijd. Het grootste en niet te vermijden onderwerp in de mode voor nu en morgen is – net als in de rest van de wereld – het klimaat. Mode staat in de top-5 van vervuilendste industrieën ter wereld, met rotte plekken in alle schakels van de lange keten van vezel tot klerenkast. Dat besef is inmiddels luid en duidelijk doorgedrongen. Vandaar dat een aantal merken al consciëntieus en serieus naar hun materialen, productieprocessen en expeditie aan het kijken is en andere labels elkaar de loef proberen af te steken in de wedstrijd: wie is, of lijkt, het groenst? 

De consument blijkt er gevoelig voor, maar lijkt vooralsnog de lokroep van de goedkope fast fashion niet te kunnen weerstaan. Toch zal, zeker in de loop van de komende tien jaar, de consument die vlieg-, vlees- en benzineschaamte ervaart ook last krijgen van draag- en bezorgschaamte. Het begrip duurzame mode zal van een hype in een duurzame gewoonte veranderen. Fashion For Good, internationaal kenniscentrum en museum, gevestigd aan het Amsterdamse Rokin, houdt in de gaten wat er aan duurzame start-ups wordt gelanceerd. De door grote modereuzen als C&A, Chanel en Kering gesteunde organisatie checkt of werkwijzen en materialen wel echt deugen en koppelt goedgekeurde kleine vernieuwers aan grote bedrijven die meer slagkracht hebben. 

Duurzame alternatieven

Wat de groene mens van morgen aantrekt? Fashion For Good rekende uit dat het maken van één T-shirt van katoen en polyester 2.700 liter water kost. Voor kleding die in de toekomst wordt verkocht, zal moeten gelden dat ze gemaakt is van ofwel duurzaam gerecycled textiel ofwel van alternatieve grondstoffen als vlas, kapok, maïs en cellulose, stuk voor stuk minder vervuilende en waterverslindende alternatieven voor katoen. Als alternatief voor natuurzijde of viscose ontwikkelde de Italiaanse firma Orange Fiber een teer weefsel, gemaakt van pulp en schillen die overblijven na het persen van sinaasappels. Het Italiaanse luxehuis Salvatore Ferragamo klopte al aan voor een samenwerking. 

Ook volop in ontwikkeling: alternatieven voor leer. In Tirol maakt de firma Frumat namaakleer van appelafval, het Nederlandse Mycotex doet dat met paddestoelen. Ook van bananenplantstengels en de huid van consumptievissen worden leeralternatieven gemaakt. Over vissen gesproken: onder de gepatenteerde slogan ‘There is no Planet B’ maakt het Spaanse merk Ecoalf garens en weefsels van het afval dat Spaanse en Thaise vissers als bijvangst van zeedieren naar boven halen. Van gerecycled plastic, petflessen en oude netten worden kleren, tassen en sneakers gemaakt. De zolen van die sneakers zijn, je moet er maar op komen, vervaardigd van versleten autobanden en invasieve algen. 

Gerecyclede mode van Duran Lantink. Beeld Team Peter Stigter

Nog klimaatneutraler is het om kleren uit eigen kast langer en vaker te dragen, zorgvuldig hersteld of gereinigd in geval van gaten of vlekken. Dat zal ook zorgen voor een groter en beter aanbod van kledingherstellers, zowel in de vorm van naaiateliers en repareercafés als van producten – denk aan wolplamuur en applicaties. Een andere optie is modulaire mode, zoals de outfit waarmee de Italiaanse Flavia La Rocca een Green Carpet Fashion Award won: een basisjurk die je door er dingen aan te knopen of af te halen op eindeloos veel manieren kunt dragen. Overschotten uit de stoffenindustrie en de detailhandel, de zogeheten dead stock, krijgen na een rondje up- of recyclen een tweede leven. De Nederlandse ontwerpers Ronald van der Kemp en Duran Lantink geven hiervan al jarenlang het goede en smaakvolle voorbeeld. Nog zo’n goed idee: kleren uit een tweedehandswinkel of kledingbibliotheek, een abonnement of een leasecontract – het begrip eigenaarschap, zo vertelde futurist Lucie Greene tijdens haar Fashion Talk in Antwerpen, wordt ouderwets. Delen is het nieuwe devies, samen shoppen en de kleding om beurten dragen is voor sommige jongeren al heel normaal.

Creatie van Raf Simons, geschikt voor extreem weer. Beeld Getty

Behalve op ons geweten zal de klimaatverandering ook grote invloed krijgen op het sóórt kleren dat we gaan kopen en dragen. Lange en heftige regenperioden zullen de roep om regenbestendige capes en laarzen aanwakkeren, hete zomers om luchtige, ademende en uv-werende kleding en grote zonnehoeden, strengere winters om arctische parka’s en sneeuwlaarzen.

Donkere, wijde winterkleding van Balenciaga. Beeld Getty

Nieuwe technologie

Tegelijkertijd zal die kleding steeds technologischer worden. De Japanse keten Uniqlo hangt nu al vol met Heat Tech-warmhoudshirts en Airism-koelhoudhemdjes. Naar verwachting zal kleding in de toekomst letterlijk worden verweven met technologie. Nu al worden Apple Watches aan de pols gedragen, en AirPods in de oren. Voor de toekomst wordt er gewerkt aan kleding die speciaal ontworpen is om er al je gadgets in op te bergen, of die zelfs verbonden is met de smartphone. Helemaal Blade Runner, inclusief constante regen en vervuiling. Het resultaat: kleding die in barre tijden kan fungeren als een soort persoonlijke wapenrusting, voorzien van slimme sensoren. Denk aan een parka of rugzak die je kunt uitvouwen tot slaapzak, compleet met een zonnepaneel en een filter om water mee te zuiveren. Ook een optie: kleding die naar believen warmer of kouder gezet kan worden. En wat te denken van therapeutische kleding die medicijnen afgeeft, blessures helpt genezen of transpireren voorkomt? Of van 3D-geprinte accessoires en kleding? De Nederlandse ontwerper Iris van Herpen experimenteert er al jaren mee en is erin geslaagd geprinte kleding steeds zachter en draagbaarder te maken.

Creatie van Iris van Herpen. De Nederlandse ontwerper experimenteert al jaren met 3D-geprinte kleding. Beeld Getty

Ook de manier waarop we winkelen is de laatste jaren drastisch veranderd. Via webshops, apps of Instagram shoppen en naar hartelust de missers terugsturen is een lastige gewoonte om te veranderen, maar zal om verspilling en nog meer milieubelasting tegen te gaan toch moeten worden aangepakt. Wat een oplossing zou kunnen zijn: werken aan betere maatvoering van de kleding die online en offline wordt verkocht. Volgens meesterkleermaker Roy Verschuren, zo vertelde hij tijdens zijn presentatie ‘De juiste maat’ op het najaarssymposium van de Textielcommissie, wordt 30 procent van de kleding niet verkocht doordat de maatvoering niet klopt. Doordat de koper niet weet wat zijn juiste maat is en doordat de verhoudingen niet deugen: vaak worden basispatronen zonder kennis van zaken lineair vergroot of verkleind. In dit geval moet er juist een stap terug worden gezet: naar de tijd van de ambachtelijke kleermaker, die snapt hoe het menselijk lichaam moet worden vertaald in patronen – een kunst die er de laatste decennia, met het massale, snel-snel ontwerpen op de computer, een beetje bij ingeschoten is.

Ontwerp van Thierry Mugler.Beeld AFP

Wat ook zo goed als zekere toekomstmuziek lijkt: kleren produceren on demand, dus pas maken als er vraag naar is – bij een periode van extreem weer bijvoorbeeld. De machine learning daarvoor is al ontwikkeld, vertelde Ahmed Zaidi van de Universiteit van Cambridge aan modesite The Business of Fashion. Dat zou de vorming van grote partijen dead stock voorkomen. Laatste noviteit in de manier van winkelen: via computerspellen als Fortnite, waarin de kleren van karakters al spelend kunnen worden geshopt.

Samensmelting van culturen

Als we wat verder uitzoomen en de hele planeet overzien, kunnen we op onze klompen aanvoelen dat China een steeds grotere rol gaat spelen. Niet alleen als producent van mode, maar ook als afnemer. Dat zou kunnen zorgen voor een nog dikkere Crazy Rich Asians-saus, met grote logo’s en glimmers, over westerse luxeproducten. Misschien resulteert het wel in verwijzingen naar de gelaagde, rijke gewaden uit de Ming-dynastie, de vorige grote Chinese bloeiperiode. Kijken we naar de economieën die de komende tien jaar gaan groeien, dan ziet het ernaar uit dat India aan een stevige opmars begint, net als Afrika. Dankzij de Lagos Fashion Week (gesponsord door Heineken), begint West-Afrika mee te tellen in de mode – misschien het moment waarop traditionele Igbo- en Yoruba-kledingstukken en items als de gele, een stevige sjaal die om het hoofd wordt geknoopt, hun intrede doen in de modewereld.

Modest fashion van Max Mara. Beeld Getty

Het samensmelten van de westerse met andere culturen zal hoe dan ook een thema worden van de mode in de jaren twintig. Volgens het Pew Research Center in Washington zijn er in 2050 2,76 miljard moslims en 2,92 miljard christenen. Het kan niet anders of de opmars van de zogeheten modest fashion zet door: modieuze maar zedige kleding, met hidjabs in luxe stoffen. De rolmodellen van morgen heten niet Madonna of Beyoncé, maar Mona Haydar en Mariah Idrissi, respectievelijk rapper en influencer, beiden modest gekleed mét hoofddoek.

De toenemende populariteit van bedekkende kleding is een trend die ook de Britse toekomstvoorspeller Bernard Fitzwalter in de smiezen heeft. Fitzwalter is behalve docent Latijn een hooggewaardeerde Britse astroloog. Wie astrologie afdoet als rabiate quatsch: sla deze en de volgende alinea vooral over. Voor wie er wel nieuwsgierig naar is: in 2020 staan Jupiter, Saturnus en Pluto alle drie ‘in Steenbok’, en dat kan volgens astrologen niet anders dan invloed hebben op de popcultuur. Steenbok betekent serious business, ook qua kleding: naaktheid past daar niet bij, dus gaan blote schouders en buiktruitjes genadeloos uit de mode. Bij Steenbok hoort het bedekken van het lichaam, met lange rokken, pakken en jassen die ons omhullen, compleet met hoeden en handschoenen. De kleuren die daarbij horen zijn stemmig: diepgroen, donkergrijs en zwart.

Volgens Fitzwalter, die al decennia schrijft voor modeblad Elle, is het lichaamsdeel dat de grootste rol speelt in de mode af te lezen aan het teken waar Uranus ‘in’ staat. Tot vorig jaar was dat Ram, die communiceert met het hoofd, wat weer aansluit bij de hardnekkige maar nu toch echt aflopende hype om baarden te laten staan (onze koning was een late adopter) en de zijkanten van het haar op te scheren – de Peaky Blinders-coupe. Bij vrouwen was het shapen van jukbeenderen en wenkbrauwen de afgelopen jaren ongekend populair. De komende jaren staat Uranus ‘in Stier’, en dat sterrenbeeld communiceert met de hals. Fitzwalter kan het zich niet voorstellen, maar vermoedt toch een terugkeer van de stropdas, wat prima zou aansluiten bij de zakelijke pakken die Steenbok al in petto had. Bovendien zijn de eerste pakken met das alweer gesignaleerd op de catwalks. 

‘The Brown Age’

Wie niet in astrologie gelooft, maar wel in de vooruitziende blik van Lidewij Edelkoort: voor de komende dertig jaar heeft de wereldvermaarde Nederlandse trendforecaster een donkerbruin vermoeden – letterlijk. Volgens Edelkoort is niet zwart maar bruin het nieuwe zwart, vandaar dat ze haar seminar met voorspellingen voor de volgende winter ‘The Brown Age’ noemde. Edelkoort verklaart deze trend vanuit een herwaardering voor de bruindoordesemde jaren zeventig en vanuit de waardering voor duurzame en natuurlijk bewerkte kleding.

Het gaat vooral om het creëren van een warme en gezellige sfeer, zegt Edelkoort: ‘Stevige, dikke stoffen als corduroy worden belangrijker. Bruin wordt wakker van een sabbatical with a vengeance.’ Behalve voor bruin ziet Edelkoort in de nabije toekomst een belangrijke rol weggelegd voor herwaardering voor en kennis van textiel. Volgens haar is onderwijs over materialen en technieken evenals het overstappen op kleinschalig, lokaal produceren cruciaal voor de overleving van de industrie. Daarnaast ziet Edelkoort dat de mannenmode-industrie enorm toeneemt, doordat mannen meer gaan vaderen, eleganter worden en minder macho. Dat zou kunnen uitmonden in een groeiende acceptatie van mannen in voorheen typische vrouwenkleren als jurken en rokken, of in kleding gemaakt van materialen die als feminien te boek staan, zoals kant, voile en fluweel. Daarmee zou genderneutrale kleding weer een stap verder komen dan nu het geval is. Want zoals dr. Valerie Steele van het Museum at the Fashion Institute of Technology in New York dit weekend constateert in Volkskrant Magazine, slaat genderneutrale mode nu vooral op mannenkleding die ook door vrouwen kan worden gedragen – en dat was honderd jaar geleden nieuw, maar in 2020 niet meer. 

Langer en krommer

Of de voorspellingen van Edelkoort en Fitzwalter uitkomen, is nog de vraag. Het enige waarvan we vrijwel zeker kunnen zijn, is dat kleding de komende tien jaar groter zal worden dan ooit. Niet omdat wijde kleding hip wordt of omdat we allemaal genderneutrale boernoesen gaan dragen, maar omdat de dragers lijfelijk in volume toenemen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek constateerde in zijn jaarlijkse gezondheidsenquête dat Nederlanders de afgelopen tientallen jaren langer en zwaarder zijn geworden. Mannen zijn nu 3,8 centimeter langer en 2,3 kilo zwaarder per centimeter die ze langer werden dan in 1981, vrouwen 1,5 centimeter en maar liefst 4,7 kilo per gewonnen centimeter zwaarder. 

Genoeg reden om aan te nemen dat, als de welvaart aanhoudt, mannen en vrouwen de komende tien jaar nog groter en zwaarder worden. Dat betekent dat de patronen opnieuw onder de loep moeten worden genomen. Maar dat moeten ze toch al, voorspelde eerdergenoemde meesterkleermaker Roy Verschuren op het najaarssymposium van de Textielcommissie. De reden daarvoor is dat het menselijk lichaam ook op andere punten aan het veranderen is. Omdat mensen met een smartphone uren per dag voorovergebogen op hun scherm zitten te turen, zal de stand van het hoofd en daarmee de nek veranderen en op den duur een lichte bochel veroorzaken. Voor een goed zittend jasje, overhemd of jurk zal het rugpand navenant verlengd en gekromd moeten worden.

Lang verhaal kort door de bocht: de komende tien jaar hullen we ons in dikke, donkerbruine, wijde, gerecyclede, weerbestendige, technoslimme capes, een beetje alsof we met z’n allen verkleed als Jedi naar een LARP-evenement gaan, lekker twenties afgestyled met een bult op de rug en een stropdas om de hals. Een huiveringwekkend beeld, al is er één voordeel: meedoen aan de mode is nog nooit zo gemakkelijk geweest.

Filmster Joan Crawford in een jurk met luipaardprint, 1928.Beeld Getty
De ‘garçonne’ oftewel jongensmeisje was in de jaren 1920 het nieuwe ideaal voor de vrouw. Beeld Getty

De roaring twenties van de vorige eeuw

Als er één woord is dat de kleding van de jaren 1920 typeert, dan is het vrijheid. Vrouwen die tijdens de oorlog in afwezigheid van hun mannen hadden gewerkt in wijde kleding en broeken, peinsden er niet over hun korsetten weer aan te trekken. Licht moest het zijn, vrij en recht, met lage tailles, hoge zomen en hier en daar een heuse damespantalon. Als er al stevig ondergoed werd gedragen, dan om een al te welige boezem af te platten. 

Het nieuwe ideale figuur voor de vrouw was dat van la garçonne, het jongensmeisje, genoemd naar de scabreuze roman van Victor Margueritte. Grootste pleitbezorger van de androgyne look was Gabrielle ‘Coco’ Chanel. Haar inspiratie haalde ze uit tenniskleding en de mannengarderobe, de nieuwe materialen die ze introduceerde waren jersey en kunstzijde. Opgestoken lang haar werd ouderwets, een beetje hippe meid liet bij de Parijse kapper Antoine een bob knippen en bedekte die met een vilten cloche. Gefeest werd er ook, liefst groots en meeslepend. De populairste dans van de flappers in met kraaltjes bezette jurken was de charleston.

Mannen verruilden in de twenties hun gesteven kragen en driedelige kostuums voor soepele pakken in tweed of flanel. In universiteitskringen werden de Oxford bags populair, lange broeken met wagenwijde pijpen die roeiers aanvankelijk over hun trainingsbroeken droegen. Invloeden kwamen uit de tenniswereld, net als bij de dames, en uit de golfsport. Grootste mode-icoon uit die tijd was prins Edward, die de blits maakte met zijn plusfours (knickerbockers met 4 inches extra stof, zoals Kuifje vroeger droeg), tweedpetten en spencers met ingebreide wybertjesruiten.

Mode uit de jaren twintig van de vorige eeuw.Beeld Getty

Lees hier meer van de serie Transition Twenties

Zelfrijdende auto? Rij nog maar even zelf
Reken niet te veel op de grote revolutie van de zelfrijdende auto. Evengoed zal er genoeg veranderen.

Insectenburgers maken weinig kans, maar wat gaan we wel eten in de jaren twintig?
De kansen voor kweekvlees, vegan ribs, puree uit de printer, ‘functional foods’ of – veel verder weg – brandnetels.

Gaan we nu eindelijk van vrouwelijke kunstenaars houden?
Eeuwenlang – ook, of nee: júíst in de 20ste eeuw – zijn vrouwelijke kunstenaars doelbewust genegeerd, verzwegen, niet op waarde geschat. Nu is alles anders, toch? Wat hebben de jaren twintig voor hen in petto?

Hoe een pleister de zorg op stelten zette – en misschien weer gaat zetten
Een slimme pleister kan helpen de zorg van het ziekenhuis naar thuis te verplaatsen. Daarbij moeten nog wel de eenvoudigste dingen worden uitgevogeld.

Wordt dit het decennium waarin roken de genadeklap krijgt?
De komende jaren belandt roken nog verder in het verdomhoekje, al blijft de tabaksindustrie een geduchte tegenstander.

Contant geld wordt schaars en dat is niet zonder risico
Cashloos betalen maakt de afhankelijkheid van de commerciële banken groter. Om een crisis te voorkomen zijn alternatieven gewenst. Zoals direct digitaal geld van de centrale bank.

Ongemakkelijke vragen bij de (langverwachte) doorbraak van virtual reality
Als virtual reality het komende decennium eindelijk doorbreekt, zijn er ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Want ‘virtuele’ betasting kan akelig echt voelen.

In de jaren twintig zal vooral het liberale element van de democratie onder druk komen te staan
De schaduw van de vorige jaren twintig valt vaak over het hedendaagse debat, met populisten als nieuwe fascisten.

Van massamedicijn naar maatwerk: de precisiegeneeskunde rukt op
De patiënt van de toekomst zal steeds vaker een doelgericht geneesmiddel krijgen. Aan dat precisiewerk hangt wel een stevig prijskaartje.  

Interview Klaas van Egmond: ‘We moeten naar een stationaire economie’
Meer materiële groei kan de aarde niet aan, waarschuwt Klaas van Egmond. Besef hiervan moet leiden tot een herziening van het financiële bestel, hoopt de hoogleraar milieukunde. ‘Alle problemen die we nu hebben, hebben te maken met gebrek aan bewustzijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden