Wie Hillary geld geeft mag chips eten met Bill

Internet en kleine donateurs spelen in de VS een steeds grotere rol bij de fondswerving door presidentskandidaten...

‘Michelle Obama’ , vermeldt de Inbox. Dat is de vrouw van de Democratische presidentskandidaat. ‘Ik schrijf niet vaak, maar wilde benadrukken hoe belangrijk de deadline van morgen is’, schrijft ze.

Het is het weekeinde voor de kandidaten moeten melden hoeveel geld ze het afgelopen kwartaal hebben opgehaald bij donateurs. Een belangrijk moment in de strijd om het Witte Huis. Kan Obama nog wel op tegen de gevreesde Clinton-machine? Valt de late campagne van de Republikein Thompson serieus te nemen? Wie van de kleintjes doet nog mee? Media en publiek oordelen naar de cijfers die nu bekend worden.

Want wie geld heeft, kan spotjes uitzenden en kantoortjes opzetten. Maar belangrijker in dit vroege stadium is wat het opgehaalde bedrag zegt: een kandidaat die geld weet los te peuteren, wordt door een groep mensen beschouwd als serieuze kanshebber.

‘In Amerika gaat het om het momentum’, legt hoogleraar Anthony Corrado van het Campaign Finance Institute uit. ‘Vooral grote donateurs willen er zeker van zijn dat ze aan de winnaar geven. Geld levert zo meer geld op.’

Dus vindt voor de deadline een nerveuze zoektocht plaats naar geld, en nog meer geld. ‘DE KLOK TIKT! Nog 24 uur te gaan tot het kwartaal voorbij is’, roept een kandidaat op zijn website, waar bezoekers met één klik bij de pagina komen waar ze hun creditcardnummer kunnen invullen.

‘Hey’, schrijft Chris Dodd in een mail. ‘Draag jij 23 dollar bij om ons over de streep te helpen?’ Mike Huckabee vraagt een ‘buck for Huck’. John Edwards legt uit wat hij kan doen als je ‘a dime a day’ geeft. Aanhangers van New Yorks ex-burgemeester Giuliani vragen om ‘9,11 dollar voor Rudy’, een referentie aan de aanslag die hem roem gaf.

Onder donateurs worden verloot: een fleecetrui van John McCain, een reis met John Edwards of een avond debat kijken met Bill Clinton, ex-president en formidabel campagnewapen van echtgenote Hillary. ‘We gaan voor een grote tv zitten met een grote schaal chips’, belooft Bill per -mail. Hillary beloont degene die hem in plaats daarvan wortels laat eten.

De kandidaten reizen het hele land door om te verschijnen op fundraisers. De duurste kaartjes garanderen een foto met het beroemde gezicht. Op internet worden aanhangers aangespoord zelf een houseparty te organiseren. Daarvoor nodig je vrienden en buren en vraagt ze te doneren.

Internet en kleine donateurs spelen een steeds grotere rol, legt hoogleraar Corrado uit. Obama spant de kroon met het ongekende aantal van 350 duizend donateurs. ‘De kandidaten creëren een basis van aanhangers waar ze steeds opnieuw kunnen aankloppen. Zo kun je van de 10-dollar-donateur een 20-, 50- en daarna 100-dollar donateur maken.’

Bij wijze van experiment doneren wij 25 dollar aan Obama (en worden voor het evenwicht tevens lid van de conservatieve ‘Friends of Fred’ Thompson). Obama belooft dat een aanhanger je donatie verdubbelt. Minuten na de gift krijgen we een bedankmailtje en een boodschap van Linda G., die het bedrag heeft verdubbeld: ‘Gewoon een Obama Mama die hoopt op een betere toekomst voor dit worstelende land. Bedankt!’ Meteen volgt een verzoek van Obama om zelf óók iemand anders gift te verdubbelen. Weer 25 dollar.

‘Ik ben jarenlang Republikein geweest maar ik baal van de manier waarop de wereld de VS ziet. We hebben echt verandering nodig’, schrijft een uur later Mike, wiens gift wij hebben verdubbeld.

De rol van het geld in de Amerikaanse campagnes is al decennia omstreden. Maar voorstanders wijzen op de vitaliteit die ontstaat als burgers zich vrij kunnen organiseren en geld ophalen. Laagdrempelig is de politieke participatie in ieder geval wel. In een oogwenk zijn wij ‘mede- eigenaar’ geworden van de beweging om Washington te veranderen, stelt Obama.

Corrado vindt de ontwikkeling positief: ‘Door de toename van kleine donateurs wordt de invloed van één donateur kleiner. Het is een democratisering van het verkiezingsproces, aangedreven door internet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden