Wie heeft onlangs deze vrouw gezien?

Hoe vergroot je de betrouwbaarheid van identificatie door ooggetuigen? Psychologen deden een straat-experiment in hartje Maastricht.

Wie de afgelopen twee weken over De Markt in Maastricht liep, had zomaar aangesproken kunnen worden door twee jonge vrouwen. Jaar of 20, beiden met lang haar. De een gekleed in een korte spijkerbroek en een roze topje, de ander in een lange spijkerbroek met een wit T-shirt.


'Weet u misschien waar het Emmaplein is...? Nee, kent u dan misschien een leuk restaurantje in de buurt?'


Na een gesprekje van circa een minuut verdwenen de meisjes uit zicht, waarna de argeloze voetganger werd opgevangen door onderzoekers van de Universiteit Maastricht. Of ze de vrouwen van zojuist zouden herkennen uit zes portretfoto's?


'Eerst wilden we een tasjesroof in scène zetten', zegt psychologe Anna Sagana van de Universiteit Maastricht. 'Maar dat plan hebben we om ethische redenen laten varen.'


Sagana deed al meerdere onderzoeken naar de betrouwbaarheid van ooggetuigen. Bij het straatexperiment op De Markt voegde ze een nieuw element toe. Even nadat voetgangers hun keuze uit de portretten hadden gemaakt, hielden de onderzoekers een portretfoto uit de serie van zes omhoog. 'En waarom heeft u deze foto gekozen?'


De onderzoekers toonden op dat moment een andere foto dan de voetganger had uitgekozen. Het doel van die wisseltruc: achterhalen of mensen doorhebben dat ze naar een andere foto kijken, en bepalen of ze achteraf net zo zeker van hun keuze zijn.


Ooggetuigen

Na twee weken straatexperiment bleek dat zo'n 4 op de 10 ooggetuigen niet opmerken dat de onderzoekers de foto's verwisselden.


Sagana: 'De zoveelste aanwijzing dat verklaringen van ooggetuigen doorgaans zeer onbetrouwbaar zijn.'


Ze verwijst naar het Innocent Project in de Verenigde Staten, waarbij dubieuze veroordelingen opnieuw onder de loep worden genomen met nieuw dna-bewijs.


De afgelopen vijftien jaar leidde dit 289 keer tot vrijstelling van een veroordeelde, omdat die bij nader inzien onschuldig bleek te zijn. Bij 75 procent van die foute veroordelingen was sprake van verkeerde identificatie door ooggetuigen.


Cijfers over de Nederlandse situatie ontbreken, net als cijfers die iets zeggen over hoe vaak ooggetuigen in de praktijk wél de juiste dader aanwijzen. Maar vaststaat dat ook hier ooggetuigenverklaringen een hoofdrol spelen bij rechtszaken. 'Wie denkt dat het tegenwoordig allemaal om dna-bewijzen draait, kijkt te veel naar CSI', zegt rechtspsycholoog Peter van Koppen. 'De meeste veroordelingen zijn uitsluitend gebaseerd op ooggetuigen.'


De afgelopen weken was hij in het nieuws met zijn Project Gerede Twijfel van de Universiteit Maastricht. Van Koppen en criminoloog Hans Nelen (van de Vrije Universiteit in Amsterdam) ontdekten dat zes personen in de jaren negentig mogelijk onterecht veroordeeld zijn voor de moord in een Chinees restaurant.


Van Koppen volgt het speurwerk van de politie kritisch, maar heeft ook moeite met de groeiende stapel publicaties waarin ooggetuigen collectief als onbetrouwbaar worden weggezet. 'Stel, ik zie mijn neef de buurman vermoorden. Als ik dan zeg 'het was mijn neef!' ben ik een hele betrouwbare ooggetuige. Tenzij ik een motief heb om mijn neef erbij te lappen natuurlijk.'


Problematischer wordt het wanneer een ooggetuige de dader niet kent en hem maar één keer kort heeft gezien. Dan zijn zorgvuldige protocollen nodig om te voorkomen dat ooggetuigen een onschuldige aanwijzen.


Oslo-confrontatie

De Nederlandse politie gebruikt al meer dan zeventig jaar de zogeheten Oslo-confrontatie. De getuige krijgt hierbij een serie foto's te zien, of kijkt door een eenrichtingsspiegel naar een rij met personen. Een van hen is de dader. Het moet een eerlijke line-up zijn: iedereen in de rij voldoet aan het signalement. De agent die de getuige begeleidt, mag bovendien niet zelf weten wie de verdachte is, om sturing van de getuige te voorkomen.


Op basis van laboratoriumstudies zien Sagana en haar collega Melanie Sauerland extra mogelijkheden om deze procedure te verbeteren. Getuigen zouden bijvoorbeeld op een schaal van 0 tot 10 kunnen aangeven hoe zeker ze van hun zaak zijn. Ook zouden agenten kunnen opletten hoe snel de getuige iemand aanwijst. Hoe korter de reactietijd, hoe betrouwbaarder.


De les uit het Maastrichtse straatexperiment is volgens Sagana dat ooggetuigen zich makkelijk laten beïnvloeden. Het was al bekend dat getuigen gestuurd kunnen worden door opmerkingen als 'Wilt u niet nog een keer naar nummer 5 kijken?' Maar na de wisseltrucs op de Grote Markt blijkt dat het probleem van beïnvloeding nog groter is. Sagana: 'Ooggetuigen kunnen dus zelfs akkoord gaan met een keuze die ze helemaal niet hebben gemaakt.'


Video-opnamen van de identificatie-procedure zouden volgens Sagana een uitkomst zijn. Zo kan in ieder geval achteraf worden gecontroleerd of er sprake was van sturing van de getuige.


De vraag is of dergelijke inzichten hun weg naar het politiebureau zullen vinden. In de praktijk volgen agenten vaak niet de wetenschappelijke richtlijnen voor een eerlijke en betrouwbare identificatie. Dit komt door gebrek aan tijd en kennis, maar ook doordat de werkelijkheid nu eenmaal chaotischer is dan het laboratorium.


Van Koppen: 'Staat er om elf uur 's avonds een vrouw bij het politiebureau, met een gat in haar hoofd. Ze omschrijft de dader: Marokkaans uiterlijk. Een half uur later plukt een surveillanceauto iemand van straat die voldoet aan het signalement. Wat doen die agenten dan? Dikke kans dat ze de verdachte even laten zien. Was dit hem, mevrouw?'


Test!

Hoe betrouwbaar bent u zelf als ooggetuige?


Kijk eens goed naar de tien foto's hiernaast. Een van de geportretteerden staat ook op de voorpagina van dit wetenschapskatern. Weet u nog wie?


Volgens Anna Sagana en Melanie Sauerland, ooggetuige-experts bij de Universiteit Maastricht, is de kans dat u de verkeerde keuze maakt het grootst.


Aan de andere kant, misschien bent u wel een van de 'superherkenners' waarover psychologen van Harvard University een paar jaar geleden publiceerden. Dit zijn mensen die zelden een gezicht vergeten, zelfs na vluchtig contact.


In hun studie in Psychonomic Bulletin & Review schrijven de onderzoekers onder meer over een vrouw die op straat een serveerster herkent. De twee hadden elkaar vijf jaar eerder - en in een andere stad - éénmaal ontmoet.


Meer over