Column

Wie hard schreeuwt heeft niet altijd pijn

Heb het over het kwaad, strijk en zet valt de naam van Hannah Arendt. Ook filosoof Hans Achterhuis voerde haar vorige week op als kroongetuige in zijn repliek op een stukje van mij.

Een vrouw steekt een kaars aan tegenover Café Bataclan na de aanslagen in Parijs. Beeld anp

Ik had gewijsneusd dat de beweegredenen van moslimextremisten even glashelder zijn als die van de nazi's destijds. Begrijpen hoeft niet, bestrijden is het enige dat erop zit. Volgens de voormalige Denker des Vaderlands moet je juist wél trachten te doorgronden waarom zij zich tot zo'n heilsleer aangetrokken voelen. Tenslotte probeerde de wereldberoemde filosofe dat ook.

Dat klopt. Bijvoorbeeld in Eichmann in Jerusalem (1963), verslag van het proces tegen de beruchte nazi Adolf Eichmann. Haar these: de man had weliswaar de hand gehad in monsterlijke daden, hijzelf was 'demonisch noch monsterlijk' maar juist 'vreselijk en vreeswekkend normaal'. Arendt noemde dit 'de banaliteit van het kwaad'.

In werkelijkheid was Eichmann allesbehalve een kleurloze Schreibtischtäter, maar een rabiate antisemiet die uit volle overtuiging de vernietiging van het Joodse volk organiseerde. Dat was ten tijde van het proces al ruimschoots bekend, maar Arendt deed diens uitlatingen hieromtrent af als 'opschepperij'. Later werd zijn fanatisme nog eens uitvoerig geboekstaafd door David Cesarani (2004) en door Bettina Stangneth (2011). Gek genoeg deed dit geen afbreuk aan Arendts gezag als duider van het kwaad.

In zijn boek Compartimenten van vernietiging (2014) laat socioloog Abram de Swaan prachtig zien hoe haar banaliteitsthese, samen met de befaamde groepsexperimenten van Stanley Milgram en met de studie 'Ordinary Men' van Christopher Browning naar de wreedheden van Bataljon 101, resulteerde in dé opinion chic van dit tijdsgewricht: Het Kwaad Zit In Ons Allen.

Met als logische consequentie dat u en ik tot dezelfde misdaden in staat zouden zijn. Ook u en ik, zeg maar, hadden met een kalasjnikov onschuldige concertgangers kunnen afmaken. Of ons in een bomgordel kunnen hijsen teneinde dood en verderf te zaaien op een gezellig terras. Derhalve dient de hand diep in de eigen boezem te verdwijnen, en mogen wij ons vooral niks verbeelden. 'Zo veel verschillen we niet', is de vrome preveling die de postmoderne intellectueel in de mond ligt bestorven.

Even logisch gaat de aandacht, dankzij wat De Swaan 'de vulgarisatie van de Arendt-Milgram-Browning-traditie' noemt, al vijftig jaar vrijwel exclusief uit naar de situationele factoren en is er nauwelijks oog voor de 'persoonlijke dispositie' van de daders. Ook na de aanslagen in Parijs is dat weer merkbaar. De meeste duiders staren zich blind op de omstandigheden die terroristen tot terreur zouden hebben bewogen.

Fraaie illustratie biedt de 'open brief' die filosofe Joke J. Hermsen dit weekend publiceerde op de site van De Groene Amsterdammer. Daarin karakteriseert ze de aanslagplegers als 'een handvol door haat en woede verblinde jongeren', hun daden als 'een uiting van wanhoop en een uitbarsting van waanzin'.

Zou het niet 'verstandiger' zijn, vraagt ze, om in plaats van IS de oorlog te verklaren 'eens te proberen om in eigen land de mogelijke oorzaken van radicalisering te voorkomen door te doen wat we werkelijk kunnen doen, dat wil zeggen onnodige kwetsuren, onbillijke vernederingen en ongelijke kansen op de arbeidsmarkt wegnemen? Dan kunnen we vervolgens in een gezamenlijke dialoog werken aan onderling vertrouwen en verbondenheid.'

Heel sympathiek, natuurlijk. Maar wie hard schreeuwt - om Karel van het Reve te parafraseren - heeft niet per definitie erge pijn. Bovendien, zoek je de motieven in de omstandigheden, dan negeer je de allerbelangrijkste vraag.

Want waarom zouden voor de ene moslim kwetsuren, vernederingen en geringe arbeidsmarktkansen reden zijn om tot terreur over te gaan? En zijn ze dat voor zoveel andere moslims zo heel erg niet? Waarom is de ene moslim gevoelig voor de haatpropaganda van het kalifaat? En moeten zoveel andere moslims die in dezelfde omstandigheden leven daar niks van hebben? Of, om bij Parijs te blijven: waarom sloegen twee broers uit Molenbeek die vrijdagavond geestdriftig aan het moorden? Terwijl de derde broer uit hetzelfde gezin kaarsjes brandde voor de slachtoffers?

Geen misverstand: discriminatie, uitsluiting en achterstand verdienen krachtige bestrijding. Maar duiders die menen dat je aldus het nazisme van de 21ste eeuw de wereld uit helpt, wens ik veel succes. Ze zullen het nodig hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden