Wie gaan er trekken en duwen

Niet alleen Agnes Kant, Camiel Eurlings, Pieter van Geel en Wouter Bos verlaten het Binnenhof. Menig Tweede Kamerlid moet afwachten of de partij hem of haar weer een plekje gunt op de kieslijst....

Een tombola is het. Telkens als er Kamerverkiezingen naderen, klinkt bij de politieke partijen het oude liedje: we moeten vernieuwen! Het móet beter kunnen dan ‘zij van ons in Den Haag’ hebben gepresteerd! Elke fractie begint fris, jong, briljant en veelbelovend. Toch valt vroeg of laat op de partijbureaus het verwijt: ze zijn het nét niet, het bleek toch een beetje grijzer dan we hoopten.

Nergens is het afbreukrisico groter dan op het Binnenhof. SP-fractieleider Agnes Kant (SP), haar CDA-collega Pieter van Geel, minister en CDA-‘kroonprins’ Camiel Eurlings en PvdA-partijleider Wouter Bos kondigden hun vertrek aan. In hun kielzog gaat ook een reeks Kamerleden weg. Zelden wordt duidelijk of dat echt uit eigen keus was, of dat ze een duwtje kregen van hun partijvoorzitter en fractieleider – ‘Hoe vind je zelf dat het gaat?’

De grote voorjaarsschoonmaak is volop gaande. Op woensdag 9 juni dingen Kamerleden naar de gunst van de kiezer, maar nu moeten ze eerst de selectieprocedure van hun partij overleven. En dus zijn er ook kansen voor wie als nieuwkomer de Tweede Kamer in wil.

Elke partij zoekt een combinatie van ervaren rotten en nieuw talent. Liefst ook iemand die meteen door kan naar Pauw & Witteman. Zo’n type Sabine Uitslag, de blonde rock chick van het CDA. Haar mailbox stroomde na één tv-optreden vol met fanmail, al leidde dat direct tot jaloerse collega’s met minder tv-charisma: ‘41 mediageile types in één fractie? Nou, ik wens je veel succes!’

Een mix van haantjes en dossiervreters is ideaal. Haast is geboden sinds de val van het kabinet; de procedures voor de kandidatenlijsten en voor het maken van het partijprogramma zijn overal ingekort. Bij de meeste partijen is de kandidaatstelling deze week gesloten. Nu volgt de selectie: wie komt op de lijst en op welke plaats? Begin april moeten de lijsten bij de Kiesraad zijn.

Wie als nieuwkomer een ‘klasje’ voor politiek talent heeft doorlopen, heeft absoluut een voorsprong. Gezichten die zijn opgevallen bij ‘topkadertrainingen’ zijn nu zeker in beeld bij de scoutingcommissies. Elke zaterdag zat Geert Wilders in de Tweede Kamer potentiële kandidaten klaar te stomen voor de PVV. Hij selecteerde de talenten en kneedde hen.

De nu negenkoppige PVV-fractie telt slechts één vrouw: Fleur Agema. Dames zijn dus welkom. In het klasje van Wilders zitten enkele vrouwen, en bij de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag ging het al beter: vijf vrouwen stonden op 3 maart op de lijst.

Maar gemakkelijk is het niet. Wie bij de PVV actief wil worden, moet een dikke huid hebben. Werken voor een omstreden partij ligt gevoelig. Zeker als de politicus later nog een baan wil in het bedrijfsleven. Onlangs zag een sollicitant op het laatst af van een baan bij de partij van Wilders. Niet vanwege de inhoud, maar puur omdat de PVV op het cv lang aan je kan blijven kleven.

De PVV, met een leider die sinds 1998 in de Kamer zit, zoekt volksvertegenwoordigers die rechtstreeks van de werkvloer komen. Kamerlid Hero Brinkman was politieagent, Richard de Mos stond voor de klas, Barry Madlener (inmiddels europarlementariër) was makelaar. De partij wordt vooral geassocieerd met het verzet tegen de islam, maar wil zich meer op andere terreinen gaan profileren. De zorg is daar een goed voorbeeld van.

De ‘mix’ is belangrijk: jong, oud, man, vrouw, stad, platteland. De PvdA is daar op één punt heel rigide in: er moeten evenveel mannen als vrouwen op de lijst. De sociaal-democraten zijn trouwens ook naarstig op zoek naar een landbouwer, nu hun biologische boer Harm Evert Waalkens het Haagse vaarwel zegt.

Bij de VVD zitten ze niet te springen op ‘blanke mannen van rond de veertig’. Daar zijn er met Mark Harbers (40), Halbe Zijlstra (41), Han ten Broeke (41), Frans Weekers (42) en Mark Rutte (43) genoeg van. Een twintiger of dertiger heeft meer kans. Type Tofik Dibi (29), in 2007 de nieuwkomer bij GroenLinks. Een fris vrouwelijk gezicht is ook welkom – de naam van europarlementariër Jeanine Hennis (36) zoemt rond voor een plek hoog op de VVD-lijst.

Voorzichtig zoeken de liberalen een meer ‘regionale’ uitstraling. De VVD won bij de raadsverkiezingen in een aantal Brabantse steden van het CDA, de regiopartij bij uitstek. Dat succes wil de VVD nationaal graag kapitaliseren. De partij beseft dat ze het niet langer automatisch goed doet in de grote steden en in de studentensteden. Regionale gezichten kunnen ook de kiezers lokken die op 3 maart op een lokale partij stemden.

De uit Haaksbergen afkomstige VVD’er Han ten Broeke kan wel eens opgaan voor de Annie-bonus, aangezien Annie Schreijer-Pierik, alias ‘de Koningin van Twente’, de CDA-fractie verlaat. Zij was goed voor tienduizenden voorkeurstemmen in de regio.

Helpt het als een Bekende Nederlander zich meldt voor het Kamerlidmaatschap? Mwah. Al doet dat het altijd leuk in de media. Het was eind vorig jaar breaking news toen Wouke van Scherrenburg, oud-journaliste van Den Haag Vandaag, meldde op de D66-lijst te willen. Ze heeft er uiteindelijk van afgezien om privéredenen. ‘En ik heb me natuurlijk afgevraagd of ik wel geschikt ben voor het Kamerwerk en voor zoiets als fractiediscipline.’

Daar kan Jacques de Milliano over meepraten. De oprichter van Artsen Zonder Grenzen stond in 1998 hoog op de CDA-lijst. Maar al voor de verkiezingen had hij gezegd het niet altijd met het CDA eens te zullen zijn. Hij vertrok binnen een half jaar uit de Kamer,nadat hij met zijn fractie was gebotst over het al dan niet terugsturen van Bosnische vluchtelingen.

Politieke avonturiers die van een andere partij overstappen, worden gewantrouwd. De komst van Ayaan Hirsi Ali, direct vanuit de PvdA, was voor de VVD niet alleen een genoegen. Je moet niet rechtstreeks van het ene warme bed in het andere warme bed stappen. Al kan het óók goed gaan: de voormalige LPF’ers Fred Teeven en Margot Kranenveldt lijken goed te gedijen bij VVD en PvdA.

Zeker bij het CDA en de SP moeten aspirant-Kamerleden een lange mars door de partij hebben doorlopen. Hand- en spandiensten verlenen, ervaring opdoen als gemeenteraadslid, wethouder of lid van provinciale staten: trouwe partijsoldaten komen er wel. En dan geldt in het CDA, meer dan bij andere partijen, de fractiediscipline: de vlag hangen we buiten, de vuile was laten we binnen. Des te pikanter waren de uitspraken van Schreijer-Pierik, die deze week zei dat Balkenende te snel weer als lijsttrekker was benoemd: ‘Na acht jaar wil je wel weer een nieuwe zomerjurk.’ Ze bleef de enige van de 41 CDA-Kamerleden die dat openlijk zei – maar ze keert na 9 juni dan ook niet terug.

In het CDA wordt ‘kadaverdiscipline’ beloond en dat maakt soms makke schapen. De partij zorgt voor je als je Den Haag verlaat; je kunt ergens burgemeester worden of desnoods voorzitter van de campingraad.

Oud-staatssecretaris Joop Wijn is één van de weinigen die ‘nee’ zei tegen zijn partij. Hij wilde in 2007 geen CDA-fractievoorzitter worden (één van de zwaarste banen in Den Haag), en verliet dus ook meteen de club. Nu is hij een topman bij ABN Amro en zwijgt hij over zijn oude politieke vrienden.

Bij de VVD wil het er vaker stormachtig aan toegaan. Volgens de liberale traditie beschouwen de Kamerleden van Mark Rutte zich graag als een club vrije ondernemers, verenigd in een middenstandsvereniging. Soms met brokken tot gevolg, zoals bij de openlijke ruzies met Geert Wilders en Rita Verdonk.

Een stemmenkanon is altijd welkom, bij elke fractie. Maar gevaarlijk is het wel. Verdonk zaagde met haar 620.555 voorkeurstemmen meteen aan de poten van haar liberale leider Rutte. Uiteindelijk, na veel gelazer in de VVD, ging ze met haar eigen partij verder.

Zitten de fracties dan te wachten op mensen met een specialisme? Ja en nee. De partijen inventariseren en mobiliseren de financiële kennis in hun achterban. Financiën, economie: daar zal het de komende magere jaren immers veel over gaan. Maar bij GroenLinks wil Kees Vendrik niet meer op de lijst, de man die twaalf jaar het financieel-economisch geweten van de partij was. De PvdA ziet Ton Heerts vertrekken, die een stevige inbreng had tijdens de financiële beschouwingen na Prinsjesdag. En het CDA gaat verder zonder Frans de Nerée, een jurist die zich de afgelopen jaren financiële zaken eigen maakte. Huidig demissionair minister van Financiën Jan Kees de Jager stelt zich weliswaar beschikbaar voor de Kamer, maar hoopt vooral weer op een plekje in het kabinet.

De aanstaande PvdA-fractie heeft dringend een jurist m/v nodig. Nu bestaat de fractie wel uit erg veel onderwijzers. Sinds het vertrek van Aleid Wolfsen – hij werd in januari 2008 burgemeester van Utrecht – ontbreekt dat specialisme. Voor het doorgronden van wetteksten is een meester in de rechten geen overbodige luxe.

Opvallend genoeg studeerden de (kandidaat)-lijsttrekkers Jan Peter Balkenende (CDA), Job Cohen (PvdA), Marianne Thieme (PvdD) en Kees van der Staaij (SGP) allemaal rechten. Femke Halsema (GroenLinks) studeerde rechtsociologie, Geert Wilders (PVV) behaalde deelcertificaten rechten aan de Open Universiteit.

Bij de VVD is een nieuwe kenner op het terrein van Defensie of Buitenlandse Zaken welkom. De liberale fractie verloor deze kabinetsperiode Hans van Baalen (vertrokken naar het Europees Parlement) en Arend-Jan Boekestijn (opgestapt vanwege loslippigheid na een bezoek aan de koningin). GroenLinks beseft dat het gezicht van de fractie nu meer ‘links’ dan ‘groen’ is: een milieu- en klimaatspecialist à la Wijnand Duyvendak is nodig.

Maar deskundigheid kan je ook in de weg zitten. Een Kamerlid is geen beleidsambtenaar, maar volksvertegenwoordiger. Die moet uit een halve meter papier precies die twee of drie politiek gevoelige punten weten te halen. Zeker een kleine fractie heeft allrounders nodig, die zelf zaken agenderen. Volhouders, soms tegen de verdrukking in. In elke portefeuille zit potentie, zelfs als je in een grote fractie tweede woordvoerder kokkelvisserij wordt. Niet zuurpruimen, maar er wat van maken.

Nu heeft een kleine fractie wel makkelijk praten. Vaak geldt dat een partij met weinig Kamerleden alom wordt geroemd. De drie parlementariërs van D66 zijn niet van de buis te slaan – probeer dan maar eens als backbencher van het CDA op tv te komen. En ook de kleine fractie van GroenLinks wordt door vriend en vijand wegens kundigheid geroemd. De SP kreeg meer waardering met negen Kamerleden, dan met het huidige oppositieteam van 25. Je gaat te snel op in het grote geheel.

D66 wil daarom geen drangers, maar specialisten die ook bij de andere partijen respect afdwingen; zelfs als de verschillen inhoudelijk groot zijn. De partij is ervan overtuigd dat ze in Paars I en II het ministerie van Volksgezondheid kon opeisen, omdat ze met Els Borst een minister aandroeg die het héle kabinet meer aanzien verschafte.

Waar wordt een Kamerlid uiteindelijk op afgerekend door zijn of haar partij? De eigen kwaliteiten? Ten dele: je bent als Kamerlid zo goed als je omgeving slecht is, of zo slecht als je omgeving goed is. Je hoeft echt niet voortdurend in talkshows te zitten, of de voorpagina te halen van De Telegraaf en de Volkskrant. Dat wordt weliswaar nauwgezet geturfd in de Haagse kaasstolp, maar in de echte wereld gaat het daar niet over. Minstens zo belangrijk is de eigen achterban, het contact in brede lagen van de samenleving. Er zijn Kamerleden die veel in het nieuws zijn, maar nauwelijks met concrete resultaten kunnen pronken.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen: de tombola gaat vroeg of laat weer draaien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden