ACHTERGRONDPolarisatie in de VS

Wie er ook gaat winnen: Amerika is zichzelf de laatste jaren keihard tegengekomen (en is geschrokken van wat het heeft gezien)

Demonstrerende extreemrechtse Proud Boys in Portland, Oregon.Beeld Mark Peterson/Redux

Amerikanen hebben altijd mateloos in Amerika geloofd, en daarmee in elkaar. Nu neemt het geloof in de ander zienderogen af. Groter nog dan de economische verschillen lijdt het land onder culturele polarisatie. Sommigen maken zich zelfs op voor een burgeroorlog. 

Het is niet moeilijk om aardige Amerikanen tegen te komen in Amerika. Begin oktober reed ik door de herfstige heuvels ten zuiden van Pittsburgh in Pennsylvania, op zoek naar de boortorens die daar de grond openbreken om er gas uit te halen, een van de concretere strijdpunten tussen president Donald Trump en zijn uitdager Joe Biden, ook al vinden ze bijna hetzelfde. Ik reed over een smal bosweggetje en passeerde een geparkeerde pick-uptruck van een gasbedrijf en daarin zaten twee mannen met dezelfde gezichten, maar dan met een jaar of twintig, dertig verschil.

Ik stopte, en het eerste wat ze vroegen was of ik hulp nodig had.

Ze heetten Tom Yoders, allebei. Senior en junior, een vader en een zoon, op inspectie bij een oude boorput. Ik vroeg waar er in de buurt werd gefrackt, zoals dat heet, en de vader wees op de heuvelrug aan de overkant, waar de bomen waren verdwenen en een pijplijn werd aangelegd. Hij was er trots op, ook al had hij er niets mee te maken, want dit was de rijkdom van het land, gewonnen met ondernemerschap en innovatie. ‘Zie je deze vallei?’, zei hij. ‘Dit is wat Amerika is. Bossen. Boerderijen. Grondstoffen. Mensen die elkaar kennen en voor elkaar zorgen.’ Hij liep naar de auto en gaf me een Snickers. ‘Maar wat doe jij hier?’

Ik vertelde hem dat ik bezig was met een verhaal over de verkiezingen, en op zoek was naar de twee kanten van Amerika. ‘Ha! Dan moet je niet hier zijn! Hier hebben we maar één kant’, zei hij. ‘En de andere kant houden we buiten, haha. Iedereen heeft hier minimaal één geweer.’

Even raakte hij op een zijspoor. Van de geweren kwam hij op de jacht, en toen legde hij uit waarom de kleuren van het bos het ene jaar anders zijn dan het andere jaar, en hoe dat lag aan de droogte en de temperatuur van de zomer – de herfst was niet meer wat hij geweest was, het klimaat veranderde, maar veranderde het klimaat niet altijd?

Dat bracht hem terug bij het fracken, het breken van de ondergrond om het gas te laten stromen, heel belangrijk voor de economie van Amerika, voor die van Pennsylvania, zeker voor deze county, vond hij, waar mensen met het gas in hun bodem goed geld hadden verdiend en waar veel werk was in deze industrie. ‘En daar wil Biden mee stoppen’, foeterde hij.

Biden wil daar niet mee stoppen, in elk geval niet op korte termijn, behalve op openbaar terrein, maar Yoders had daar geen boodschap aan. En zo begon de tirade die ik de afgelopen maanden zo vaak heb gehoord. Over Biden, die een lege huls is die wordt gevuld met de radicale inhoud van zijn running mate Kamala Harris (‘Die neemt het binnen een paar maanden over’) en die van de socialist Alexandria Ocasio-Cortez. Over corona, dat niet meer dan een griep is. Over de coronadoden, die worden overdreven omdat de ziekenhuizen daar geld voor krijgen. Over Black Lives Matter, een marxistische organisatie. Over de Democraten, die de plunderaars in de steden hebben laten begaan. Over de aanvallen op de politie, die met de handen op de rug gebonden is. En over steden als New York, die zijn overgeleverd aan anarchisten en criminelen. ‘En nu willen ze geld om hun eigen problemen op te lossen? Ga toch weg!’

Ik zei dat ik uit New York kwam, en dat er heus anarchisten en criminelen actief zijn, maar dat je heel goed moet zoeken en dat de meeste mensen nog gewoon boodschappen doen en honkballen in het park.

‘Nee, het is verschrikkelijk’, zei hij. ‘Iedereen ontvlucht de stad. Het is een spookstad.’

Ik zei dat het best meeviel maar herkende in zijn woorden de woorden van Donald Trump, zoals hij zulke dingen altijd in zijn rally’s zegt. Ik zei dat er inderdaad mensen waren die uit de stad waren verhuisd, de rijkeren of mensen met vrije beroepen, maar dat de meesten gewoon waren gebleven, en nu vochten voor wat ze waard waren, om het hoofd boven water te houden.

‘Dat zijn de mensen die niet kunnen ontsnappen’, zei hij. ‘Dat zijn de mensen die nu zeker geld nodig hebben om te overleven.’

Ik zei dat de stad inderdaad in economische problemen was gekomen, en zwaar zou moeten bezuinigen, en dat dat vooral de zwakkeren zou treffen, en dat het voor hen goed zou zijn, net als voor alle andere inwoners van het land, als de overheid zou bijspringen.

‘Laat de stad maar kapotgaan’, zei hij. ‘Waarom moeten wij ze redden? Dat zijn geen Amerikanen.’

Exceptionalisme

Dit is geen verhaal over de verkiezingen, of over wie er gaat winnen of verliezen. Biden lijkt iets kansrijker, als je naar de peilingen en de sfeer in het land kijkt, zeker in de sleutelstaten die vier jaar geleden verrassend naar Trump gingen. Toen ik begin oktober door Pennsylvania naar Ohio reed en terechtkwam in de vallei van de Mahoning-rivier, langs de verroeste hoogovenresten van Youngstown en naar de lege Chevrolet-fabriek van Lordstown, kwam ik veel meer Biden/Harris-bordjes tegen dan vier jaar geleden bordjes voor Clinton en die ene man die haar running mate was (Tim Kaine). Ik sprak teleurgestelde arbeiders en toeleveranciers van de vertrokken autofabriek, die hadden gedacht en gehoopt dat Trump hun banen zou redden. In de voorsteden van Amerika sprak ik nogal wat vrouwen die zich aangesproken voelen door zijn ‘Ik-heb-de-suburbs-voor-jullie-gered’-retoriek, maar ook altijd net een paar die zich, zoals Whitnie Fallot in Louisville, ‘voorgelogen’ zeggen te voelen, en die het helemaal gehad hebben met zijn navelstaarderij, zijn gebrek aan empathie, zijn aanpak van de coronacrisis en zijn gebrek aan plannen (mannen hebben daar minder problemen mee). Maar wat doen de latino’s in Florida?

Wie er ook wint: de kiezers van de verliezer zijn daarmee niet verdwenen. Dit verhaal gaat over wat Amerika is, en wat Amerika na dinsdag nog steeds is. Een land dat zichzelf de afgelopen jaren is tegengekomen, en geschrokken is van wat het heeft gezien.

Twee vrouwen dansen voor het podium tijdens een Proud Boys-rally in Portland, Oregon.Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett

Amerikanen hebben altijd mateloos in hun land geloofd, en daarmee in elkaar – al duurde het even voordat vrouwen en gekleurde Amerikanen daar ook onder vielen. En Amerika is nog steeds een buitengewoon chauvinistisch land. In veel staten zweren kinderen op basisscholen aan het begin van de dag een eed van trouw, met de hand op het hart en het gezicht richting de vlag. Voor aanvang van sportwedstrijden zingen de toeschouwers het volkslied. Het is geen gewone nationale trots, het is een geloof in de eigen uitverkorenheid, een ‘exceptionalisme’ dat te herleiden zou zijn tot de Founding Fathers, de wijze mannen die aan de wieg van Amerika stonden en die unieke kwaliteiten zagen in de immigranten die het land maakten tot wat het was. Hardwerkende, gelovige, eerlijke en moreel hoogstaande types die, zo schreven ze in de Onafhankelijkheidsverklaring, recht hadden op leven, vrijheid en (uniek!) het najagen van geluk. Daartoe bedachten ze een politiek systeem met een verdeling van machten om te voorkomen dat de Amerikanen zich, met al hun individuele morele superioriteit, collectief te kwaadaardig zouden organiseren. De geweldigste democratie ter wereld.

Maar kijk waar dat geloof in exceptionalisme Amerika heeft gebracht. Op de ranglijstjes van het World Economic Forum treffen we de grootste economie ter wereld opvallend weinig aan in de top. Infrastructuur: 16de. Gezondheidszorg: 35ste. Basisonderwijs: 58ste. Corruptie: 34ste. Openbare instellingen: 33ste. Veiligheid: 67ste. Zelfs op het gebied van concurrentie, een belangrijke kwaliteit voor een kapitalistisch land, eindigt Amerika op een teleurstellende 22ste plek (kabeltelevisie bijvoorbeeld is hier door gebrek aan concurrentie twee tot drie keer zo duur als in Nederland). De gemiddelde levensverwachting is gedaald, door wat de wetenschappers Angus Deaton en Anne Case ‘de doden van de wanhoop noemde’, de mensen die sterven door overdoses (dankzij de pijnstillers die farmaceuten over het land hebben uitgerold), en door zelfmoorden.

Derdewereldland

‘Wat vinden jullie eigenlijk van Amerika?’, vroegen Amerikanen me de laatste jaren steeds vaker, en dan doken ze steeds vaker weg voor het antwoord. Dat zijn vaak progressieve Amerikanen, aanhangers van Bernie Sanders die Europa als groot voorbeeld zien en zich boos maken om het staketsel dat in Amerika voor collectieve voorzieningen doorgaat, of gewone gematigde Amerikanen, die in elkaar krimpen bij elke tweet van de president. Maar ook sommige Trump-aanhangers schamen zich voor hun slechte wegen, hun dure gezondheidszorg, hun dure universiteiten, hun politici, hun machtshongerige techbedrijven, en natuurlijk hun oorlogen. Ja, ze zijn nog steeds nationalistisch, maar op een veel minder zelfverzekerde manier dan vroeger: ze hebben het idee dat politici hun land hebben verwaarloosd, en dat andere landen daarvan hebben geprofiteerd, en dat dat nu eens moet ophouden. Het woord ‘deplorable’, waarmee Hillary Clinton in 2016 de Trump-aanhangers aanduidde en haar lot bezegelde, is van een belediging een geuzennaam geworden, en daarin klinkt het nieuwe nationale gevoel toch door: we zijn sneuer dan we dachten, en dus denken we nu eerst aan onszelf.

Trump noemde zijn land in 2016 een derdewereldland, en hij had geen ongelijk. Hij zei dingen die niemand durfde te zeggen, en werd er president mee. Wat hij met die constateringen heeft gedaan, is wat anders. De verkruimelende infrastructuur: niets mee gebeurd. De dure gezondheidszorg: niets mee gebeurd. De opiatenverslaving: nog steeds een probleem. De ongelijkheid is groter geworden, dankzij een door Trump doorgevoerde belastingherziening. De corruptie is groter geworden, met een president die het land als een voortzetting van zijn familiebedrijf ziet. De ‘swamp’ die Trump zou droogleggen is alleen maar voller geraakt, met, volgens de laatste telling, 268 lobbyisten die door hem en zijn regering zijn benoemd.

Een vrouw met haar honden in haar woning, zonder stromend water. Trump noemde Amerika in 2016 eenderdewereldland. Ongelijkheid en polarisatie zijn onder zijn presidentschap alleen maar verder toegenomen.Beeld The Washington Post via Getty Images

De wereldmacht Amerika, de leider van het vrije Westen, een in eigen ogen voorbeeldige democratie, met een eigendunk die zo groot was dat die zelfs invasies rechtvaardigde, bleek veel wankeler dan de macht zich ooit had gerealiseerd. Het is de verdienste van Trump dat hij die instabiliteit heeft aangetoond. Het is de schuld van Trump dat hij die instabiliteit groter heeft gemaakt. Daarmee is hij geen oorzaak van de huidige staat van Amerika, maar hij is ook méér dan een symptoom – eerder een katalysator. De ingrediënten waren er, hij bracht de reactie op gang. Als het mengsel anders was geweest, was er niets gebeurd. Economische ongelijkheid, raciale ongelijkheid, de gebrekkige sociale mobiliteit, de politieke corruptie, de gaten in de democratie: Trump heeft ze niet bedacht of veroorzaakt. Hij heeft ze wel gezien, en soms gebruikt, en dit Amerika is het resultaat. De vraag is: kan het borrelende mengsel ook ontploffen?

Boogaloo

De eerste keer dat ik een jongen in een Hawaii-shirt tegenkwam vond ik hem een beetje zielig. Hij had vet haar, een vlassig baardje, hij was wat bleek en pukkelig en had een grote bril met een ouderwets montuur, en zelfs het semi-automatische geweer dat hij voor zijn buik had hangen leek in zijn handen niet te werken. Hij stond in april voor het parlementsgebouw in Lansing, de hoofdstad van Michigan, om te protesteren tegen de corona-maatregelen. Ik vroeg hem waarom hij er was, en hij zei dat de lockdown precies dat was wat hij altijd al had gevreesd. ‘Ze grijpen dit excuus gewoon aan om alles te reguleren. Dat zit in de aard van progressieven. Beetje bij beetje. Stapje voor stapje. Dan kom je uiteindelijk uit bij een dictatuur.’

Een week later zouden hij en andere mannen, de meesten in camouflagekleding, het parlementsgebouw binnenvallen. Deze maand werden enkelen van hen gearresteerd omdat ze de gouverneur van Michigan, Gretchen Whitmer, hadden willen ontvoeren. De mannen noemden haar een ‘tiran’ met ‘ongecontroleerde macht’.

Pas een paar weken na die eerste ontmoeting ontdekte ik dat het Hawaii-shirt gedragen wordt door leden van Boogaloo, een beweging die Amerika in een tweede burgeroorlog probeert te storten. Die naam is ontleend aan Electric Boogaloo, de ondertitel van een oude breakdance-film – om precies te zijn de ondertitel van het vervolg op een oude breakdance-film – die op internetfora wordt gebruikt als synoniem voor élk vervolg, en dus ook een vervolg op de eerste burgeroorlog. En omdat ‘big luau’ een beetje hetzelfde klinkt als ‘boogaloo’ en een groot Hawaiiaans feest is waarop een varken aan het spit wordt geregen, en ‘varken’ synoniem is voor politie, dragen de ‘Boogaloo Bois’ dus Hawaii-shirts. Internethumor.

Daarna kwam ik ze vaker tegen. Ik zag ze in Minneapolis langsrijden tijdens de rellen na de dood van George Floyd (de FBI maakte onlangs bekend dat een van hen betrokken was bij de rellen rond het in brand gestoken politiebureau, waar hij met een kalasjnikov dertien kogels op af schoot). En in Portland, waar er eentje optrok met de rechts-extremistische Proud Boys, die bij een wake voor een door een anarchist neergeschoten wapenbroeder de orde bewaakten en de barbecue aan de praat hielden. In Californië schoot er eerder dit jaar eentje twee politiemannen dood.

Het zijn maar incidenten, en het zijn maar minderheden. Maar hoeveel mensen heb je nodig? Er is een militie die zich de ‘3-percenters’ noemt, naar het aandeel van de Amerikaanse bevolking dat tweeënhalve eeuw geleden in verzet kwam tegen de Engelsen. Waarmee ze aangeven: zo veel heb je niet nodig. En toen was het ook vanwege een overheid die te hoge belastingen hief – zoals nu de rechtse milities bang zijn voor het ‘socialisme’ en zijn overheidsalmacht. Bovendien is er nu een president die zich bewust is van hun aanwezigheid. ‘Proud Boys, trek je terug en sta paraat.’

Een meisje loopt mee in een Black Lives Matter-protestmars in Brooklyn, New York.Beeld AFP

Toen ik bij de verkiezingen van 2016 door het land reed, en ging kijken bij een regionaal kantoortje van de Republikeinse partij dat in de brand was gestoken, schreef ik: ‘Wie door het land reist, heeft soms het idee door het Joegoslavië van 1990 te reizen, een land met verschillende stammen die van alles gemeen hebben, maar elkaar haten, een land waarin het wederzijdse onbegrip van bovenaf wordt gevoed door opportunistische of onnadenkende leiders en van onderaf door vooringenomen fanaten die zich hebben opgesloten in hun eigen gelijk.’

Maar toen kwam ik nog geen types tegen die zich echt zeiden op te maken voor een burgeroorlog.

Polarisatie

De polarisatie van Amerika heeft al een lange geschiedenis, die gelijk opgaat met de groeiende ongelijkheid in het land. Merkwaardig genoeg is de belangrijkste tegenstelling niet zozeer die tussen rijk en arm, maar min of meer cultureel: de belangrijkste thema’s zijn abortus, het homohuwelijk, genderneutrale wc’s en het recht om vuurwapens te dragen. Dat zijn bedachte tegenstellingen uit de jaren zeventig, toen het vuurwapenbezit en abortus, lange tijd helemaal geen kwestie in de Verenigde Staten (Conservatieven waren zelfs tégen vuurwapens en vóór abortus), in stelling werden gebracht om de strenggelovige christenen te mobiliseren. ‘De Burgeroorlog ging tenminste nog ergens over, namelijk slavernij’, zei historicus Jill Lepore eerder dit jaar tegen me. ‘De twee thema’s die de partijen nu uit elkaar hebben gedreven, abortus en vuurwapens, waren vroeger helemaal geen fanatieke geloofsartikelen.’

Lepore beschrijft in haar boek These Truths (2018) hoe gezinsplanning tot in de jaren zeventig onderdeel was van de Amerikaanse familiewaarden en dus ook door Republikeinen werd omarmd. ‘Het werd pas een thema omdat partijstrategen bedachten dat het mensen naar de stembus kon lokken. Wapenbezit werd ook pas een politieke splijtzwam nadat werd ontdekt dat het een emotioneel thema was. Kijk, abortus is voor de ene groep moord, voor de andere helft vrijheid. Wapenbezit is voor de ene groep vrijheid, voor de andere groep moord. Wat kan er belangrijker zijn dan moord en vrijheid?’

Daarbij kwam dat die thema’s juridisch niet heel stevig staan, en voortdurend in gevaar zijn. Vandaar dat het tijdens de hoorzittingen voor de nieuwe rechter Amy Coney Barrett ook voortdurend daarover ging. ‘Zo hebben kiezers zich geschaard achter onderwerpen waarvan ze denken dat er geen compromissen over mogelijk zijn’, zei Lepore.

Sindsdien is dat alleen maar erger geworden. Ook gewone, échte kwesties, zijn van praktische problemen principiële problemen geworden. Gezondheidszorg gaat niet over de verdeling van kosten en risico’s, maar over vrijheid. Onderwijs is geen kwestie van lesgeven, maar van indoctrinatie. Belastingheffing is socialisme. Alle politieagenten zijn racisten. Het vergt een enorme simplificatie, maar daardoor worden ook op die thema’s concessies en gulden middenwegen onmogelijk. Daardoor is er bijna geen gesprek meer mogelijk tussen links en rechts.

Wederzijds (on)begrip

Een nieuwe fase is dat de andersdenkende zélf tot tegenstander wordt gebombardeerd, hetgeen de afgelopen jaren is gebeurd. Niet alleen politici worden gehaat, maar ook de stemmers op die politici. Waar de spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen vier jaar geleden nog voortkwamen uit onbegrip, wordt er nu niet eens meer een poging gedaan de ander te begrijpen – ze weten het toch al. Trump-stemmers zijn dan racisten, Biden-stemmers zijn radicale socialisten. De media spelen daarbij een niet te onderschatten rol. Vroeger kwam ik bij Amerikanen op straat veel meer nuance tegen dan ’s avonds op Fox News. Nu worden de woorden van Fox News, of ze nou rechtstreeks komen of via Facebook en Twitter, letterlijk herhaald. De haat is geformaliseerd, in formules en oneliners gegoten, die eigen nuanceringen onmogelijk maken.

Dit is wat Tom Yoders me vertelde in Pennsylvania, toen hij zei dat New Yorkers geen Amerikanen zijn: Democratische steden = Democratische inwoners = Black Lives Matter = socialisten = anarchisten = terroristen. Elk van deze begrippen is maar een deelverzameling van het begrip ervoor, maar dankzij de voortdurende propaganda op Fox News zijn mensen ze gelijk gaan stellen.

Die houding heeft ook een politieke pendant: Trump dreigt er voortdurend mee geen geld meer naar ‘blauwe’ (Democratische) steden en staten te sturen, omdat hij vindt dat ze daarmee worden beloond voor wanbeleid. ‘Ze geven niets om de gewone mensen’, twitterde hij in september. De Republikeinse leider Mitch McConnell zei in april ook dat het beter was om de blauwe staten failliet te laten gaan. ‘We hebben er geen zin in hun pensioenproblemen op te lossen’, zei hij. Het is een discussie die we uit Europa kennen, over de solidariteit tussen de lidstaten – een solidariteit die in de Verenigde Staten bij de eerste de beste crisis ter discussie wordt gesteld. Dat een staat als New York al jarenlang een nettobetaler aan Washington is (gemiddeld 1792 dollar per inwoner in 2017) en zijn eigen staat Kentucky een netto-ontvanger (gemiddeld 9145 dollar per inwoner) zei McConnell er niet bij.

Het is, in zekere zin, de wraak van het platteland op de stedelijke elite, die natuurlijk jarenlang heeft neergekeken op het ‘flyover country’ van Pennsylvania. Nu, zou je kunnen zeggen, is een stad als New York flyover country geworden.

Vreemde stad

In mei, tijdens de rellen in New York, sprak ik op een gegeven moment een politieman, die uitrustte nadat hij en zijn collega’s de demonstrerende betogers hadden weggehouden van het politiebureau bij ons in de buurt. Hij hoorde mijn accent en vroeg waar ik woonde, ik zei ‘Hier’, en toen zei hij: waarom in New York? Ik zei: het is een bijzondere stad. Hij zei: het is een geváárlijke stad. Ik zei: nu even misschien, maar normaal valt het wel mee, het zijn de jaren negentig niet meer, de moordcijfers zijn veel lager dan toen. Hij schudde zijn hoofd: ik zou er nooit gaan wonen, ik kom hier alleen om de orde te bewaken. Zelfs politieagenten zien hun stad als een vreemde stad.

Dit geldt niet alleen in New York – ook in Minneapolis woont 92 procent van de agenten buiten de stad waar ze orde houden. Het is een van de redenen van het geweld tegen (zwarte) bewoners: ze komen elkaar alleen tegen als het uit de hand loopt. De kloof vertaalde zich de afgelopen maanden ook politiek. Veel politievakbonden hebben hun steun betuigd aan Donald Trump, sommige, zoals die van New York, voor het eerst. Op zich is dat niet raar, in de VS: de Republikeinse law-and-order-kandidaat kan vaak op steun rekenen. Wat wel nieuw is, zei William Jones, een hoogleraar aan de universiteit van Minnesota die de geschiedenis van politievakbonden bestudeert, is dat er een ‘hyperpolitisering’ van law-and-order plaatsvindt: de vakbonden sluiten zich nog maar aan bij één partij. De anderen, de Democraten dus, worden de tegenstander, en binnen de ‘eigen’ partij, de Republikeinen dus, ‘is geen enkele ruimte meer voor enige kritiek op de politie’, zei hij tegen radiozender NPR. Zo ontstaat er weer meer ruimte voor excessen.

Het merkwaardige is dat er dit jaar juist een doorbraak aanstaande leek in de politiecultuur. Kort na de dood van George Floyd was een ruime meerderheid van de Amerikanen het erover eens dat de politieagenten hier zwaar over de schreef waren gegaan. Een ruime meerderheid van de bevolking vond dat de politie moest worden hervormd, onder wie twee derde van de Republikeinen, zo bleek uit onderzoek van de universiteit van Maryland deze zomer.

Daarna ging het mis. Activisten vroegen om het ‘defunden’ van de politie, wat al snel werd geïnterpreteerd als het afschaffen van de politie. Conservatieven lichtten het doopceel van Floyd, en begonnen de nadruk te leggen op zijn criminele achtergrond. Ze gooiden de Black Lives Matter-protesten op één hoop met de rellen en vernielingen die rond botsingen met de politie plaatsvonden, zeker toen Trump zijn ‘eigen’ agenten naar Portland stuurde. Zo viel de overeenstemming over een Amerikaans probleem (politiegeweld) toch weer uiteen in twee polen. Donald Trump vervangt de laatste weken steeds meer Amerikaanse vlaggen bij zijn rally’s door ‘thin-blue-line’-vlaggen, een zwart-witte variant van de Stars and Stripes, met een blauwe streep die voor de politie staat – en die door de aanwezigen zo wordt geïnterpreteerd: Blue Lives Matter, en Black Lives Matter niet zozeer.

Een nieuwe vlag, voor een nieuw, half land.

Verzoening

Ik kende mijn huisbazin als een fanatieke Trump-aanhanger – ze stuurt me regelmatig filmpjes over complottheorieën, en gelooft natuurlijk voor geen cent in corona. Maar twee weken geleden zaten we aan de koffie en vroeg ik haar gewoon eens wat nou eigenlijk de belangrijkste kwesties waren die de politiek zou moeten oplossen.

Wat ze niet noemde: abortus. Of het vrije wapenbezit. Of de vrijheid van meningsuiting.

Nee, het eerste wat ze zei: de dure gezondheidszorg. Die moest worden gereguleerd. En ze vond dat het minimumloon naar 25 dollar moest. Omdat mensen gewoon geen huur meer kunnen betalen, en veel te veel geld kwijt zijn aan zaken die veel minder zouden moeten kosten. En ze vond dat de invloed van geld op de politiek te groot was. Ik vroeg: waarom stem je dan niet op Bernie Sanders? Hoooo – maar dat kon niet. ‘Dat is een communist!’ Wat volgde was een tirade over het communisme, waaraan zij, met Poolse wortels, juist was ontsnapt.

Het is niet moeilijk om open, aardige Amerikanen tegen te komen.Beeld Sanne de Wilde

En dus stemde ze op een partij die met haar dereguleringsagenda de gezondheidszorg niet snel goedkoper zal maken, en ook het minimumloon niet op de agenda heeft staan.

Ze dacht dat Trump in elk geval de prijzen van medicijnen omlaag wilde krijgen, maar dat dat niet was gelukt – op een symbolische maatregel na – omdat de Democraten hadden dwarsgelegen, die worden gesponsord door de farmaceutische industrie. Wat ze niet wist, is dat Mitch McConnell een van de grootste ontvangers is, en dat die al twee jaar een (Democratisch) wetsvoorstel tegenhoudt dat pillen goedkoper moet maken. O, zei ze.

Natuurlijk zijn er redenen om wel of niet op een politieke partij te stemmen. Maar het zijn dus leugens die mijn huisbazin bij de ene partij houden – waardoor die partij, om kiezers te behouden, dus ook niet gedwongen wordt dat probleem op de agenda te zetten.

Er zijn nog zo veel andere dingen waar Amerikanen het over eens zijn. Een goed draaiende economie. Banen. De infrastructuur. Het onderwijs. De verslavingsepidemie. De zorg voor veteranen. Gelijke kansen. Een streven naar geluk. De Amerikaanse Droom.

Het is alleen zo jammer dat de politiek in de weg zit. Er zijn zo veel aardige Amerikanen. Het blijft wonderlijk wat een exceptioneel onaardig land ze ervan hebben gemaakt.

Van Michael Persson verscheen onlangs De val van Amerika – Berichten uit een gebroken land (Balans; € 21,99), waarin hij beschrijft hoe de Verenigde Staten zichzelf de afgelopen vijf jaar zijn tegengekomen.

Niks missen van de strijd tussen Biden en Trump? Lees hier alles over het Amerikaanse verkiezingscircus. Of luister naar POTUS de podcast, waarin u wordt bijgepraat over het laatste verkiezingsnieuws.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden