Wie een hond wil slaan, vindt licht een stok

Gebed bij een pan postelein

 

De rel was voorbij. Na mijn spectaculaire column-debuut in deze krant, nu vier weken geleden, spectaculair niet vanwege de inhoud of de onderwerpkeuze, maar vanwege het zelfplagiaat, was er een hoop water door de zee gegaan: de Ombudsvrouw had me berispt, er was op directieniveau gesproken over de vraag of het woord preitaart voortaan moest worden vervangen door macaronischotel en de reacties van de buitenwacht, variërend van 'Niet zo handig' tot 'Ontslaan dat wijf'en 'Wij willen Hanna Bervoets terug', waren niet aan mij voorbijgegaan.

Maar nu was het dus weer rustig en moest ik moedig voorwaarts. 'Huppekee', zeiden vrienden, buren, de barman en al die anderen die qua levenshouding het adagium 'spijt is wat de koe schijt' aanhangen. 'Niet blijven miezemauzen. Schouders eronder en opnieuw beginnen.'

Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan.

Ik weet niet hoe u dat doet, maar in tijden van cholera wil mijn hoofd nog weleens vollopen. Dan komen de gedachten waar overdag geen tijd voor is - het werk wacht, de telefoon gaat, de kat miauwt en de plicht roept - 's nachts in volle hevigheid terug, liefst tussen 4 en 5, wanneer het brein, niet te verwarren met het verstand, op volle toeren rondkolkt in eindeloze stromen zelfverwijt en kwaaiigheid. Ik broed dan uren op het perfecte verweer dat zich in het diepst van het donker zonder enige hapering laat uitserveren, dáár wel.

Secundair reageren heet dat, en in de praktijk heb je er geen jota aan - de karavaan is al weer verder getrokken.

De volgende dag keek buurtwinkeleigenaar Marcel me dan ook geamuseerd van boven zijn brillenglazen aan, toen ik met een vermoeide snuit zijn zaak binnenstapte. 'Zo, ook goedemorgen. Heb jij vannacht in een greppel geslapen?'

'Nee', zei ik, 'ik sta tegenwoordig in een nieuwe krant.'

'De kleurenkrant?'

Hij wees op De Telegraaf die in verse stapels op de toonbank lag. Hij lachte. 'Niks van aantrekken', zei hij terwijl hij verder ging met het sorteren van een stapel bonnetjes. 'De mensen hebben altijd wat. Wist je dat sommige van mijn klanten jaloers zijn op jouw man omdat ik zo vaak met hem praat? Echt waar. Ze denken dat het komt omdat we dezelfde naam hebben.'

Na nog een onrustige nacht waarin zelfs Maarten van Rossems hoorcollege over het ontstaan van de wereld vanaf de big bang me niet in slaap kreeg (de expansie van het universum kwam 13,7 miljard jaar geleden min of meer toevallig tot stand, volgens Van Rossem was het zelfs vooral een kwestie van 'van het een komt het ander'; als dat niet tot relativeren noopt, noopt niks het), maakte de Man korte metten. 'Spullen pakken', zei hij. 'We gaan naar Velp.' Met Velp bedoelde hij het huis van zijn 84-jarige moeder, een geboren en getogen Brabantse die nog altijd auto reed en op computeren zat. Haar esprit, het glooiende groen van de Veluwe en vooral de afstand van het grote gedoe zou de boel goed doen.

Hij kreeg gelijk, al was het maar omdat mijn schoonmoeder de situatie binnen een minuut samenvatte met de tekst dat wie een hond wil slaan, licht een stok vindt en wie geschoren wordt stil moet zitten. 's Avonds, net na The Bold en bij een pan postelein, was ze zo goed haar dagelijks gebed aan mij op te dragen. Toen ze daarmee klaar was, zei ze dat ze haar man miste.

Wat niemand lukte, lukte haar in één keer.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.